C.
Caraman. De hazewindhond van Banovitch, 121, 122; —— staat Banovitch bij tegen Vlah-Ali, 128.
Christendom. Bekeering van heidensche Servische stammen tot het——, 9; Heidendom en—— van de Zuid-Slavische volken, 21; een aantal Croaten waren reeds in de zevende eeuw tot het Christendom overgegaan, 21; een nieuw—— in Rusland door toovenaars ondermijnd, 30; het symbool van het—— is het kruis, 32; verbreiding van het—— 33; Moraviërs bekeerd tot het—— 35; het bijgeloof in de Balkanstaten sterker dan het——, 35.
Christenen. Verwijzing naar veldslagen tusschen Turken en——, 13; ellende van de—— onder het Turksch bestuur, 16; kwade geesten en——, 25; Prins Maximus en Yovan Obrenbegovitch gebruikt in den strijd tegen de——, 150; pogingen van Ottomaansche staatslieden om ontevreden—— afvallig te maken van hun rechtmatige heeren, 84.
Christus. Evangelie van—— vertaald in het Servisch door Cyrillos en Methodius, 9.
Cinderella. Zie Pepelyouga en Marra, 222–225.
Congres van Berlijn. Het beroemde—— erkende de onafhankelijkheid van Servië gedurende de regeering van Milan, 18, 19; maakt melding van een der ringen van Veela, 23.
Constantinopel. Veroverd door kruisvaarders, 12; doode lichamen verbrand gedurende het beleg van—— 31; Cyrillos, een professor in de philosophie aan de universiteit van het Keizerlijk Paleis te——, 35; de Turksche naam voor—— is Istamboel. 75.
Courtenay, Huis van. Helene, echtgenoote van Ourosh, een [373]Fransche prinses uit het——, 120.
Croatië. Een der Oostenrijk-Hongaarsche provincies, 9.
Croaten. In de zevende eeuw bekeerd tot het Christendom, 21.
Cyrillos. Methodius en——, de zoogenaamde Slavische apostelen, die het Evangelie van Christus vertaalden in de oude Slavische taal 9–35.