WeRead Powered by ReaderPub
Mythen & Legenden van Japan cover

Mythen & Legenden van Japan

Chapter 320: V.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A curated anthology of traditional Japanese myths and folktales arranged thematically, presenting origin stories, heroic and warrior episodes, Buddhist and Shinto legends, and domestic and supernatural tales. Chapters gather narratives about mountain and sea mysteries, animal and shape-changing spirits, ghosts and festival customs, and objects such as mirrors, fans, bells, and textiles. Each retelling emphasizes customary motifs, seasonal observances, and moral or ritual resonances, and brief commentary highlights how these legends intersect with visual art and popular celebration without privileging a single narrative voice.

V.

Velden. De Geest der, 320.

Veldwegen. De God der. Aangesproken door Uzume, 13.

Vergifdraak. De. Zijn slechte invloed, 178.

Visu. De Rip van Winkle van het Oude Japan; zijn avonturen bij den Fuji, 118122.

Vlag Japansche. De Chrysanthemum en de, 146, 147.

Vlakte van den Hoogen Hemel. Susa-no-o bezoekt zijn zuster Ama-terasu, 58.

Vlinders. In verband met folklore, 201; legende over, door Japan aan China ontleend, 201; romantisch vlinderspel, 202; Keizer Gensō en, 202; in verband met goede en kwade voorteekenen, 202; meening van Lafcadio Hearn, 202; Japansche drama’s en, 203; legende van “de Witte Vlinder”, 203, 204.

Voetbankje, Van den Koning. Torii vóór den tempel van Itsu Kushima op het eiland Myajima; ook wel genaamd “De Poort des Lichts” of “De Waterpoort van het Heilige Eiland”, 212.

Vogels. Legenden over, 265; de hototogisu, een geheimzinnige, 267; de musch met uitgesneden tong, 268; het dooden van, in strijd met de leer van Buddha, 269; Saijosen en de Phoenix, 270; O-Goncho genaamd.

Vossengod. Zie Inari.

Vossenlegenden. De Steen des Doods, één der merkwaardigste, 76.

Vrouw, De, in de Japansche kunst, 93; de Bergvrouw, 347.

Vrouw van Barmhartigheid. Kwannon genoemd de, 184.

Vuurgod. Kagu-Asuchi, zoon van Izanagi en Izanami, de, 3.

Vuurverschijningen. Verschillende in, 348, 349.

W.

Waaier, Japansche. Beteekenis van, 230; gebruik van, 230; gebruik bij het feest der Zonnegodin in Isé, 230; symboliek der, 231; legende, “De Liefde van Asagao”, uit het Dagboek van een Winde, 232237.

Waarzeggerij, In verband met Japansch Bijgeloof, 334; Yih-King (“Boek der Veranderingen”); voornaamste bron der kunst, 334; verschillende vormen van, 334337.

Wagenpriester. Zie Hotei, 198.

Wasa. Het Lachfeest van, 210.

Wasōbiōye, Shikaiya. Een man uit Nagasaki, een Japansche Gulliver, 366, 367; komt in de Modderzee, 366; ontmoet Jofuku, 366; gaat op reis naar de Drie duizend werelden, genoemd in Buddhistische geschriften, 366; bezoekt het Land van den Eindeloozen Overvloed van het Bedrog, van de Volgelingen van het Oude, van de Paradoxen en van Reuzen, 376.

Watanabé, Isuna. Ontdekt alle bijzonderheden uit het leven van Kintaro, 369.

Wegen. De pijnboom en de God der, 161

Werelden, Drie Duizend. In Buddhistische geschriften vermeld, 366; Shikaiya Wasōbiōye reist naar, 366.

Wevend Meisje. Het Feest van Tanabata of het, 108.

Wiel van het Bestaan, Het Groote, 89.

Wilgenvrouwtje, Het. Ontleend aan Oude Sproken en Folklore van Japan door R. Gordon Smith, 162165. Heitaro, de man van Higo, 163165.

Williams, Sir Monier. Zijn beschrijving van de lotusbloem, 154.

Windgod, De, 320.

Worstelaars, De Spoken, in de Provincie Omi, 349.

Y.

Yaegaki. De kostbare Camelia van, 160.

Yaégiri. Een dame, op wie Sakata Kuronda verliefd raakt, 358; schenkt het leven aan Kintaro of “den Gouden Knaap”, 358.

Yakami, Prinses van. Eén en tachtig broeders, Prinsen in Japan, die haar wenschen te huwen, 244246.

Yama Fuji. Zie Fuji.

Yamato Take, Prins. Jongste zoon van Koning Keiko, 32; Prinses Ototachibana, vrouw van, 32; zijn tocht naar het Zuidelijke Eiland Kiushiu, 32; vermomd als vrouw, ontmoet Kurhaso en Takeru, 32, 33; doodt Kumaso en Takeru, 33; ontmoet en doodt Idzumo Takeru, 33; Acht-Arm-Lange-Speer gegeven aan, 34; het “Gras-Klievende-Zwaard” van Murakumo, gegeven aan, 35; ontmoet en huwt Prinses Miyadzu, 36; Ainu-opstand bedwongen door, 34, 35; trekt door de provincie Owari, 37; bereikt de provincie Omi, 37; doodt de slang in, 38.

“Yang” en “Yin”. Chineesch voor In en Yo, 1.

Yao, Keizer. Waarschijnlijk een zoon van een draak, 353.

Yayoi. De Maand van Aangroeiing, 178; de Ziel van den Spiegel, 179.

Yedo Gouvernement. Ambtenaren van het, en hun geloof in de Tengu, 346.

Yenoki. De Eénoogige Priester, die diende in den tempel van Fudo op den Oki-yama, 165168; geest van, verandert in een grooten cryptomeriaboom, 167; lokt in den vorm van een schoonen jongeling een aantal meisjes van haar minnaars af, 166168.

Yih-King (“Boek der Veranderingen”). De hoofdbron der Japansche Waarzeggerij, 334; begonnen door Fu Hsi, 2000 v.C. en aangevuld door Confucius, 334.

Yofuné-Nushi. De Slangengod; ook wel de Witte Zeeslang, gedood door Tokoyo, 324.

Yomi, Land van (Hades). Izanami sluipt weg naar, 3; Izanagi gaat naar, 3; Acht Leelijke Vrouwen, 4; de Effen Doorgang van, 4; Susa-no-o verbannen naar, 58.

Yoné. Trouwe dienstbode van Tsuyu, 214220.

Yone Noguchi. Behandelt de betoovering van een Japanschen nacht in verband met het Doodenfeest, 210; aanhaling in verband met een Japanschen waaier uit, 230.

Yorimasa. Ridder, ontmoet en doodt kwaad monster buiten het paleis van den keizer, de Purperen Zaal van de Noordster, 18, 19; ontvangt het zwaard Shishiwo als belooning, en trouwt met de Edele Ayame, 19.

Yorimitsu. Een beroemd held, die Kintaro tot zijn onderhoorige aanstelt, 360.

Yoritomo. Generaal, die de stad Kamakura gebouwd had, 64; na een nederlaag gered uit de macht van Oba Kage-chika door twee duiven, 266, 267.

Yorozuya. Echtgenoot voor Kimi bestemd, 104.

Yoshimasa, De Edele. De Shōgun. Spiegel aangeboden aan, 179.

Yoshimine-dera. Plaats in Kyōto; één van de drie en dertig plaatsen, aan Kwannon gewijd, 189.

Yoshisawa. Bevrijdt Shingé van de slang, 152; verdrinkt zich in de Violen-Bron, 152.

Yoshitomo. Vader van Yoshitsune, in een slag tegen de Taira gedood, 21; Tokiwa, de vrouw van, 21; verband met het verhaal van, 343.

Yoshitsune. Vergeleken met den Zwarten Prins en Hendrik V, 19; zijn vader, Yoshitōmo, gedood in een slag tegen de Taira, 21; zijn moeder, Tokiwa, dringt er op aan, den dood van zijn vader te wreken, 21; zijn omgang met den Koning der Tengu, 22; nieuws om trent de slechte gedragingen van Benkei, bereikt Benkei, 22, 23; geholpen door Benkei, verdrijft hij de Taira, 23, 24.

Yōshō. De eerste groote Japansche sennin, 347, 348.

Yosoji. Raadpleegt den toovenaar Kamo Yamakiko, 116; bezoekt den Fuji, 116, 117.

Yuki-onna. De Sneeuwvrouw, 133.

Yurine. Een arm man, die bij den Fuji woonde; verhaal van, 351; Koyuri, zoon van, 351353.

Yusai, Hakuōdō. Geeft raad aan Shinzaburō, 216218.

Z.

Zee. Legenden van de, 312331; Urashima in het paleis van den Zeekoning, 314316; Modderzee, bezocht door Shikaija Wasōbiōye, 366.

Zeegod. Zie God der Zee.

Zeestrand, De Geest van het. Is slecht gezind jegens Keizerin Jingo, 320.

Zelfmoord. Van Japansche gelieven heeft Jōshi “liefdesdood” of “hartstochtsdood, 128; Zie ook hara-kiri, of seppuku, 145.

Zembei. Vader van Shingé, 152, 153.

Zen. Secte; theedrinken in verband met het Buddhisme, door, 282.

Zeven Goden van het Geluk. Het geliefkoosde onderwerp van den Japanschen kunstenaar, 96; Shintōisme, Taōisme, Buddhisme en Brahmanisme, de bron van de, 97.

Zonnegodin. Ama-terasu, dochter van Izanagi en Izanami, de, 3; de dooden zijn bevreesd te staren op de, 90; de spiegel, waarin zij ziet, berust te Isé, 176; spiegelkoeken in verband met de, bij het Nieuwjaarsfeest, 205.

Zwaard. “Het Gras-Klievende”, een heilig wapen ontdekt door Sasa-no-o, 10; gegeven als een geschenk aan Prins Yamato, 34; de Geest van het, 325.