IJ.
IJssel Hollandsche 16, 18–35,
van waar zijn oorsprong 19,
slibaanvoer 19,
en wat daardoor ontstaat 19–32,
snelheid van zijnen loop 19 en
25,
verandering in denzelve 22–24,
plaatsen, die den naamoorsprong doet gelooven aan die rivier
verschuldigd te zijn 26,
zijn naamoorsprong 26,
nijverheid aan den IJssel door de aangevoerde slibbe 27–35,
sluis 28–29,
kanalisatie 28–30, 98,
mythologische vereeringen aan den IJssel 115, en 124.
IJsselmonde 25.