ooit

[146]

vergelijk vs. 297

[147]

schat.

[148]

uw woorden wèl weten te kiezen

[149]

verder

[150]

te prijzen

[151]

verbergt

[152]

in waarheid (stoplap)

[153]

behalve zij

[154]

getrouw

[155]

zie vs. 247;

[156]

nooit

[157]

voorbijgaan.

[158]

indien

[159]

Jupiter; zie de noten bij de andere godennamen en de inleiding

[160]

gewach doen = gewagen, vermelden

[161]

ja ik

[162]

hier: edel èn trotsch gemoed

[163]

rijk, aanzienlijk

[164]

absoluut, geheel en al.

[165]

zie vs. 317.

[166]

Ja hij, vergel vs 342.

[167]

ook, bovendien

[168]

en legde in mijn hand een gelofte af

[169]

op

[170]

mocht = mocht het, na mijn achten = zooals ik verwacht

[171]

volbracht

[172]

noodig

[173]

ontbreekt, versta waaraan ge behoefte hebt

[174]

steekt

[175]

verbergen

[176]

ziek zijn, vgl kwaal en kwellen

[177]

Dat is Dat is wat ik niet kan gelooven, dus dat kan ik niet ... enz

[178]

geen zier.

[179]

wijd vermaard, algemeen bekend

[180]

beken (belijd)

[181]

verklaar mij schuldig eraan

[182]

zie vs. 22;

[183]

"den tred der liefde": ik moet gaan (en doen) zooals Venus verkiest

[184]

hoovaardig

[185]

dat = dat er was

[186]

hoovaardij

[187]

versta: "de vrouwen behoeven op u niet te rekenen"

[188]

begrijpen

[189]

ontbrak

[190]

kennis

[191]

voorwaar (stoplap).

[192]

nu word ik welwillend gestemd ten opzichte van

[193]

in de macht van

[194]

maar steeds niet

[195]

dat komt mij hoogst zonderling voor

[196]

letterl. "het geschotene", dus bijv. een pijl

[197]

groet.

[198]

zie vs. 208

[199]

letterl. de kroon op het hoofd binden, dus: de kroon dragen

[200]

denk hierbij "als echtgenoote van"

[201]

door haar gepijnigd

[202]

vermaard wegens

[203]

geluk, vergel, vs. 297 en 302

[204]

ge kunt wel een ander gaan zoeken

[205]

de reden waarom

[206]

aanzienlijk, dapper

[207]

dapperste

[208]

die ooit bestond

[209]

en in het land der heidenen het zwaard droeg

[210]

kapot

[211]

meer

[212]

ten gevolge waarvan hij sindsdien nooit meer lachte

[213]

kinderen van zijn moei (= tante)

[214]

Antiochië

[215]

verdriet

[216]

zeker

[217]

al waart gij

[218]

cracht, hier geweld

[219]

proper = eigen, live, 3e n.v. van lijf, hier: lichaam

[220]

ben ik voornemens (meen ik)

[221]

ans = an des; van onnen = gunnen; des = dit: indien God mij dit vergunt.

[222]

"incognito"

[223]

als een ridder die op avontuur uit is

[224]

ik moet mij moeite en leed getroosten om den weg der liefde te gaan

[225]

dat gij het niet nalaat

[226]

bewaak, bescherm

[227]

als erfenis toegevallen

[228]

deze tocht kan niet nagelaten worden

[229]

wrocht, deed

[230]

bezorgen, berokkenen.

[231]

hemel

[232]

plannen, onderneming

[233]

zeker, zonder aarzelen

[234]

wat aan uw hart rust geeft

[235]

hier letterlijk: als een heer "gentlemanlike!"

[236]

is het

[237]

doe

[238]

achterwege

[239]

ic en sal = of ik zal

[240]

paard (ros).

[241]

geweld = macht

[242]

en U een lang, gelukkig leven schenken

[243]

waarheen gij u ook wendt

[244]

galanterie

[245]

dat zie ik nu wel in

[246]

boos, wreed, afkeerig

[247]

dwong

[248]

zonder dat gij het verdiendet en zonder dat gij schuld hadt

[249]

openbreken (denk aan de wond in Jezus' zijde).

[250]

speer, lans

[251]

die verstandig zijn

[252]

die mogen mij niets verwijten

[253]

om onze schuld te betalen=om onze zonden te boeten

[254]

vrij-gekocht (door Zijn zoendood)

[255]

kruid, gewas, plant

[256]

ooit

[257]

gesloten (de poorten)

[258]

dat men ze (=de stad) bewaakt

[259]

wachten.

[260]

nachtrust

[261]

daer na = daar.. op = op welke, bedoeld is op den valk uit vs. 617 = Gloriant

[262]

voor-uit, zichtbaar, hij draagt dus een afgesproken herkenningsteeken

[263]

dat ik hem herken

[264]

gedaante, uiterlijk

[265]

in mijn bereik

[266]

sachen = zag hem, nederbeten = afstijgen

[267]

gij hebt u meester gemaakt van

[268]

hoorde ik

[269]

direct

[270]

herkende, kende

[271]