Aanteekeningen

Eerste Zang.

1 Het midden van den weg onzes levens: voor den dichter met Paschen van 1300, het jubel-jaar, te Rome met grooten toeloop van volk en aflaat van zonden gevierd en herhaaldelijk door den dichter herdacht, in het welk hij zijn 35ste levensjaar bereikt had. Dit levensjaar beschouwt hij als het midden van den Boog, welken het menschelijk leven opgaande en neergaande beschrijft, welke Boog te regelmatiger is verdeeld naarmate de mensch volmaakter geäard is. Daarom dan ook heeft Christus in zijn 34ste jaar willen sterven, omdat, hij in het aardsche leven wèl wilde òp- maar niet wilde neer-gaan (Convito IV. 23, 65).

De dichter stelt zich-zelven voor als op dat tijdstip zich bewust wordend over de verdorvenheid van de meesten zijner tijdgenooten, zoowel in kerk als in staat;—niet als zelf in zonden verzonken;—hij zegt dan ook dat de Rechte Weg verloren was, niet dat hij dien verloren had. Niet de schrijver der Vita Nuova was in zonden verzonken, maar wèl doorgrondde en kende hij alle kwaad der wereld. En zoo maakt zijne ziel zelve de gansche reis van algeheele verdoemdheid, door gestadige Loutering, zoodat zij langs trap en trap stijgt, tot de hoogste gelukzaligheid, zijne ziel waarin zich alles weerspiegelde wat hij van eigen Tijd of Historie wist.

17 Die planeet: De Zon en tegelijk Christus en zijn stralen: het Evangelie.

27 Boccacio zegt dat dit hyperbolisch gesproken is, dat de Dichter meent dat slechts weinigen daar levend zijn doorgekomen, want hoe ware de dichter anders zelf daar in leven gebleven?

30 Gewoonlijk wordt dit opgevat als duidde de dichter er mede aan dat hij steeg. Stijgen kan men nooit zóó doen dat de stil-staande voet altijd (ook in het Italiaansch valt door het vers de nadruk op Sempre) de laagste is; hoe men ook stijgt, de stil-staande voet is dan altijd beurtelings de hoogste en de laagste. Altijd de laagste is hij alleen, wanneer men over vlakken grond gaat, daar dan de tredende voet altijd boven den grond moet zweven. Jacques Perk heeft er wat anders van gemaakt, daar hij van den voetje voor voetje dalende zegt: De voet, die volgt, staat hooger dan die treedt.

31 De Losch, de Leeuw en de Wolvin zijn de Wellust, de Heersch-zucht en de Heb-zucht.

37 Dat de lente de tijd der Schepping was zegt ook Virgilius Georg. II. 336 in Vondels vertaling: „Oock geloof ick niet dat de weerelt in eenigh ander saizoen geboren wert, of in den aenvangk eenen anderen toon hielt; het was toen lente: de groote werelt quam met de lente te voorschijn, en d’ oosten wint hielt zijnen kouden adem in, toen de dieren eerst het licht zagen.”

43 Het uur des daags en het zoete S: deze woorden zijn subject. De morgen en de lente zijn de tijd der hoop maar ook van de rust der wilde dieren.

60 Het licht als geluid ook Hel V 28 „in loco d’ogni luce muto,” eene plaats stom van alle licht.

70 Hoewel het te laat was; nl. te laat om mij reeds tijdens zijn leven te onderscheiden. Bij Julius Caesars dood was Virgilius pas 25 jaar.

100 Wie bedoeld wordt met dezen hazenwind, hetzij men er een der Ghibellijnsche aanvoerders van wie Dante achtereenvolgens het heil verwachtte en die tusschen vilt en vilt (dit is in de grootste armoede, ook wordt Feltro voor eigennaam gehouden) geboren moest zijn, hetzij Christus zelven in herkent, blijft een onoplosbaar raadsel. Vóór de eerste onderstelling nl. dat die hazewind een Ghibellijn moet zijn, pleit de aanduiding van Hazewind, den vijand der Wolfskinderen of Guelfen. Doch nergens in het geheele Gedicht is eene allegorie zoo weinig tastbare werkelijkheid geworden als hier.

Tweede Zang.

1 De bruine lucht. Het oorspronkelijke bruno heb ik, hoewel dikwijls voor donker in ’t algemeen gebruikt, behouden, daar het juist de kleur aangeeft van den avond zooals die onder schoonere hemelstreek valt.

6 Geest, in het oorspronkelijke „Mente.” Dante geeft (Convito III 2) volgens Aristoteles der menschelijke ziel (anima) drie machten, de vegetativa, de sensitiva en de intelettiva, van welke de eerste het fondament van de tweede, de tweede het fondament van de derde is, zoodat wel de eerste zonder tweede en derde, de tweede en eerste zonder de derde, maar de tweede niet zonder de eerste, of de derde zonder de eerste en tweede kunnen bestaan. De eerste, de vegetavia is die van het enkelvoudig leven, en komt zonder de twee andere voor bij de planten. De tweede is die der zinnen, en komt met de eerste te zamen zonder de derde vóor bij alle dieren. De derde, gebaseerd op de beide voorgaanden, de intellettiva of die der Rede, is alleen in de menschelijke ziel aanwezig en maakt deze, als zijnde eene eeuwige Intelligentie, der Goddelijke Natuur deelachtig. Deze derde heeft ook meerdere deugden (virtù) nl. die van het kennis vergaren, die van het Redeneeren of zich beraden, ook die van de Inventie en het Oordeel. En deze edelste vermogens maken te zamen la Mente, den Geest.

13 Silvius, de zoon van Aeneas.

14 Zinnelijk, sensibelmente, in verband met het in de noot op vs. 6 gezegde, gemakkelijk te begrijpen als: nog het lagere en sterfelijke leven deelachtig.

16 hem, steeds Aeneas.

17 Hoffelijk en vs. 58 hoofsch, twee Hollandsche woorden, beiden letterlijke vertaling van het Ital. cortese waarover zie vs. 58.

20 Over Dante’s politieke wereld-beschouwing en zijne voorstelling van het Romeinsche Rijk als volstrekt noodzakelijk voor den Christelijken Godsdienst en het Pausdom zie men „Kunst en Maatschappij” Nieuwe Gids, Dec. 1896.

22 Welke beiden: Rome én haar heerschappij.

28 Het uitverkoren vat: Paulus.

52 Dit wordt verklaard in den vierden Zang.

55 De Ster: De planeet Venus.

58 hoofsche, letterlijke vertaling van Cortese. Hoofschheid, Cortesia wordt door Dante zelven in het Convito II, 11 aldus verklaard: „Hoofschheid en eerlijkheid (onestade) zijn gansch één; en omdat aan de hoven oudtijds de deugden en schoone gewoonten in zwang waren (gelijk heden ten dage juist het tegendeel daar in zwang is) werd dit woord genomen van de hoven; om te zeggen hoofschheid was zooveel als te zeggen gebruik van het Hof. Welk woord, indien het nu werd genomen van de hoven, vooral die van Italie, niet anders zoude beteekenen dan schandelijkheid.”

78 dien hemel enz. d. i. de hemel der maan, die al het ondermaansche òmvat. In den Hemel wordt deze Allegorie nader uitgewerkt, maar Beatrice is hier wel degelijk, behalve de gestorvene geliefde ook de verpersoonlijking van Theologie en Philosophie.

94 Eene edele vrouwe, d. i. Maria.

100 Lucie, de verlichtende genade, die der blindheid der stervelingen te gemoet komt en hen tot de redding brengt.

102 Rachel, zooals men in zang IV zal zien eene van de weinige in de Oudheid en dus voor het Christendom gestorvenen, die toch in den hemel zijn gekomen. Zij stelt voor het comtemplatieve leven, in tegenstelling met Lea hare zuster, het actieve leven. Genesis c 29.

Derde Zang.

56 De Drieëenheid.

59 Wie hier bedoeld wordt, hetzij een Paus die van zijne waardigheid afstand had gedaan, hetzij Ezau, hetzij een Florentijn, die tot hooge positie geroepen, zich in de geweldige beroeringen in zijn vader-stad onzijdig had gehouden, is onzeker.

Vierde Zang.

De Hel is een ontzaggelijk kegelvormig dal. De top des kegels valt samen met het middelpunt der aarde, welker oppervlak haar van boven dekt en afsluit. Langs den wand loopen negen groote ommegangen telkens de volgende korter dan de voorgaande en door treden aan elkaar verbonden. De beide dichters steeds den wand aan de linkerhand houdend, maken telkens bijna den geheelen ommegang. Eenige kleinere afwijkingen zullen te hunner plaatse worden aangeteekend.

45 Zoom Limbo.

45 zie II 52.

60 Hij: Israël.

121 Electra, moeder van Dardanus, den stichter van Troje.

Vijfde Zang.

6 met zijn staart.

61 De tweede, Dido uit de Aenëis.

107 Kaïna, in de onderste Hel, waar Kaïn en zijns gelijken vertoeven.

136 Galeotto, de vriend van Lancelot, die hem tot eene samenkomst met Ginevra bracht.

Zesde Zang.

21 Ontwijden, profani, worden deze zondaren genoemd, die oorspronkelijk tot hooger bestemming gewijd, zich zelven verlaagd hebben.

61 Over de burger-twisten in Florence zie men Potgieters Toelichtingen tot zijn gedicht „Florence”.

Zevende Zang.

1 Pape, interjectie van verwondering.

aleppe, de Hebreeuwsche a, interjectie van smart.

38 Klerken, geestelijken.

73 Volgens Dante zijn de hemelen negen onderscheidene uitspanselen, van welke de binnenste zeven geleid worden door de zeven planeeten, op elk van welke de hun voorlichtende engelen of intelligentiën gezeten zijn. Vandaar dan ook in de 1ste Canzone van het Gastmaal „Voi che intendendo il terzo ciel movete.” „Gij, die door uw intelligentie den derden hemel beweegt,” gesproken tot de engelen, die den planeet Venus lichten en leiden.

87 goden, d. w. z. die engelen of intelligenties.

91 aan het kruis gebracht d. i. eenvoudig beschimpt.

95 eerstgeborene schepselen, de engelen.

105 Binnen in den vijfden ommegang.

Achtste Zang.

1 Boccacio verhaalt dat hem uit goede bron was medegedeeld, dat Dante de zeven eerste canto’s geschreven hebbende, ze bij zijne uitwijking uit de stad te huis achtergelaten had en ze, daar zijn huis geplunderd was, ze verloren, waande; ze echter door de zorgen van een neef vele jaren later terug kreeg, en eerst toen het gedicht voortzette: van daar dit zonderlinge begin.

19 Phlegyas uit de Aeneis VI 618.

71 vallei, Overgang tot den zesden Cirkel.

83 neergeregende, nl. duivelen tegelijk met Lucifer uit den Hemel geploft.

88 sloten zij weg, daar duivelen, als tot geene deugd bekwaam, nooit iets kwaads kunnen bedwingen, maar alleen tijdelijk verbergen.

125 daar zij haar reeds gebruikten, nl. bij Christus’ hellevaart.

130 Dit wordt in het volgende boek nader verklaard.

Negende Zang.

1 Zijn nieuwe kleur. De ongewone bleekheid welke Virgilius zoo spoedig mogelijk bij zich zelve deed verdwijnen, om Dante niet nog meer te ontmoedigen.

17 Eerste trap de verblijfplaats van Virgilius. Zie zang IV.

23 Erichtho de Thersalische heks, welbekend uit het tweede deel van Faust, en uit Lucanus, bij wien zij Sextus Pompeius de toekomst voorspelt.

27 Wien, is geheel onbekend.

54 Theseus was in de onderwereld gekomen om Proserpine te schaken, maar was onverrichter zake, maar ook ongestraft, wedergekeerd.

56 Gorgo hetzelfde als Medusa.

Tiende Zang.

23 Zoo pas, mo, een alleen in Florence gebruikelijk woord, lat: modo.

32 Farinata, hoofd der Ghibellijnen in Florence. Aan de rivier de Arbia versloeg hij in een bloedigen slag (anno 1260) het Guelfenleger: triomphantelijk in Florence binnengetrokken, verjoeg hij alle Guelfen, waaronder ook de ouders van Dante uit de stad, (doch dezen verstonden de kunst van het terugkeeren). Maar toen de Ghibellijnen voorstelden om, gebruik makende van hunne overwinning, gansch Florence te verdelgen, heeft hij alleen zich daartegen verzet.

63 Deze minachting van Guido voor Vergilius ziet misschien daarop dat Guido niet met Dante overeenstemde in zijn geloof in den goddelijken oorsprong van het Romeinsche rijk, als welks zegsman D. Virgilius beschouwt.

80 Der vrouwe die hier heerscht, de Maan, als Proserpina, koningin der onderwereld.

Ruim 4 jaar na deze helle-vaart, in 1304, keerden de Witten, Dante’s partij, in Florence terug, doch op zulk eene wijze, dat het hem niet mocht gebeuren, met hen mede terug te keeren.

87 tempel, naar oud-romeinsch gebruik de plaats der vergadering.

119 Frederik II, keizer van Duitschland, een Hohenstaufen, overleden in 1250 te Fiorentino.

120 De Kardinaal, Octaviaan Ubaldini, gewoon te zeggen: als de mensch een ziel heeft, dan heb ik de mijne verloren voor de Ghibellijnen.

Elfde Zang.

9 Photinus, Diaken van Thessalië ontkende de goddelijkheid van Christus.

16 Kleinere cirkels, kleiner wegens den trechtervorm.

50 Cahors, stad in Toulousaine, bekend om hare woekeraars.

65 Dis, hetzij de stad van dien naam in welke men zich bevindt van Boek IX af, hetzij (hetgeen waarschijnlijker is) dat hier Lucifer met dien naam wordt bedoeld.

106 deze beide, d. i. de kunst n.l. alle arbeid des menschen, èn de natuur, Gods kunst-werk.

113 Dit is in de lente de stand der Hemel-teekenen bij het opgaan der zon. De eerste nacht in de Hel is dus nu voorbij.

Twaalfde Zang.

12–21 De schande der Cretensers: de Minotaurus, ontvangen in de nagemaakte koe; zijne moeder Pasiphaë, gedood door den hertog van Athene: Theseus, die onderricht was door des Minotaurus’ zuster: Ariadne.

37 Weinig tijd voor Christus’ helle-vaart, dus bij den dood van Christus, was er eene aardbeving, welke ook in de Onderwereld gevoeld werd en deze op verscheidene plaatsen scheurde.

42 Enkelen d. i. Empedocles, die geloofde dat het Heelal te zamen wordt gehouden door Twist of Eris; zoude echter het gansche Heelal Liefde gevoelen dan keert het tot den Chaos terug; en dit was reeds herhaalde malen gebeurd.

112 „Nu zij deze enz.” d.w.z. luister nu naar Nessus.

119 Guido van Montfort doorstak gedurende de Mis in de kerk te Viterbo Prins Hendrik van Engeland, om zijnen vader te wreken door Koning Hendrik III gedood.

Dertiende Zang.

5 Slecht = glad: schiesto van het D. schlicht.

21 nl. indien ik ze alleen maar vertel.

31 De voorstelling van takken welke afgeknot zijnde bloed verliezen en waaruit dooden spreken is in kiem te vinden bij Virgilius, Aen. III. 24.

57 Zoodat ik er wat langer in blijve, dan noodig is.

58 Die hier spreekt is Pieter delle Vigne, van geringe afkomst opgeklommen tot kanselier van Keizer Frederik II. In een oorlog van den keizer tegen den Paus maakten de Guelfen hem bij den keizer verdacht. Deze nam hem gevangen, doch doodde hem niet maar liet hem van het gezicht berooven en zóó vrij. Naar Pisa getrokken zijnde, waar hij vele vrienden hoopte te vinden, heeft hij zich, daar hij zich bij allen veracht zag, het hoofd tegen eene kerk te bersten geloopen, zoodat hij dood nederviel.

62 volgens andere lezing: slaap en polsen (d.i. bloed). Ironisch over de vergelding van zijn trouw.

63 De Nijd.

73 nieuwe, daar hij eerst onlangs gestorven was.

118 Die het voorst was. Lano van Sienna die met Jacobo dalla Capella di Sant’ Andrea en een gansche troep losbollen hun vermogens hadden verkwist. De eerste had zich om aan zijn schuldeischers of zijne begeerten (hier de jachthonden) te ontkomen in den slag bij Toppo in de vijanden geworpen.

133 Wie hier spreekt is niet geheel zeker, waarschijnlijk degene die Jacob della Cap. D. S. Andrea tot het losbandig leven had verleid.

145 de Stad enz.: De Schutspatroon van Florence was Mars, die wel is waar, zich wreekt om haar ontrouw, maar zonder wiens hulp ook de Florentijnen zich niet weder hadden kunnen verheffen. Zijn beeld was bij een instorting van den vroegeren Ponte Vecchio in 1333 in den Arno gevallen.

Veertiende Zang.

13 Hier is het zand bedoeld der Libyaansche woestijn aan wier zoom Utica lag, waar Cato de jongere zichzelven van het leven beroofde. Waarom deze zelfmoordenaar, die niet hier maar in het Purgatorium is, juist hier genoemd wordt.

43 D. herinnert er nog eens aan, dat hij, de Rede, niet bij machte was om de Duivelen te overwinnen.

58 Veldslag van Phlegra, den Titanen-strijd.

80 welken voorts de zondaressen d.w.z. welks water verder op door de vrouwen als waschplaats wordt gebruikt.

103 Het beeld, uit Daniël overgenomen waar ’t de droom is des Assyrischen konings over zijn eigen rijk, is hier het Romeinsche Rijk, voor Dante gelijkstaande met de gansche beschaafde wereld. Het kruis stelt de verdeeling voor in Westersch en Oostersch. De tranen zijn de zonden en dus de ellenden des volks.

Vijftiende Zang.

51 voordat mijn leeftijd vervuld was, zie Zang I: voor dat mijn vijf-en-dertigste jaar vervuld was.

67 blind, bijnaam der Florentijnen, over welks oorsprong verschillende verhalen zijn.

77 Romeinen, Dante’s familie leidde haar oorsprong af van die oude Romeinen, die Florence hebben gesticht.

89 met nog eene uitspraak, zie Boek X.

114 Slaaf der slaven, aldus noemt de Paus zich-zelven.

119 Thesaurus, In het Fransch geschreven werk van Brunetto, waarin verzameld was, „al wat viel te weten” in zijn tijd. Dante had er veel kennis uit geput. Er stond ook een Compendium (verkort overzicht) in van de Ethica van Aristoteles. Of Brunetto L. ook inderdaad Dante’s onderwijzer is geweest, kan niet uitgemaakt worden; immers dit is nergens vermeld, wel door de uitleggers afgeleid uit deze ontmoeting.

121 die te Verona: om het groene laken.

122 als prijs voor den wedloop.

Zestiende Zang.

21 Daar de in dezen kring gestraften altijd moeten loopen, rest hun, nu zij zich met Dante willen onderhouden, niet anders dan zich in een kring te bewegen, de voeten altijd draaiende en de gezichten op Dante gericht. Alle drie zijn edele Florentijnen.

41 Wiens raad. Hij ried den Florentijnschen Guelfen den slag bij de Arbia af. Zie boek X, vs. 86.

102 voor duizenden een woonplaats. Een der edelen van die streek was van plan geweest, maar daarin door den dood verhinderd om dat dal te ontginnen en voor duizenden bewoonbaar te maken.

Zeventiende Zang.

40 Dante kan hier gerust alleen gaan, want voor de aanstekelijkheid der hier gestrafte zonden (die der woekeraars) stond hij van nature ook zonder dat de Rede hem hoefde te waarschuwen, te hoog.

74 en hij stak de tong naar buiten, dat is het gebaar van iemand die aanduidt dat hij sarkastisch bedoelde dat wat hij heeft gesproken: met den oppersten ridder van de drie bokken is een befaamd, nog levend woekeraar bedoeld.

Achttiende Zang.

1 De achtste ommegang. Hier wordt gestraft gewelddadigheid met bedrog (zie zang XI. 52) gepleegd tegen den naaste, maar met wien de boosdoener door geen bijzonderen band van liefde is verbonden geweest; terwijl men in den Negenden O. degenen zal zien die misdeden tegen zulken, die hen vertrouwden, dus Verraad pleegden.

5 put, de eigentlijke Helle-trechter. De tien valleien zijn dus tien Co-centrieke cirkels.

17 rots-wegen, eigentlijk Scogli, lat. Scopuli, voorgebergten, maar zij zijn toch ook hol van onder gelijk een brug of boog zie v. 73.

28 Dit was het Jubel-jaar 1300. De brug was over den Tiber en voerde de bezoekers naar het Vaticaan en de kerk van Sint-Pieter. De ééne helft stroomde er heen met het gezicht naar het kasteel van San Angelo; de andere helft stroomde terug met het gezicht naar den daar tegenoverliggenden Monte Giordano.

61 Sipa, dialectisch in het gebied van Bologna voor „Zoowaar.”

133 Thaïs, uit den Eunuchus van Terentius, als vertegenwoordigster van allen, die door vleierijen hun zin doordrijven. Het hier aangehaalde antwoord wordt eigenlijk door den parasiet Gnabho gegeven.

Negentiende Zang.

1 Simon T. Zie Handelingen VIII. 9–24. Hij bood Petrus geld voor de gave van den Heiligen Geest.

16 Dit waren vakken met openingen rondom het doopvond, waarin de priesters gingen staan om bij het doopen vrij te zijn van het gedrang der menigte. In de Sint Jans Kerk te Florence zijn die constructies anno 1576 gesloopt maar in het Doophuis te Pisa bestaat nog heden een dergelijke constructie.

21 elk mensch enz. n.l. die een verkeerde meening over deze daad van Dante heeft.

46 Uit deze concrete voorstelling, vergeleken, met de meer abstracte van vs. 1 en 3, begrijpt men de geheele symboliek der marteling.

49 Deze strafwijze bestond hierin dat de moordenaar met het hoofd naar beneden aan een paal gebonden werd. De paal werd dan in een kuil gestoken, en de kuil met aarde gevuld. Riep de veroordeelde nog wat tot den biechtvader dan wachtte men met het vullen van den kuil.

56 de Schoone Vrouw is de kerk.

57–60 onthorend: letterlijk scornati, als een beest wien de horenen zijn geknot.

79 Hij die hier spreekt is Paus Nicolaas III, van Orsini (van het berengeslacht); hij wacht zijnen opvolger Bonifacius VIII, die nu (1300) nog leeft maar in 1303 gestorven is, die Florence aan Karel van Valois heeft verraden.

82 één zal komen: Clemens V, paus van 1305–1314, door den invloed van Philips den Schoonen tot zijne waardigheid gekomen. Hij is het die zijnen zetel naar Avignon verlegde.

86 Maccabeërs.

94 Om de plaats van Judas te vervullen werd tusschen twee geschikte achtbare mannen geloot en Matthias alzoo door het lot aangewezen. Handelingen Kap. I, vs. 21–26.

106 Zie hoofdstuk 17 van de Openbaring van Johannes.

107 Zij is de Kerk.

109 De Zeven hoofden zijn waarschijnlijk de zeven sacramenten, de tien hoornen de tien geboden. Haar echtgenoot is de Paus.

Twintigste Zang.

26 Aruns, een waarzegger uit Lucanus.

58 haar vader, Tiresias. Bacchus’ Stad, Thebe.

93 loting, die anders door de wichelaars gehouden om een naam voor een stad te kiezen.

94 Pinamonte heeft graaf Albrecht Casalodi heer van Mantua overreed om de beste van zijne aanhangers uit zijne stad te verbannen; toen zijn raad was opgevolgd heeft Pinamonte zelf zich van Mantua meester gemaakt.

112 Zie Aeneïs II 114.

118 Asdente, een mystieke schoenmaker.

124 Kaïn’s gezicht zag men oudtijds in de maan en over Sevilla trok men de Meridiaan, die de twee halfronden scheidt.

127 Hier wordt wederom evenals aan het einde van den achtsten zang de tijd aangegeven naar den voor de dichters onzichtbaren stand der hemelteekenen n.l. één uur na zonsopgang van den tweeden dag, den stillen Zaterdag.

Een-en-twintigste Zang.

38 Santa Zita schutsheilige van Lucca.

41 Bonturo d.i. ironie, want juist Bonturo was de ergste.

48 De heilige buiging, dit slaat op de gebogen houding waarin volgens vers 46 de zondaar weêr bovenkwam.

49 Serchio de rivier waaraan Lucca ligt.

78 Ik volg hier de lezing „Che gli approda.”

95 Caprona, eene sterkte der Pisanen, hun door die van Lucca, die met de andere Guelfen verbonden waren, ontnomen. In 1290 echter noopten de Pisanen onder den Graaf van Montefeltro de bezetting van Caprona tot de overgave der sterkte, onder beding dat ze in vrijheid mochten weggaan. Bij het uittrekken, verhieven zich onder de Pisanen de kreten van: „Pakt hen, pakt hen” hetgeen de grootste vrees onder die van Lucca deed ontstaan en Dante zelf woonde dit voorval bij.

111 Zooals uit zang XXIII zal blijken, is dit een leugen.

112 Het is nu 10 uur in den voormiddag van den stillen Zaterdag des jaren 1300. Op het oogenblik van Jezus’ sterven, gebeurde de aardbeving, reeds in Zang XII vermeld, en die zich het meest hier bij de huichelaars deed gevoelen, daar zij voornamelijk Jezus’ veroordeeling bewerkten. Jezus stierf 3 uur namiddag.

116 een luchtje schept, d.i. uit het pek maar buiten kijkt.

Twee-en-twintigste Zang.

5 De inwoners van Arezzo, altijd door vijanden geplaagd, waren bijzonder krijgshaftig.

7 Klokken, hadden b.v. de Florentijnen op hun strijdkar.

82 Gomita, gunsteling van Nino Visconti van Pisa, bestuurder van Gallura, provincie van Sardinië, dat toen van Pisa hoorde.

88 Logore is een andere provincie van Sardinië van welke Michael Zanche zich door bedrog had meester gemaakt.

100 Dit geheele Spel is een treffend beeld van bedrog, dat zich door bedrog wil dekken en zijnen vervolgers (het geweten) wil ontkomen, terwijl ten slotte toch alles in het kleverig pek der ongerechtigheid blijft steken.

Giampoli de Navarrees, wil zijnen pijnigers door list ontkomen. Zij loopen erin door het voorstel van Pluim-Strijker (112), die meent, dat hij hem toch te snel af zal zijn, daar hij zelf vliegt, en de ander niet, en die voorstelt, dat de duivels de oever ontruimen, zoodat de hooge dam (112) den Navarrees tot een schild zij.

120 hij het eerst, n.l. Hondsnoet z. vs. 106.

123 hun voornemen, n.l. om hem te villen.

Drie-en-twintigste Zang.

4 De Fabel van Esopus: de muis vroeg den kikvorsch haar over de sloot te helpen; de kikvorsch willigde het verzoek in, maar met de bedoeling om haar te verdrinken, bond haar aan zijn poot en ging zóó te water. Toen kwam de wouw en zag de muis aan ’t oppervlak van ’t water; dies haalde hij met de muis ook den kikvorsch weg en vrat ze beiden op.

Bredero S. B. III. 2. Als de Kickvors en de Muys dus ’t samen hassebassen. So mocht de kuyckendief wel schielijck haar verrassen.

30 van beiden, n.l. van uwe en mijne gedachten.

53 zij, de duivels.

66 Keizer Frederik II gaf dergelijke mantels aan de majesteit-schenders, alvorens ze, naar de sage, te laten verbranden.

Het lood van binnen, door goud van buiten verheimelijkt, toont wederom aan hoe de straf overeenstemt met de misdaad, hier die van schijn, misleiding en huichelarij. Men denkt hierbij aan de witgepleisterde graven, waarmee Jezus weleer de Farizieën vergeleek.

99 als licht, van wege het goud, evenals zoo straks de oranje kappen, gelijk de kleur is van gloeiende kolen.

101 de weegschalen zijn de huichelaars zelf, maar aldus genoemd omdat ze bevracht zijn met gewichten.

103 Broeders der Blijdschap, spotnaam door het volk gegeven aan de ridders der orde van de Heilige Maria door Urbaan IV gesticht, welker leden de ongeloovigen moesten bestrijden, maar in plaats daarvan tehuis een vroolijk leven vierden. De twee hiergemoemden werden om hunne gehuichelde onpartijdigheid te zamen tot Podesta verkozen; ze maakten van hun macht echter gebruik om de Ghibellijnen te verdrijven en o.a. de bezittingen der Uberti in het Gardingo (een wijk van Florence, nu nog zetel van het gouvernement) te verbranden.

115 Kajaphas maakt in den Bijbel den indruk een zeer ernstig man te zijn. ’t Is dan opmerkelijk dat D. hem hier voorstelt als huichelaar.

121 Zijn schoonvader, d. i. de priester Annas, de schoonvader van Kajaphas. (zie Evang. van Johannes cap XVIII.)

124 Virgilius verwondert zich omdat bij zijn eerste nederdaling (die immers voor Christus’ geboorte plaats had) in de Hel deze beide nog niet gekruisigd waren.