12 Weer in de korf: letterlijk vertaald, voor: vat weer hoop.
93 heliotropium, een onzichtbaar makende steen.
111 windselen, hiervan maakt zij het nest, waarin zij sterft of zooals Ovidius zegt (Metam. XV 392) finitque in odoribus aevum, zij eindigt in geuren haar leven.
125 muildier, noemt hij zich daar hij een bastaard was.
135 Dante had niet verwacht dezen geweldigen partij-ganger der Zwarten hier te vinden, maar hij had zich ook schuldig gemaakt aan diefstal in de kerk van St. Jacob, om welken diefstal ook anderen het hoofd verloren.
142 In 1300 kwam in Pistoia de verdeeling tusschen Witten en Zwarten (zie ook Zang VI 54) De Zwarten werden in 1301 verdreven, vluchtten naar Florence en vereenigden zich met de Zwarten van Florence, zoodat deze partij bovendreef (vs. 144). De Zwarten van Florence en die van Lucca trekken nu onder Malespina (hier Mars genoemd en de dampen zijn de troepen door hem verzameld) tegen de Witten op, die hij overwint, welke overwinning ook Dante’s ballingschap zal ten gevolge hebben. Zeer schoon wordt orakelsgewijze deze geweldige worsteling in de Dante zoo goed bekende landouwen om Florence, als een gevecht der elementen uitgebeeld.
2 schendgebaren, het Ital. le fiche, duidt het gebaar aan van iemand die den duim tusschen wijs- en middelvinger steekt. Op de rots van Carmignan in het gebied van Pistoia staan nog twee marmeren armen met de handen in dit gebaar tegen Florence gericht.
12 uwe afkomst. Men dacht te dien tijde dat een groot gedeelte der inwoners van Pistoia afstamde van daarheen gevluchte aanhangers van Catilina.
15 die te Thebe, n.l. Capaneus zie XIV 46–71.
19 Maremma, moerassige streek in Toscane.
28 met zijne broederen, de andere Centauren waren geweldenaren zonder bedrog, daarom in den zevenden Ommegang geplaatst, zie Zang XII.
29 de groote kudde. Toen Hercules uit Spanje terugkeerde met de stieren van Geryon, haalde Cacus die in een grot van den Aventijn woonde vier ervan weg, ze bij de staart meetrekkende, zoodat Herc. hun spoor niet kon terugvinden. Toen Hercules nu met de overige kudde verder wilde trekken, werd het geloei van zijne stieren beantwoord door éénen uit de grot en zoo Cacus’ list ontdekt en hij zelf door Hercules met den dood gestraft. Zie Aeneis VIII vs 193.
33 omdat hij bij de tiende reeds dood was.
35 onder ons, d.w.z. onder de brug, waar wij op stonden.
40 Om zich dit geheele tafereel goed voor te stellen houde men in het oog dat het wordt afgespeeld door vijf personen. Eerst ziet D drie schimmen, die zich verwonderen over het wegblijven van hun makker Cianfa; deze is slang geworden, valt één der eerste drie, Agnel, aan, verandert met hem in een gedrocht, en beiden verwijderen zich samen. Nu komt weer een slang, die later blijkt Cavalcanti te zijn, valt weer één van de eerste drie (Buoso) aan en ruilt met hem van gedaante. Onveranderd blijft dus slechts en van de drie Puccio Sciancato.
74 vier uitsteeksels, twee voorpooten van den één, twee armen van den ander.
85 en dat deel, nl. in het moederlijf, dus de navel.
86 den één, Buoso (zie vs 140).
94 Zie de Pharsalia IX, waar verhaald wordt dat de beide soldaten van Cassius, door Lybie heentrekkende, tengevolge van slangenbeten, Sabillus, geheel tot asch verteerde en Nassidius zoo opzwol dat hij borst.
142 kiel-lading, nl. de schimmen van den Zevenden Buidel.
151 Gaville, streek van het Arno-dal, waar Francesco Guercio Cavalcanti een Florentijn, verslagen was. Die landstreek beweent hem zoozeer, omdat zijn dood zoo bloedig gewroken is. Dit is degene die van slang mensch geworden is.
7 Korten tijd na 1300 overkwamen Florence vele rampen, o.a. een groote brand door de Zwarten aangestoken, waarbij 1700 huizen vernield werden, en dan de groote krakeelen tusschen de partijen.
9 Prato, een naburige versterkte plaats.
14 die de duisternis ons had doen afklimmen, immers zij waren XXIV. 70 naar beneden gegaan omdat zij boven niet konden zien.
24 misgunne, n.l. doe verliezen. Deze overpeinzing wordt verklaard door hetgeen in den volgenden Buidel gezien wordt: Zondaren die misbruik hadden gemaakt van hun groote geestesgaven.
34 degene, die zich wreekte, Eliza, die toen hij na Elia’s hemelvaart gezien te hebben, op weg naar Bethel door kinderen bespot werd. Hij vervloekte ze en ze werden door beren verslonden. Zie Koningen II. 2. 23, 24.
62 Deidamia, Achilles’ verloofde, van wie Ulisses hem scheidde, door hem naar Troje te doen vertrekken.
63 Palladium, het Pallas-beeld, waaraan Troja’s behoud hing door Ulisses listig geroofd. Reeds bij Euripides begint de kloeke en vindingrijke Odysseus van Homerus een onedel en bedriegelijk karakter aan te nemen.
92 Caieta, Voorgebergte van Campanië, aldus door Aeneas genoemd naar zijne voedster: Aeneid. VII, 1. Zie Odyssee XIV.
108 zijne grenssteenen, de straat van Gibraltar.
131 onderkant, de naar ons toegekeerde.
133 een berg, waarschijnlijk de Louteringsberg.
1 Ook het in dezen zang verhaalde geschiedt in den achtsten Buidel.
14 zijn spraak, het geluid van het vuur.
27 al mijne schuld, nl. niets er van door boete heb kunnen delgen.
28 Romagna, het Noordelijkst gedeelte van den Kerkelijken Staat, het land van Bologne, Ferrara enz.
41 de adelaar het wapen der familie der Polentani van welken Guido, vriend des dichters, was en bij wien Dante lang vertoefd heeft en gestorven is.
43 Forli, jaren lang belegerd door de Franschen. Deze werden echter overwonnen en in de pan gehakt door den zelfden Guido.
45 onder de groene klauwen, d. i. onder de familie der Ordelaffi, wier wapen een groene leeuw was.
46 Hofhond, de beide Malatesta’s, heeren van Rimini, Verrucchio geheeten naar een kasteel dicht bij de stad. Zij waren vader en broeder van Paola uit den Vijfden Zang.
47 Montagna, een Rimineesch Ridder, wreedelijk door hen gedood als hoofd der Ghibellijnsche partij.
49 De steden Faënza en Imola, gelegen aan deze beide rivieren, beheerscht door Mainardo Pagano, wiens wapen was een azuren leeuwen-jong op wit veld.
52 Dit is Cesena.
67 den koorden gordel, de dracht der Franciscaner monniken.
70 Hooge Priester, Paus Bonifacius.
70 Vorm, hier in de philosophische beteekenis, volgens welke de ziel, de vorm of idee des lichaams is.
82 Guido van Montefeltro, Heer van Urbino werd Franciscaner monnik in 1296 nadat hij den slag had verloren tegen den Guelf Malatesta.
85 De Vorst, Paus Bonifacius, in oorlog tegen de Romeinsche familie der Colonna’s.
94 Constantijn werd door Sint Sylvester; die zich in een grot van den berg Siratti schuil hield tegen de Christen-vervolgingen, gedoopt en zoo genezen.
102 Praeneste of Palestrina, het land waarom hij met de Collonna’s streed.
105 mijn voorganger, zie III 59.
123 redekunstige = logicus. Men lette op dezen karaktertrek van den duivel dat hij logisch is.
127 dievig wordt dit vuur genoemd omdat het den veroordeelde aan het gezicht ontsteelt.
5 onze spraak, d. w .z. de menschelijke.
6 macht, aldus voor het Ital. seno, dat twijfelachtig is of gebruikt voor lat. sinus of voor duitsch sinn.
8 fortuinig, waar de fortuin vaak haar spel heeft gespeeld.
11 de ringen, den bij Cannae gesneuvelden Romeinschen ridders onttogen en door Hannibal naar Carthago medegenomen tot een gewicht van vierd-half schepel. Livius XXII c. 12.
14 Robert Guiscardo, hertog van Normandië, verjoeg in 1071 de Saracenen uit Apulië en Sicilië.
16 Ceperano, de slag tusschen Manfred, Koning van Apulië en Carel van Anjou, waarbij een aantal Apuliërs tot Carel overliep, had eigenlijk plaats bij Benevent.
17 Bij Tagliacozzo streed Carel van Anjou, koning van Apulië en Sicilië geworden, tegen Conraad, naneef van Manfred. Allard van Valery ried Carel, die met twee derden van zijn troepen verloren had, met het overgeschoten derde den vijand in den rug te vallen en gaf hem zoo de overwinning.
21 wijze nl. van zijn, toestand.
32 Waarom juist de Mahomed? Omdat, als M. er niet ware, de geheele wereld Christen zou zijn.
39 riem, ital. risma, hetzelfde woord als wij gebruiken als papiermaat, hier voor eene afdeeling van zondaars.
55 Dulcino, ketter, die gemeenschap van goederen en van vrouwen predikte, zich in de bergen met zijn aanhangers terugtrok en alleen door de sneeuw en gebrek aan proviand genoopt werd zich over te geven.
73 Pieter van Medicina, gelegen in het land van Bologna. Hij zaaide tweedracht tusschen Guido van Polenta en Malatestion van Rimini, zie den vorigen zang.
74 de vlakte nl. van Lombardije.
76 de twee besten van Fano, twee edellieden, door Malatesta genood tot een onderhandeling in Cattolica, aan de Adriatische Zee. Hij liet hen met een schip afhalen en verder dooden zooals hier voorzegd wordt.
86 die verrader, Malatesta, heer van Rimini. één, die hier hij mij is, d. i. Curio in de volgende regels.
89 Focara, gebergte in Cattolica, vanwaar de storm neerstrijkt op de Adr. Zee.
96 Hij zelf, Curio, die tot Caesar bij den Rubicon, zeide (volgens Lucanus) „Tolle moras, nocuit semper differre paratis” hetwelk hierboven vertaald is.
106 Mosca, die met het hier aangehaalde gezegde de Florentijnsche familie der Amidei ophitste om zich te wreken op Buondelmonte, die een meisje uit de familie der Amadei, dat hem toegezegd was, verlaten had. Dit was de oorsprong der Florentijnsche partij-twisten.
135 Bertram de Born, heer van Altaforta in Gascogne, zette den jongen koning Hendrik II van Engeland tegen zijnen vader en broeder op.
141 oorsprong n.l. het hart.
11 de maan, het is dus nu op den middag van den stillen Zaterdag, daar de reis immers den vorigen dag met volle maan begonnen is.
27 Geri del Bello, uit de familie der Alighieri, gewelddadig gedood. De eer eischte dus dat zijn dood gewelddadig door de beleedigde familie werd gewroken.
29 dengene, die eertijds Altaforte bezat, d. i. Bertram de Born, heer van Altaforte, een kasteel in Gascogne, zie den vorigen Zang.
105 zonnen, gedurende vele jaren.
117 zoo éénen, den bisschop van Siena, bij wien Albero hem van tooverij aanklaagde.
125 Zonder me—uit. Dat is natuurlijk alles ironie.
127 in den tuin, de stad Siena.
130 de bent, bestaande uit twaalf jonge lieden, die al hun bezittingen te gelde maakten, zoo 260,000 lire te zamen brachten en die in tien maanden opmaakten.
136 Capocchio te Siena als alchimist verbrand.
139 als ik u, als ik u goed herken. Hij was Dante’s vroegere medeleerling.
1 Dit is het verhaal van Cadmus; hoe diegene van zijne kinderen, die Semele’s en Zeus’ zoon, Bacchus, niet als god wilden erkennen, met waanzin werden geslagen, zoodat Athamas zijne vrouw Ino aldus aanviel. Zij wierp zich met Melicertes in zee, en beiden werden zeegoden.
31 de Aretijn Griffolino.
37 Myrrha, zie Ovid. Met. XIII.
43 Bovengenoemde Schicchi verwijderde het lijk van Buos. D. van diens sterfbed en stelde er zich zelven voor in de plaats. Hij maakt zoo een testement ten gunste van een neef des overledenen en kreeg zelf een prachtig paard tot belooninig.
61 Adam van Brescia, die op verzoek van de graven van Romena, (een kasteel op de heuvels van Casentino) valsche munt maakte en verbrand werd in 1280.
76 Dit zijn de graven van Romena.
4 De speer van Achilles, eertijds van zijn vader Peleus, had het vermogen de geslagen wond weer te heelen.
59 Deze pijnappel vroeger op het graf van Hadrianus is nog in den tuin van het Vaticaan te zien, (Giardino-della Pigna).
115 Volgens Lucanus IV 590 sq. woonde Antaeus in de vlakte van Zama waar hij zich met leeuwen voedde.
136 de Carisenda, de laagste en schuinste der beide torens van Bologna.
28 Tabernich, men weet niet zeker welke berg hier bedoeld is. De Pietrapana is een van de hoogste ruggen van den Appennijn in het land van Gargafagna.
33 wanneer het huiswijf, dit geeft den tijd des voorzomers aan.
36 met de tanden klapperend, gelijk de ooievaar met zijn snavel kleppert.
38–39 d.i. zij klappertandden en weenden.
55 dit zijn Alexander en Napoleon, zoons van Alberto van Falterona (het dal waaruit de Bisenzio den Arno toevloeit), die na huns vaders dood, in den strijd om zijne erfenis, elkander doodden.
61 Mordrec, zoon van Koning Arthur van Britannië. Hij stond op tegen zijn vader, die hem voorkwam door hem zoodanig met de lans te doorboren, dat de zon door de wond scheen.
63 Focaccia, van de zwarten (Ghibellijnschen) tak der Cancellieri te Florence, die zijn neef Detto van de witten (Guelfen) verraderlijk vermoordde.
65 Sassol, Mascherone, doodde zijn pupil om zich van zijn erfenis meester te maken.
68 Camicione dei Pazzi, sluipmoordenaar van zijn bloedverwant Ubertino. Hij verwacht zijnen bloedverwant Carlino dei Pazzi, die voor geld één sterkte overgaf aan de zwarten van Florence, waardoor hij oorzaak werd van den dood van velen der besten van Florence.
73 dat middenpunt, der aarde, het laagste punt der hel.
79 Dit is Bocca degli Abbatti, een Guelf die bij de Arbia in het begin van den slag (zie zang X. 32) den vaandrig van zijn eigen partij de handen afhieuw en zoo het verliezen van den slag veroorzaakte. Hij was dus voor zijn verraad van de zelfde partij als Dante.
107 als gij niet blaft, d.w.z. moet gij daarom ook nog blaffen?
108 dat gij ook nog, eig: als gij niet blaft.
114 van hem, die: de Ghibellijn Buoso da Duero, een Cremonees die, omgekocht door den franschen generaal Guido van Monfort, dezen den overtocht over den Aglio toestond, waardoor hij zich met de Guelfen kon vereenigen.
118 Becheria van Paria, abt van Valombrosa, bij wien eene onderhandeling werd ontdekt volgens welke Florence den Ghibellijnen zou worden overgegeven. Hij werd daarom onthoofd.
121 Soldanier, Ghibellijn, die zijn partij verried.
123 die Faënza opende, voor de Franschen.
130 Tydeus, een van de zeven tegen Thebe, vrat, zelf doodelijk gewond, de hersens uit het hoofd van den Thebaan Melanippus: zie de Thebaïs van Statius.
13 Ugolino een landsverrader is nog in de Antenora, de aartsbisschop, die zijn vijand doodde, door zich als zijn vriend voor te doen, in de Ptolemea.
28 Ugolin was Guelf, dus hier als wolf, de tegenpartij als honden gedacht. Zie I 101.
47 met de sleutel, die werd in den Arno geworpen.
103 Over wind en warmte, zie IX, 67.
118 Broeder Alberigo, Een van de Broederen der Blijdschap (zie XXIII, 103), noodde eenen gehaten verwant en diens zoontje ter maaltijd. Aan het einde riep hij: „Brengt de vruchten,” op welk signaal moordenaars binnen kwamen, die vader en zoon vermoordden.
136 Branca d’Oria doodde, geholpen door een bloedverwant, zie vers 146, zijnen Schoonvader, Michel Zanche, zie XII.
1 Het vaandel nadert van den Helle-koning, beginwoorden van een kerk-gezang.
38 In de drie aangezichten, schijnt men de drie toen bekende menschenrassen te moeten herkennen.
96 anderhalf: De reis heeft dus anderhalf uur geduurd: de nacht van den Stillen Zaterdag kwam op in het andere halfrond. Daarna zijn zij het midden punt der aarde gepasseerd en nu zijn zij op het andere halfrond, waar de zon opkomt op hetzelfde oogenblik als ginds de nacht opkomt.
114 hoogste punt, d. i. Jeruzalem.
116 Cirkel, de rots van vs. 85, waarop Lucifer staat.
127 Daar beneden, in het zuidelijk halfrond.
128 Het Graf, de Hel.
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.
Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
| Bladzijde | Bron | Verbetering |
|---|---|---|
| XIV | Ghibellynsch | Ghibellijnsch |
| XIV | Ghibellynsch | Ghibellijnsch |
| XIV | 1251 | 1250 |
| XIV | Ghibellynsche | Ghibellijnsche |
| XIV | Ghibellynen | Ghibellijnen |
| XVIII | . | , |
| XX | waerin | waarin |
| XX | gebenendijde | gebenedijde |
| 6 | 16 | 15 |
| 10 | . | , |
| 24 | touw | trouw |
| 24 | Cleopata | Cleopatra |
| 44 | verschikking | verschrikking |
| 49 | opwaart | opwaarts |
| 50 | bij | hij |
| 55 | Wend | Wendt |
| 55 | : | [Verwijderd] |
| 58 | waart | waarts |
| 63 | . | , |
| 73 | [Niet in bron] | ” |
| 75 | [Niet in bron] | ” |
| 78 | [Niet in bron] | ” |
| 94 | ; | : |
| 97 | Bonifazius | Bonifacius |
| 97 | „ | [Verwijderd] |
| 98 | Macabeërs | Maccabeërs |
| 101 | dichtebij | dichterbij |
| 108 | . | : |
| 138 | eerbeid | eerbied |
| 148 | ergenis | ergernis |
| 157 | [Niet in bron] | ” |
| 161 | [Niet in bron] | „ |
| 170 | Kain | Kaïn |
| 174 | . | , |
| 181 | [Niet in bron] | „ |
| 187 | 36 | 37 |
| 187 | 34 | 43 |
| 187 | [Niet in bron] | te |
| 188 | 15 | 14 |
| 189 | Een | Eene |
| 189 | comtemplatieve | comtemplatieve |
| 190 | 137 | 136 |
| 190 | 37 | 38 |
| 190 | 7 | 73 |
| 191 | 18 | 17 |
| 194 | 88 | 80 |
| 196 | tegenoverliggendien | tegenoverliggenden |
| 197 | 129 | 109 |
| 197 | mistieke | mystieke |
| 198 | 97 | 95 |
| 202 | zijn | zijne |
| 202 | Zeven-en-twingsten | Zeven-en-twintigsten |
| 203 | 103 | 102 |
| 204 | fortuining | fortuinig |
| 204 | Faglicozza | Tagliacozzo |
| 204 | vlaktê | vlakte |
| 204 | Malastesta | Malatesta |
| 206 | Taberniech | Tabernich |
| 206 | Ghelfen | Guelfen |
| 207 | 63 | 65 |
| 207 | 10 | 13 |
| 208 | 43 | 38 |