[236] likkebaard; gelijk de zich vergastende poesjes doen.
[237] dreigt te.
[238] Thans onbeschaamd (het tegendeel van 't nog gebruikelijke schamel of beschroomd).
[240] Thans tot laadde verzwakt.
[241] Voor trotsch, verwaand.
[242] in allen deele.
[243] krengen.
[244] Voor den lof; verg. boven.
[245] Welluidendheidshalve voor 't.
[246] wegens; 'tgeen mij natuurlijker voorkomt dan Van Lennep's vertaling verder dan.
[247] ongerept, onbeduimeld.
[248] ras, ijlings.
[249] 't geruisch der vlerken (verg. Tesselschades bekenden versregel: een zingend vedertje en een gewiekt geluid).
[250] sedert.
[251] Thans zich.
[252] Voor vergolden.
[253] bits bejegend.
[254] Lat. vierde naamv.
[255] wakkeren.
[256] Thans open.
[257] om hem te winnen.
[258] leus.
[259] Thans in verlengden en wederkeerenden vorm: zich verlustigen.
[260] vlijen, voegen.
[262] verkeer.
[263] zich.
[264] Voor ongenoegen.
[265] gelijk het past.
[266] van alle kant.
[267] doodgebeten.
[268] Thans stal.
[269] gevaar (voor 't Lat. periculum).
[270] Voor verlekkerd, graag.
[271] kon.
[272] bezietjens, besjens.
[273] Voor poes.
[274] Rijmshalve voor verzengde.
[275] Naar de Hollandsche volksspraak voor kastanjen.
[276] baart, tiert gij.
[277] Thans hun.
[278] minzaam.
[279] Anders knol.
[280] Voor kar (gelijk tesch voor tasch, enz.)
[281] Thans hen.
[282] Doet uitspraakt, oordeelt.
[283] onverdroten.
[284] te beurt, ten deel vallen.
[285] Hier voor vleemen, flik flooyen.
[286] boos, wrevelig.
[287] Stelt u tevreden.
[288] voeden.
[289] duur.
[290] Thans tot had geslonken.
[291] veranderd.
[292] Thans om te.
[293] van begeerte namelijk.
[294] Thans hetzelfde.
[295] gehuichelden.
[296] Thans zich.
[297] even als vroeger.
[298] overeengekomen.
[299] vraat (verg. gierig).
[300] doorgaans, steeds.
[301] verbazend.
[302] geleek op.
[303] Anders ervaring.
[304] Thans stierf.
[305] Voor 't verlengde veilig.
[306] wakkere, vaardige.
[307] gedijt.
[308] zich.
[309] Thans hij liet.
[310] Gelijk reeds herhaaldelijk voor schapen.
[311] vervormd, naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord; verg. nog het Eng. shape.
[312] Thans het.
[313] Voor hoop, kudde; Vondel gebruikt het woord steeds in dien algemeenen zin; verg. vroeger en lager.
[314] streken.
[315] Maatshalve voor verslonden en brachten.
[316] Voor hoe 't hem vergaan was.
[317] ten leste.
[318] of wellicht iemand.
[319] vertoont, houdt.
[320] van, door.
[321] gelijk.
[322] stemden bij, toe, in.
[323] Zeer oneigelijk voor een hoopjen pluimlooze kiekens.
[324] stelt zij zich.
[325] Gelijk nog in de spreektaal voor kooi.
[326] Anders klokt.
[327] hun.
[328] geeft.
[329] kan.
[330] Voor bezorgt.
[331] Anders ruwe.
[332] Voor gewoon.
[333] drinkgelag.
[334] lichter laaye (zie vroeger).
[335] Voor wierp (gelijk boven starf voor stierf.)
[336] mij schuldig gemaakt.
[337] Thans uitgespreid (verg. 't Hoogd. ausgebreitet.)
[338] waar.
[339] welberaden.
[340] steeds.
[341] Gelijk reeds herhaaldelijk, naar de Hollandsche volkstaal voor strand.
[342] in allen deele, naar alle kanten.
[343] Thans vond.
[344] Anders slak.
[345] Thans nek.
[346] wormpjens.
[347] Voor spieren.
[348] Thans getroostte zich.
[349] Germ. voor voeden.
[350] weldra.
[351] naar, in.
[352] opriep (verg. nog ons ontbood).
[353] Thans kliefde.
[354] Totdat.
[355] Rijmshalve voor ontlijven.
[356] belangstellend.
[357] kan.
[358] Anders gesneuveld.
[359] Anders gezamenderhand, gezamenlijk.
[360] gewoonte.
[361] aanpakt, -tast.
[362] wacht, hongert of hunkert naar.
[363] Zie vroeger.
[364] Voor den lateren verlengden vorm gierig; zie reeds vroeger
[365] Maatshalve, maar minder juist voor hols.
[366] Thans zich.
[367] Thans felle.
[368] Voor onderneemt.
[370] goed doet.
[371] verteert.
[372] ben je nog niet voldaan?
[373] guit, schavuit.
[374] Thans zich.
[375] ook.
[376] Apen-naam.
[377] afkeeren.
[378] door den nood bestreden.
[379] beeldhouwer.
[380] Rijmshalve voor vormde.
[381] geprezen.
[382] gevormde (verg. nog ons boetseeren).
[383] Voor belachen.
[384] doet.
[385] Voor lescht.
[386] Zie vroeger.
[387] Germ. voor 's morgens vroeg.
[388] Thans hun.
[389] Hanen-naam.
[390] Voor toorn.
[391] Thans verontschuldiging.
[392] Thans verontschuldiging.
[393] Anders hennen.
[394] Anders gezochten, verzonnen.
[395] Anders lucht.
[396] verdroten, gespeten.
[397] Voor ouderdom.
[398] Thans zich.
[399] wildbraad ('t Fr. venaison).
[400] Hoe langer hoe strenger.
[401] Voor stokslagen.
[402] Thans bezoldiging.
[403] Thans geslacht (verg. echter nog ons slager).
[404] Voor laag, diep.
[405] schreeuwde.
[406] Men zou voor aan hier liever een willen lezen.
[407] Voor rieden.
[408] Thans in verlengden vorm stribbelende.
[409] voorbeschikte lot.
[410] Anders goochelaar.
[411] kring.
[412] Anders buitelen (verg. Reiter en ruiter).
[413] Thans potsen.
[414] Anders inlandsch, inheemsch.
[415] zich.
[416] Voor dacht.
[417] hembd.