WeRead Powered by ReaderPub
De wijzen van het Oosten / Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme cover

De wijzen van het Oosten / Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme

Chapter 61: S.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Een overzicht geeft kernachtige beschrijvingen van verschillende Oosterse religieuze en filosofische systemen, met aandacht voor oorsprong, karakter en centrale ideeën. Het Brahmanisme verschijnt als symbolische traditie die een alles doordringende eenheid en streven naar zuivering benadrukt; het Boeddhisme wordt gepresenteerd als diagnose van lijden met een praktisch pad naar bevrijding; de Chinese wijsheid legt nadruk op eerbied, plicht, eenvoud en innerlijke harmonie; het Mazdeïsme benadrukt de ethische strijd tegen het kwade. De tekst vergelijkt antwoorden op vragen over zelf, wereld en levensrichting en probeert deze oude inzichten helder en toegankelijk voor moderne lezers te maken.

M.

Magadha, stad, 53, 60, 66, 84, 140, 141.

Mahābhārata, heldendicht, 17, 21, 22, 26.

Mahadeva, groote god, 25.

Mahā prajāpatī, tante van Boeddha, 46, 70.

Mahāvagga, Boeddhistisch werk, 53, 69, 70, 88, 89, 90.

Mahayana „groote overtocht”, Boeddhistische secte, 92, 109, 118, 119, 140, 149, 208.

Mahinda, zoon v. Açoka, 149.

Makhali Gosāla, wijsgeer, 74, 115.

Manās, de verlichting in de rede, 76.

Manasākata, stad, 76.

Mandschoe dynastie, 162, 214, 222, 227.

Mang, familie, 160.

Manoe, (wetboek van), 13, 96.

Mantra’s, deel der Veda’s, 8.

Māra, de booze, 48, 50, 51, 56, 78, 83, 91, 112, 122, 123.

Maria (van Bethanië) 68.

Martha (van Bethanië), 68.

Martin, Dr. geleerde, 243.

Matali, daēva, 102, 103.

Matanga, 105, 106.

Māthā kuär, (de doode prins), gehucht 83.

Mathūra, plaats, 106.

Mazda, (zie Ahura Mazda).

Mazdeïsme, 244 tot 278.

Māyā, moeder van Boeddha, 40, 41, 46.

Maya „wereld van schijn”, 21.

Medië, land, 244.

Megasthenes, gezant van Seleucus Nicator, 62.

Megha, Brahmaan, 98, 99, 100.

Menander, zie Milinda.

Mencius, wijze, 167, 178 tot 190, 199, 202, 210, 213, 215, 227, 228, 230, 231, 232, 233, 234.

Meyboom, (H. U.) schrijver, 81.

Michel Angelo, 190.

Mihisten, secte, 180.

Mih ti, wijsgeer, 186, 187, 188.

Milinda, (vragen van) Boeddhistisch geschrift, 116.

Ming, dynastie 222, 233.

Mithra, godin, 247, 256, 260, 264.

Mogallāna, leerling van Boeddha, 58, 59, 65, 66.

Mohammed, 36, 245.

Mohammedanisme, 29, 30, 271, 272, 273, 276.

Moneyasūta, Boeddhistisch geschrift, 147.

Mozes, 36, 245.

Mozoomdar, Brahmaansch hervormer, 37.

Muh, keizer, 212, 236.

Muni (= zwijgende) monnik, 83.

Munigāthas, leven van Boeddha in versmaat, 147.

N.

Nāgasena, 116.

Nairanjara, rivier, 51.

Nairyō-sanha, vruchtbaarheidsgod, 257.

Nānak, hervormer, 36.

Nanda, broeder van Boeddha, 61.

Nanking, stad, 242.

Narāin Bose, Brahmaansch hervormer, 33, 35.

Naraka, hel, 27.

Nasus, booze geest, 262.

Nehemia, landvoogd, 246.

Nicodemus, 68.

Nigrauda, monnik, 141.

Nieuwe Testament, 70, 192.

Nirvāna, 28, 52, 53, 55, 56, 57, 68, 71, 72, 82, 84, 85, 86, 92, 111, 112, 113, 116, 117, 118, 119, 133, 137.

O.

Oldenberg, schrijver, 124, 125.

Om Mani Padme Om, tooverformule, 151.

Ormuzd (zie Mazda).

Ortt, (F.) schrijver, 74, 113.

Oude Testament, 245, 246, 254.

Oxus, rivier, 244.

P.

Pabbajā, inwijding der monniken, 126.

Pairika’s, helpsters van Anrō mainyu, 262.

Palibothra (zie Patna).

Pāli, oude taal van een deel van Indië, 30.

Pan chao, Chineesch geschiedschrijfster, 191.

Pandit Rām Chandra Vidijā bag-ish, Brahmaansch hervormer, 32.

Pan hu, Chineesch geschiedschrijver, 191.

Pantschen Lama, hooge Tibetaansche geestelijke, 152.

Parōdars, de (heilige) haan, 262, 266.

Pātaliputta, stad, 84, 146.

Patimōkha, biechtformule, 130, 131, 148.

Patna, stad, 97, 139, 140, 146, 147.

Pāvā, dorp, 85.

Paulus (van Tarsen), 66, 117, 118.

Pavajitāni (= huisloozen), Boeddhistische monniken, 144.

Pehlewi, Oud-Perzische taal, 246.

Peking, stad, 243.

Pendsjab, land 141.

Perzië, land, 244 tot 278.

Perzische golf, 245.

Petenica, land, 146.

Ping, keizer, 162.

Pitaka’s (de drie), Boeddhistische H. S., 30, 132, 147, 149.

Piyadasi (zie Açoka), 40.

Prajnā Paramitā, kennis der onzienlijke wereld, 139.

Prakriti, vrouwelijk beginsel, 21.

Proctor, geleerde, 195.

Protestantisme, 38.

Puita (= de stinkende) zee, 263.

Pundarī, vrouw, 79.

Purusha, mannelijk beginsel, 21.

R.

Radhanagar, 29.

Rāhula, zoon van Boeddha, 41, 49, 61, 65, 109, 110, 111.

Rājagriha, stad, 50, 58, 101, 139, 140.

Rama, godheid, 15, 17, 18, 23.

Rāmāyana, Indisch heldendicht, 17, 22, 23.

Rāmmohun Roy, Brahmaansch hervormer, 29, 32, 33.

Rangoon, stad, 137.

Rasnu, godheid, 256.

Rémusat, A. de, schrijver, 192.

Rhys Davis, schrijver, 147.

Ribot, psycholoog, 189, 190.

Richthofen (vrijheer von), 230.

Rig Veda, deel der Veda’s, 10.

Rishi’s (= zieners), profeten, 8, 14, 47, 62, 74, 75.

Roja (de Malla) adellijke, 120, 121.

Roomsch Catholicisme, 39, 125, 133, 148, 150, 151, 224, 261.

Rousseau (J. J.), wijsgeer, 143.

Ruchī, dochter van Angati, 92, 93.

Ruhanumai Mazdiashnā, Parzische vereeniging, 276.

S.

Sabala, wonderkoe, 25, 26.

Saēna, hemelsche arend, 263.

Sakya’s, stam, 40, 46.

Sākya Muni, (zie Boeddha).

Sāma, (Boeddha als) kluizenaar, 121.

Samāna, asceet, 83.

Samana Phala Sutta, Cingaleesch Boeddhistisch werk, 75.

Sama Veda, deel der Veda’s, 10.

Samsāra, (= wandeling), 112, 114.

Samyuttaka Nikāya, Boeddhistisch geschrift, 112, 114, 123.

Sang-dynastie, 221.

Sangha, (gemeente), 68, 73, 106, 125, 128, 146.

Sanghārama, monnikentuin, 144.

Sānjaya, wijsgeer, 59, 60.

Sānkhya, wijsgeerige school, 15, 20, 21.

Sanskriet, oud-Indische taal, 30.

Saosyant, heiland, 257, 265.

Sarasvati, godin der poëzie, 23.

Sāriputta, leerling van Boeddha, 58, 59, 65, 66, 117.

Sassaniden, (dynastie der), 246, 271.

Satapatha Brāhmana, geschrift, 12.

Sāti, weduwenoffer, 30.

Saul, koning, 158.

Sauru, booze geest, 262.

Sāvatthi, stad, 68.

Schopenhauer, wijsgeer, 201.

Sēang, keizer, 236.

Seleucus Nicator, koning, 63.

Sénart, geleerde, 39.

Shamanisme, godsdienst, 156.

Shan, dynastie, 181.

Shang, dynastie, 158, 159, 221, 239.

Shanghai, stad, 224.

Shantung, landstreek, 158, 161, 213.

Shen-si, stad, 223, 241.

Sheung te teng (= Nirvāna), 92.

Shi-king, Chineesch werk, 227, 230, 231, 240, 241.

Shin nung (secte van), 183.

Shintoïsme, Japansche volksgodsdienst, 150.

Shuh, familie, 160.

Shu-king, Chineesch werk, 221, 227, 230, 240, 241.

Shun keizer, 167.

Shin Yu Yüe, geleerde, 239.

Shu’s (de vier), heilige boeken, 227.

Siam, land, 38, 149.

Siddhartha (zie Boeddha).

Si wang mu, mythisch wezen, 236.

Siva, godheid, 15, 16, 19, 20.

Skandha’s, (de vijf) van den mensch, 45, 57, 115.

Socrates, wijsgeer, 89.

Soma (zie Haoma).

Somaplant, 8.

Sonā, leerling van Boeddha, 90.

Spenta, goede geest, 257.

Srādda, vereering der voorvaderen, 34.

Sraosa, genius, 251, 253, 255, 262, 266.

Srāvasti, 93, 94.

Stanislaus Julien, geleerde, 193.

Stoïci, wijsgeeren, 190, 201.

Strausz, Victor von, schrijver, 192.

Su, vorstendom, 179.

Subhadra, asceet, 86.

Sudarsana, koning, 97.

Suddhodana, koning, vader van Boeddha, 42, 44, 60, 61.

Sudra’s, laagste caste, 10, 19, 64, 66, 76.

Suën, koning, 181.

Sung, vorstendom, 179, 205, 235.

Sung, dynastie, 222, 229.

Sunīta, leerling van Boeddha, 65, 66.

Sün kw’ang, wijsgeer, 182.

Sun Ting, familie, 238.

Surasthra, landstreek, 146.

Sūrya, zonnegod, 9.

Sü shi, Taoïst, 213.

Sūryapati, koning, 98.

Sutra’s, overleveringen, deel der Veda’s, 8.

Sutra’s, Boeddhistische, 140.

Su tsin, vorst, 179.

Swarga, hemel, 24, 27, 28.

Syama, rishi of profeet, 47.

Sze ma tsien, Chineesch schrijver, 165, 191, 239.