The Project Gutenberg eBook of Het eiland Seran en zijne bewoners
Title: Het eiland Seran en zijne bewoners
Author: F. J. P. Sachse
Author of introduction, etc.: Karl Martin
Release date: July 4, 2020 [eBook #62553]
Most recently updated: January 28, 2023
Language: Dutch
Credits: Jeroen Hellingman, Linda Cantoni (music transcription) and the Online Distributed Proofreading
Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This file was produced from images generously made available
by The Internet Archive/Canadian Libraries)
voorheen
E. J. BRILL.—LEIDEN
1907.
VOORREDE.
Ofschoon de over verschillende tijdschriften en boekwerken verspreidde litteratuur over het eiland Seran (Ceram) oogenschijnlijk vrij groot is, blijkt bij nader onderzoek, dat nog geen samenhangende beschrijving van land en volk werd gegeven, terwijl de gedane mededeelingen dikwijls zeer vluchtig of zelfs geheel onjuist zijn.
Civiel gezaghebber zijnde op een tijdstip dat de Regeering besloot zich rechtstreeksch met de binnenlanders te gaan bemoeien, had ik de gelegenheid gedurende een vierjarig verblijf op Seran het eiland, waarvan het binnenland bijna geheel onbekend was en zijne bewoners, uit eigen aanschouwing te bestudeeren en werden de verzamelde gegevens tot achterstaande ethnographische schets uitgewerkt.
Maar daarom maakt ook dit werkje nog volstrekt geen aanspraak op volledigheid. Voor den wetenschappelijken natuuronderzoeker blijft natuurlijk nog zeer veel te vorschen over.
Indien het echter mag bijdragen tot het verspreiden van meer kennis omtrent dit belangrijkste eiland der Molukken en tot het opwekken van belangstelling daarvoor, dan heeft het aan zijne bestemming voldaan.
Daar eene kaart op niet te kleine schaal, te omvangrijk zou worden voor het formaat van het boek, zoo werd slechts een overzichtskaart gegeven waarop om de duidelijkheid, slechts de voornaamste negorijen, alsmede die in achterstaande beschrijving genoemd, werden aangegeven.
Hem, die eene meer volledige kaart wenscht te beschouwen verwijzen wij naar de door ons vervaardigde schetskaart van de Afdeelingen Wahaï en West-Seran (zie literatuuropgave) en naar de door het Topographisch Bureau te Batavia uitgegeven schetskaart van het geheele eiland.
De spelling van Alfoersche woorden geschiedde klanknabootsend terwijl wordt opgemerkt, dat de klemtoon (op een zeer enkele uitzondering na) op de voorlaatste lettergreep valt.
De e wordt ietwat kort, é geheel helder uitgesproken, terwijl ĕ toonloos is.
Mijn oprechten en hartelijken dank breng ik hier aan den Hoogleeraar K. Martin, die mijn werkje wel met een voorwoord heeft willen verrijken, hetgeen als komende van een oud Seran-reiziger vooral, die zelf een fraai werk over zijne reizen op dat eiland schreef, door mij op hoogen prijs gesteld wordt.
Ook betuig ik wel mijne erkentelijkheid aan den heer W. C. Muller, die zijn bekwame hand leende tot het samenstellen van het register en aan mijn kameraad van het Hollandsche Leger J. W. van Oorschot, die de natuurgetrouwe omslagfiguur teekende.
F. J. P. SACHSE.
Den Haag, 1906–1907.
Nog altijd behoort Seran tot de weinig bekende streken van den Indischen Archipel. Het gebrek aan behoorlijke wegen en in het westen vooral, een moeilijk beklimbaar bergland, bedekt met dichte bosschen, eindelijk een onhandelbare, veelal woeste en den Europeaan vijandelijk gezinde bevolking zijn hiervan de oorzaak.
Weinig blanken waren dan ook in de gelegenheid om door persoonlijke aanschouwing het binnenland te leeren kennen; nog geringer is het aantal van hen, die Seran in verschillende richtingen doorkruisten en zoodoende in staat werden gesteld om een eenigszins bruikbaar overzicht over het schoone land en zijne bergbewonende stammen te verkrijgen. Wat men hiervan heeft verteld, is in vele gevallen enkel geput uit de mededeelingen der kustbewoners, mededeelingen, die soms onbetrouwbaar, ook wel verkeerd begrepen waren en die nu op meer of minder gelukkige wijze werden weergegeven. Soms zijn de schrijvers naïef genoeg geweest om ook de intiemste gewoonten der inboorlingen te willen berichten, alsof ze die werkelijk hadden waargenomen, terwijl toch ieder met het land en de zeden eenigszins vertrouwde onderzoeker begrijpt, dat het onmogelijk zoo kan wezen.
Het is daarom bijzonder gelukkig te achten, dat de schrijver van dit boek, die de meest verschillende streken van Seran leerde kennen, de moeite genomen heeft, om hetgeen hij waarnam zorgvuldig op te teekenen, voor zooverre zulks onder zijn bereik lag. Hij vermeed over dingen te berichten, die toch enkel door den geschoolden natuuronderzoeker op betrouwbare wijze kunnen worden nagegaan en weergegeven, terwijl het voor den officier voor de hand lag, zijne aandacht in de eerste plaats aan land en lieden te wijden.
Zoo ligt dan ook het zwaartepunt van dit boek in de geographische en etnographische gegevens, die heel wat nieuws bevatten én bij de bevolking waarover het zacht, bezadigd oordeel al dadelijk in het oog valt. De in verschillende streken gemaakte waarnemingen worden ook duidelijk uit elkaar gehouden en niet dadelijk veralgemeend. Maar ook daar, waar bekende zaken worden medegedeeld, zal men die gaarne nog eens vernemen uit den mond van hem, die zelf heeft gezien en goed heeft gezien, teneinde oudere berichten op hunne vertrouwbaarheid te kunnen onderzoeken.
Blijkbaar heeft de schrijver den woesten Alfoer van nabij leeren kennen, want tal van bijzonderheden wijzen op een eenigszins intiem samenleven. Daarbij kwam dan ook nog wel iets anders dan woestheid voor den dag: de ziel van den mensch, die ook onder het donkere vel van den Seranschen inboorling nog veel van hare bleekheid deed bekennen. De beruchte koppensneller staat in menig opzicht bij zijnen overbeschaafden Europeeschen broeder geenszins ten achter; misschien is hij wel evengoed en zal hij bij eenigszins verstandige leiding weldra een bruikbaar Nederlandsch onderdaan worden.
Dat toch dit boek niet enkel voor de wetenschap, maar ook voor het bestuur van nut moge wezen! Dat het zijnen weg vinden, die er voor is aangewezen, in de kamer van den geleerde en van den ambtenaar der Regeering, die het in de Molukken als een bron van informatie zal begroeten en niet ongestraft zal mogen verwaarloozen. Volgaarne onderschrijf ik ook de aansporing van den schrijver om het kostbare eiland te kultiveeren, zoodat het een bron van welvaart voor Nederland zoude worden.
K. MARTIN.
Leiden, 1 October 1907.
INHOUDSOPGAVE.
- Geschiedenis blz. 1
- Aardrijkskundige beschrijving 37
- Het Volk 59
- Sterkte der bevolking 63
- Huizen 64
- Kleeding 71
- Bestuur 78
- Algemeene karaktertrekken 83
- Zeden en Gewoonten 89
- Godsdienst 89
- Baileo 95
- Scholen 97
- Kerken 98
- Bijgeloof 100
- Huwelijk 103
- Geboorte 110
- Puberteit 111
- Rechtspleging 111
- Eigendomsrecht 115
- Péla 116
- Pamali 117
- Eedsaflegging 118
- Nijverheid 121
- Landbouw 124
- Jacht 127
- Scheepvaart 129
- Visscherij 132
- Voeding 135
- Genotmiddelen 137
- Wapens 137
- Koppensnellen en oorlogvoeren 139
- Medicijnen en ziekten 147
- Begrafenis 149
- Muziekinstrumenten 150
- Liederen 150
- Dansen en spelen 160
- Groeten 165
- Besluit 167
- Litteratuuropgave 173
- Register 177
ERRATA.
De errata zijn verwerkt in de tekst.
| blz. | 14 | regel | 1 | v. b. | 1846, lees: 1646. |
| blz.,, | 17 | regel,, | 9 | v. b. | Kaibabo, lees: Kaibobo. |
| blz.,, | 29 | regel,, | 1 | v. o. | terwijf, lees: terwijl. |
| blz.,, | 35 | regel,, | 10 | v. b. | Honittéoe, lees: Honitétoe |
| blz.,, | 77 | regel,, | 12 | v. o. | Evenals de vrouwen dragen de mannen, lees: Evenals de mannen dragen de vrouwen. |
| blz.,, | 104 | regel,, | 1 | v. b. | man, lees: vrouw. |
| blz.,, | 112 | regel,, | 20 | v. b. | ingewikkelste, lees: ingewikkeldste. |
| blz.,, | 168 | regel,, | 12 | v. b. | Teysman, lees: Teysmann. |