(Door het formaat en de wijze van reproductie kon onder de volgende teekeningen geen uitgebreide verklaring gedrukt worden).
Blz. 5. De Gerande Waterkever (Dytiscus marginalis). Links, het mannetje. Rechts, het wijfje van de onderzijde gezien, haar eieren leggend aan den kop van een Ruppia-struikje. De drijvende plant, links, stelt voor: Kikkerbeet (Hydrocharis Morsus ranae); de bladergroep op den achtergrond: Waterweegbree (Alisma plantago).
Blz. 17. Aan de rietstengels, links: een gaasvlieg en twee donacia’s; tusschen de drijvende bladeren op den voorgrond drie ruggezwemmers, Notonecta glauca; aan de oppervlakte, achter een bloem van den waterranonkel (Batrachium), een waterscorpioen (Nepa cinerea).
De plant op het rotsje is Cyperus alternifolius, in de vaasjes: Isolepis gracilis; op de bloemmarkten bekend onder de namen van cypergras en hanggras. De netring in de flesch is van den vorm beschreven op blz. 14.
In het midden een kikkervischje (bullekopje, donderpad), aangegrepen door: links, de larve van de gerande watertor,—rechts, door de larve van de blauwvleugelige waterjuffer, Calopteryx virgo. Tusschen het drijvend fonteinkruid en ’t pijlkruid een schaatsenlooper, Hydrometra. Onder een waterwants, Naucoris.
Blz. 63. Links en rechts Posthoorns, Planorbis. In ’t midden onder water, een poelslak, aan een blad van de waterviolier, Hottonia palustris: aan de oppervlakte een poelslak, Limnaea stagnalis, tegen de lucht loopende.
Blz. 113. Het slotvignet, stelt een huisje van een kokerlarve voor vervaardigd van wortelvezels en rietstukjes, met langere mossprietjes voor drijfkracht. [196]
Blz. 171. De gele watergentiaan (Villarsia nymphaeoides), bloeiend; knop, bloem en drijvende bladeren.
Blz. 179. Scheeren of Krabbeschaar (Stratiotes aloides). Bloeiend en met uitloopers.
Blz. 183. Het slotvignet; bloeiend kroos (vergroot).
Het portret van LEEUWENHOEK op blz. 75 is vervaardigd naar een staalgravure, voorkomende in het prachtwerk: Nederlands Geschiedenis en Volksleven, door Van Lennep, Moll en Ter Gouw; met welwillende toestemming van den Uitgever, de Heer A. W. Sythoff te Leiden. [197]
Stratiotes aloides, Najas major, Najas minor, Hydrocharis morsus ranae.
Nymphaea alba, Limnanthemum nymphaeoides, Azolla caroliniana.
Nuphar luteum, Salvinia natans, Sparganium minimum
Potamogeton natans, P. perfoliatus, P. graminea, P. crispus, P. lucens.
[201]
Batrachium hederaceum, Elodea canadensis. Potamogeton densus. Callitriche aquatica. Elatine triandra, Elatine hexandra, Elatine Hydropiper, Isnardia palustris. Montia fontana, Peplis portula, Subularia aquatica. Pilularia globulifera, Limosella aquatica. Ruppia maritima, Ruppia rostellata, Potamogeton pusillus. Zanichellia palustris, Littorella lacustris.
[205]
Zostera marina Scirpus fluitans Juncus supinus, Batrachium aquaticum, fluitans, divaricatum, Utricularia intermedia, U. vulgaris. U. minor. Hottonia palustris. Myriophyllum. Ceratophyllum. M. verticillatum, M. spicatum, C. demersum, C. submersum.
[199]
Lijst, om de namen te vinden van de voornaamste Nederlandsche waterplanten.
Wij noemen alleen die planten waterplanten, die in ’t water groeien en geheel door ’t water gesteund worden; sommige drijven los aan de oppervlakte rond, andere zweven geheel onder water, de meeste wortelen in de slijkbodem. Alleen hun bloemen steken boven water in de lucht uit. Planten, zooals riet, lisschen, lischdodden, die wel met hun voet in ’t water staan, maar waarvan de bebladerde stengels zich steeds in de lucht verheffen, worden niet tot de waterplanten gerekend. Want die kunnen ook in vochtigen bodem tieren.
| 1. | De plant bestaat uit niets anders dan ronde of langwerpig ronde groene schijfjes, met of zonder wortels, niet grooter dan een paar m.M. Kroos | 2 |
| De plant heeft een duidelijken stengel met bladeren | 5 | |
| 2. | Schijfjes, zoo groot als een speldeknop, zonder wortels. | |
| Wortelloos Kroos. Lemna arrhiza Linn. | ||
| Schijfjes worteldragend | 3 | |
| 3. | Eén worteltje aan elk schijfje | 4 |
| Meer dan één worteltje. | ||
| Veelwortelig kroos. Lemna polyrrhiza Linn. | ||
| 4. | Schijfjes langwerpig rond, aan één zijde in een punt uitloopend. | |
| Puntkroos. Lemna trisulca Linn. | ||
| Schijfjes rond, aan de onderzijde halfbolrond. | ||
| Bultig kroos. Lemna gibba Linn. | ||
| Schijfjes rond, aan de onderzijde vlak. | ||
| Klein kroos. Lemna minor Linn. | ||
| 5. | Plant met bladeren, aan den rand met stekeltjes bezet. | 6 |
| Geen stekeltjes langs den bladrand | 8 | |
| 6. | Veel bladeren in één bundel bijeen, bloemen wit. | |
| Scheeren. Stratiotes aloides Linn. | ||
| Bladeren aan een stengel, bloemen groen en onduidelijk. | 7 [200] | |
| 7. | Het onderste deel van het blad heeft gave randen. | |
| Groot Nymfkruid. Najas major All. | ||
| Onderste deel van het blad fijn uitgetand. | ||
| Najas minor All. | ||
| 8. | De blaadjes drijven op ’t water in twee regelmatig geordende rijen | 9 |
| Blaadjes niet in rijen | 10 | |
| 9. | Blaadjes langwerpig rond duidelijk afzonderlijk. | |
| Salvinia natans. | ||
| Blaadjes dicht opeen, zoodat ze te samen een veelhoekig geheel vormen. | ||
| Rood kroos. Azolla. | ||
| 10. | Alle bladeren zijn onverdeeld | 11 |
| De bladeren of ten minste de ondergedompelde zijn verdeeld of samengesteld | 30 | |
| 11. | Ronde bladeren | 12 |
| Langwerpige bladeren (hoogstens 7 maal zoo lang als breed) | 15 | |
| Grasachtige bladeren (minstens 12 maal zoo lang als breed) | 23 | |
| 12. | Bloem wit (soms met een geel hart) | 13 |
| Bloem geel. | 14 | |
| 13. | Bloemkroon bestaande uit 3 witte blaadjes. | |
| Duitblad. Hydrocharis morsus ranae. | ||
| Bloemkroon bestaande uit meer dan twintig groote witte bladen. | ||
| Witte waterlelie. Nymphaea alba. | ||
| 14. | Vijf meeldraden. | |
| Watergentiaan. Limnanthemum nymphaeoides. | ||
| Meer dan 10 meeldraden. | ||
| Gele waterlelie. Nuphar luteum. | ||
| 15. | Bloempjes bij minstens 2 tegelijk op rechte stelen boven ’t water uitstekend. Fonteinkruiden | 16 |
| Bloempjes alleenstaand op een steel | 20 | |
| Bloempjes ongesteeld | 22 | |
| 16. | Tweeërlei bladen: breede, die op ’t water drijven en smalle onder water | 17 |
| Alle bladen ongeveer eender van vorm | 18 | |
| 17. | Drijvende bladeren meer dan 4 cM. groot, ondergedoken bladeren duidelijk gesteeld. | |
| Drijvend Fonteinkruid. Potamogeton natans. | ||
| Drijvende bladeren korter dan 4 c.M., ondergedoken bladeren ongesteeld. | [203] | |
| Grasbladig Fonteinkruid. Potamogeton gramineus. | ||
| 18. | Alle bladeren twee aan twee. | |
| Dicht Fonteinkruid. Potamogeton densus. | ||
| Sommige bladeren alleenstaand | 19 | |
| 19. | Stengel door den voet der bladeren heen gegroeid. | |
| Doorgroeid Fonteinkruid. Potamogeton perfoliatus. | ||
| Stengel vrij, bladrand gekroesd. | ||
| Gekruld Fonteinkruid. Potamogeton crispus. | ||
| Stengel vrij, bladrand fijn getand. | ||
| Glanzig Fonteinkruid. Potamogeton lucens. | ||
| Alleenstaande bloemen. | ||
| 20. | Bladeren alleenstaand, bloempjes groot, wit, in vorm op boterbloempjes gelijkend. | |
| Waterboterbloem. Batrachium hederaceum. | ||
| Bladeren bijna alle drie aan drie staand, ongesteeld. | ||
| Waterpest. Elodea canadensis. | ||
| Veel langwerpige, duidelijk gesteelde blaadjes bijeen; uit hun midden komen langgesteelde bloempjes. | ||
| Slijkgroen. Limosella aquatica. | ||
| Blaadjes twee aan twee; de drijvende soms stervormig gerangschikt | 21 | |
| 21. | Drie meeldraden in elk bloempje. | |
| Montia. | ||
| Vier meeldraden. | ||
| Potamogeton densus. | ||
| Zes meeldraden. | ||
| Steel-elatine. Elatine hexandra. | ||
| Eén meeldraad. | ||
| Sterrekroos. Callitriche aquatica. | ||
| 22. | Drie meeldraden. | |
| Kruis-elatine. Elatine triandra. | ||
| Vier meeldraden. | ||
| Waterlepeltje. Isnardia palustris. | ||
| Zes meeldraden. | ||
| Waterpostelein. Peplis portula. | ||
| Acht meeldraden. | ||
| Kleine elatine. Elatine Hydropiper. | ||
| Waterplanten met grasachtige bladeren. | ||
| 23. | De bloempjes hebben meeldraden en stampers | 24 |
| De bloempjes hebben òf alleen meeldraden òf alleen stampers. | 27 | |
| Er zijn geen bloempjes aan de plant, wel een soort van vruchtjes, zoo groot als erwten. | ||
| Pilkruid, Pilularia globulifera. | [204] | |
| 24. | Twee meeldraden | 25 |
| Drie meeldraden | 26 | |
| Vier meeldraden. | ||
| Klein Fonteinkruid. Potamogeton pusillus. | ||
| Zes meeldraden. | ||
| Priemkruid. Subularia aquatica. | ||
| 25. | Vier stampers. | |
| Snavelruppia. Ruppia rostellata. | ||
| Acht stampers. | ||
| Zeeruppia. Ruppia maritima. | ||
| 26. | Kleine bloempjes met 6 dekblaadjes. | |
| Bloembies. Juncus supinus var. fluitans. | ||
| Bloempjes zonder dekblaadjes. | ||
| Vlottende bies. Scirpus fluitans. | ||
| 27. | Bloempjes onduidelijk, ongesteeld | 28 |
| Enkele bloempjes langgesteeld, met meeldraden die ver naar buiten uitsteken. | ||
| Oeverkruid. Littorella juncea. | ||
| 28. | Bladeren niet langer dan 6 cM., bloemen in de hoeken tusschen blad en stengel (bladoksels). | |
| Zanichellia. | ||
| Bladeren langer dan 1 dM., meestal veel langer, zeeplant | 20 | |
| 29. | Bladeren met slechts 1 of 3 duidelijk zichtbare nerven. | |
| Klein Zeegras. Zostera nana. | ||
| Bladeren met 5–7 nerven. | ||
| Zeegras. Zostera marina. | ||
| Waterplanten met gesteelde bladeren. | ||
| 30. | Bloemen wit | 31 |
| Bloemen geel, tusschen de bladslipjes zitten kleine blaadjes | 34 | |
| Bloemen paars | 36 | |
| Bloemen ongekleurd | 37 | |
| 31. | Vier meeldraden, drijvende bladeren ongedeeld met verdikte bladstelen. | |
| Waternoot. Trapa natans. | ||
| Vijf meeldraden, bloemen in schermen. | ||
| Moerasscherm. Helosciadium inundatum. | ||
| Meer dan 5 meeldraden, bloem gevormd als een boterbloempje | 32 | |
| 32. | Alle blaadjes fijn haarvormig verdeeld | 33[207] |
| De drijvende blaadjes zijn onverdeeld. | ||
| Waterranonkel. Batrachium aquatile. | ||
| 33. | Bladslippen in ’t rond uitgespreid. Stijf. | |
| Waterranonkel. Batrachium divaraticum. | ||
| Bladslippen niet in ’t rond uitgespreid en slap. | ||
| Waterranonkel. Batrachium fluitans. | ||
| 34. | Blaasjes aan alle of de meeste bladeren verspreid | 35 |
| Blaasjes afzonderlijk aan een onbebladerden stengel. | ||
| Middelst Blaasjeskruid. Utricularia intermedia. | ||
| 35. | Slechts 1 of 2 blaasjes aan de bladeren, aan enkele geen een. | |
| Klein Blaasjeskruid. Utricularia minor. | ||
| Veel blaasjes aan de bladeren. Gewoon Blaasjeskruid. | ||
| Utricularia vulgaris. | ||
| 36. | Bloemen mooi groot, in kransen van vijf of meer. | |
| Waterviolier, Hottonia palustris. | ||
| Bloemen klein, in dicht opeenstaande kransen, omgeven door fijn verdeelde blaadjes. | ||
| Kransvederkruid. Myriophyllum verticillatum. | ||
| Bloemen klein, in ruim staande kransen met kleine steunblaadjes. | ||
| Aarvederkruid. Myriophyllum spicatum. | ||
| Bloemen niet in kransen. | ||
| Teer vederkruid. Myriophyllum alterniflorum. | ||
| 37. | Bladeren in kransen van vier, regelmatig verdeeld. Zie onder No. 36. Myriophyllum. | |
| Bladeren in veeltallige kransen, ongelijkmatig verdeeld. | 38 | |
| 38. | Vrucht met 3 doorntjes, bladeren stijf. | |
| Gedoornd Hoornblad. Ceratophyllum demersum. | ||
| Vrucht met 1 doorntje, bladeren slap. | ||
| Ongedoornd Hoornblad. Ceratophyllum submersum. |
[208]
REGISTER.
Anthokyaan, 166
*Aquarium, 3 , 14, 23 e.v.
*Batrachium, 175
*Blaasjeskruid, 144 e.v.
*Ceratophyllum submersum, 126
Cyclops, 68 e.v.
*Donacia, 17
Dimorphie, 162
Draaitorretje, 110
*Eristalis tenax, 104
*Gaasvlieg, 17
Gammarus, 70
Heterostyl, 162
*Hippuris vulgaris, 139
*Hoornblad, 126
*Hottonia palustris, 162
Hydra, 73 e.v.
Hydrocharis morsus ranae, 175 , 194
Ingenhouss, 131
*Keverkaken, 30
*Kikkerbeet, 175 184, 186
*Kikkervischje, 101
*Kokerjuffer, 91 , 93, 95 , 100, 109
Koolzuur, 132
*Krabbeschaar, 178
Kruisbestuiving, 143
*Larven, 41, 48
*Lidsteng, 139
Limnanthemum. nymphaeoïdes, 169, 194
*Myriophyllum spicatum, 127 , 141
M. verticillatum, 141
Najas major, 194
N. minor.
Nuphar luteum, 194
Nymphaea alba, 194
Phryganiden, 100
Plomp, 164, 185
*Polygonum amphibium, 157
*Potamogeton crispus, 142, 194
Ruggezwemmer, 25 e.v.
*Salamander, groote, 97, 101
*Salvinia natans, 194
*Scheeren, 178
Schepnet, 23
Sparganium minimum, 194
*Spinnende Watertor, 9, 36 e.v.
Stekelbaarsje, 55 e.v.
Stekeltjes-bot, 57
Stokjes, 100
*Stratiomys chamaeleon, 103
*Stratiotes aloides, 177
Swammerdam, 4
*Trapa natans, 133
*Utricularia vulgaris, 144 enz. minor, 198 intermedia, 198
*Vallisneria spiralis, 118, 125
*Veenwortel, 157
Victoria regia, 165
*Wapenvlieg, 103, 106
*Waterdrieblad, 162
*Watergentiaan, 169, 185
Waterlelie, 164, 185
*Waternoot, 113
Waterranonkel, 175 , 185
Watersalamanders, 81, e.v.
Waterslakken, 81
Waterspringer, 70
Watervlooien, 68 e.v.
*Waterwants, 41
Zoetwaterpolyp, 73
Zuurstof, 130
Zweefvlieg, 105 [210]
Colofon
Beschikbaarheid
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.
Metadata
| Titel: | In sloot en plas | |
| Auteur: | Eli Heimans (1861–1914) | Info |
| Auteur: | Jacobus Pieter Thijsse (1865–1945) | Info |
| Aanmaakdatum bestand: | 2022-10-16 15:06:01 UTC | |
| Taal: | Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel) | |
| Oorspronkelijke uitgiftedatum: | 1920 |
Codering
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Documentgeschiedenis
- 2022-10-15 Begonnen.
Verbeteringen
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
| Bladzijde | Bron | Verbetering | Bewerkingsafstand |
|---|---|---|---|
| 6, 86, 200, 200, 207, 207 | [Niet in bron] | . | 1 |
| 13 | hoet hee | hoe heet | 2 |
| 14 | [Niet in bron] | ” | 1 |
| 41 | ndringen | indringen | 1 |
| 42 | ononmiddellijk | onmiddellijk | 2 |
| 46, 208 | [Niet in bron] | , | 1 |
| 52 | , | . | 1 |
| 58 | doodt | dood | 1 |
| 59 | u | uw | 1 |
| 68, 133 | . | , | 1 |
| 77 | nie | niet | 1 |
| 79 | kamperjapon | kamerjapon | 1 |
| 90 | [Niet in bron] | ; | 1 |
| 99, 173 | , | [Verwijderd] | 1 |
| 104 | vegroot | vergroot | 1 |
| 129 | opervlakte | oppervlakte | 1 |
| 132 | communiceerente | communiceerende | 1 |
| 138 | onmiddelijke | onmiddellijke | 1 |
| 138 | aquarim | aquarium | 1 |
| 146 | Potamogton | Potamogeton | 1 |
| 146 | bloed | bloei | 1 |
| 148 | Potemageton | Potamogeton | 2 |
| 150 | overzwaluwen | oeverzwaluwen | 1 |
| 150, 150, 163, 164, 166, 184, 184 | honig | honing | 1 |
| 151 | blaadjeskruid | blaasjeskruid | 1 |
| 153 | nieuwgierig | nieuwsgierig | 1 |
| 156 | varkenblaas | varkensblaas | 1 |
| 162 | rooderoode | rozeroode | 2 |
| 164 | honigsnoepers | honingsnoepers | 1 |
| 166 | honigvoorraad | honingvoorraad | 1 |
| 166 | polygonum-honig | polygonum-honing | 1 |
| 168 | moeiste | mooiste | 1 |
| 168 | slootboemen | slootbloemen | 1 |
| 171 | zweekt | kweekt | 1 |
| 172 | honigbuisjes | honingbuisjes | 1 |
| 179 | waterrononkels | waterranonkels | 1 |
| 184 | honigmachines | honingmachines | 1 |
| 190 | pompbladen | plompbladen | 1 |
| 195 | ) | [Verwijderd] | 1 |
| 200 | alleenstaan | alleenstaand | 1 |
| 203 | Patamogeton | Potamogeton | 1 |
| 203 | candensis | canadensis | 1 |
| 204 | ongesteld | ongesteeld | 1 |
| 207 | Blapslippen | Bladslippen | 1 |