WeRead Powered by ReaderPub
In sloot en plas cover

In sloot en plas

Chapter 12: Codering
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

This work introduces freshwater life in ditches and ponds through vivid descriptions and numerous illustrations, guiding readers to observe plants, insects, larvae, amphibians, and small crustaceans in their habitats. It combines natural-history notes, life-cycle explanations, and identification aids, with practical advice for keeping simple aquaria and collecting specimens. Short descriptive passages convey typical behaviors and interactions among species, while plates and diagrams support field identification. Organized for a young and general audience, the text encourages patient observation, respect for living creatures, and the development of careful naturalist habits.

(Door het formaat en de wijze van reproductie kon onder de volgende teekeningen geen uitgebreide verklaring gedrukt worden).

Blz. 5. De Gerande Waterkever (Dytiscus marginalis). Links, het mannetje. Rechts, het wijfje van de onderzijde gezien, haar eieren leggend aan den kop van een Ruppia-struikje. De drijvende plant, links, stelt voor: Kikkerbeet (Hydrocharis Morsus ranae); de bladergroep op den achtergrond: Waterweegbree (Alisma plantago).

Blz. 17. Aan de rietstengels, links: een gaasvlieg en twee donacia’s; tusschen de drijvende bladeren op den voorgrond drie ruggezwemmers, Notonecta glauca; aan de oppervlakte, achter een bloem van den waterranonkel (Batrachium), een waterscorpioen (Nepa cinerea).

De plant op het rotsje is Cyperus alternifolius, in de vaasjes: Isolepis gracilis; op de bloemmarkten bekend onder de namen van cypergras en hanggras. De netring in de flesch is van den vorm beschreven op blz. 14.

In het midden een kikkervischje (bullekopje, donderpad), aangegrepen door: links, de larve van de gerande watertor,—rechts, door de larve van de blauwvleugelige waterjuffer, Calopteryx virgo. Tusschen het drijvend fonteinkruid en ’t pijlkruid een schaatsenlooper, Hydrometra. Onder een waterwants, Naucoris.

Blz. 63. Links en rechts Posthoorns, Planorbis. In ’t midden onder water, een poelslak, aan een blad van de waterviolier, Hottonia palustris: aan de oppervlakte een poelslak, Limnaea stagnalis, tegen de lucht loopende.

Blz. 113. Het slotvignet, stelt een huisje van een kokerlarve voor vervaardigd van wortelvezels en rietstukjes, met langere mossprietjes voor drijfkracht. [196]

Blz. 171. De gele watergentiaan (Villarsia nymphaeoides), bloeiend; knop, bloem en drijvende bladeren.

Blz. 179. Scheeren of Krabbeschaar (Stratiotes aloides). Bloeiend en met uitloopers.

Blz. 183. Het slotvignet; bloeiend kroos (vergroot).

Het portret van LEEUWENHOEK op blz. 75 is vervaardigd naar een staalgravure, voorkomende in het prachtwerk: Nederlands Geschiedenis en Volksleven, door Van Lennep, Moll en Ter Gouw; met welwillende toestemming van den Uitgever, de Heer A. W. Sythoff te Leiden. [197]

GEILLUSTREERDE LIJST

VOOR HET BEPALEN DER NEDERLANDSCHE WATERPLANTEN.

[198]

Stratiotes aloides, Najas major, Najas minor, Hydrocharis morsus ranae.

Nymphaea alba, Limnanthemum nymphaeoides, Azolla caroliniana.

Nuphar luteum, Salvinia natans, Sparganium minimum

Potamogeton natans, P. perfoliatus, P. graminea, P. crispus, P. lucens.

[201]

Batrachium hederaceum, Elodea canadensis. Potamogeton densus. Callitriche aquatica. Elatine triandra, Elatine hexandra, Elatine Hydropiper, Isnardia palustris. Montia fontana, Peplis portula, Subularia aquatica. Pilularia globulifera, Limosella aquatica. Ruppia maritima, Ruppia rostellata, Potamogeton pusillus. Zanichellia palustris, Littorella lacustris.

[205]

Zostera marina Scirpus fluitans Juncus supinus, Batrachium aquaticum, fluitans, divaricatum, Utricularia intermedia, U. vulgaris. U. minor. Hottonia palustris. Myriophyllum. Ceratophyllum. M. verticillatum, M. spicatum, C. demersum, C. submersum.

[199]

Lijst, om de namen te vinden van de voornaamste Nederlandsche waterplanten.

Wij noemen alleen die planten waterplanten, die in ’t water groeien en geheel door ’t water gesteund worden; sommige drijven los aan de oppervlakte rond, andere zweven geheel onder water, de meeste wortelen in de slijkbodem. Alleen hun bloemen steken boven water in de lucht uit. Planten, zooals riet, lisschen, lischdodden, die wel met hun voet in ’t water staan, maar waarvan de bebladerde stengels zich steeds in de lucht verheffen, worden niet tot de waterplanten gerekend. Want die kunnen ook in vochtigen bodem tieren.

1. De plant bestaat uit niets anders dan ronde of langwerpig ronde groene schijfjes, met of zonder wortels, niet grooter dan een paar m.M. Kroos 2
De plant heeft een duidelijken stengel met bladeren 5
2. Schijfjes, zoo groot als een speldeknop, zonder wortels.
Wortelloos Kroos. Lemna arrhiza Linn.
Schijfjes worteldragend 3
3. Eén worteltje aan elk schijfje 4
Meer dan één worteltje.
Veelwortelig kroos. Lemna polyrrhiza Linn.
4. Schijfjes langwerpig rond, aan één zijde in een punt uitloopend.
Puntkroos. Lemna trisulca Linn.
Schijfjes rond, aan de onderzijde halfbolrond.
Bultig kroos. Lemna gibba Linn.
Schijfjes rond, aan de onderzijde vlak.
Klein kroos. Lemna minor Linn.
5. Plant met bladeren, aan den rand met stekeltjes bezet. 6
Geen stekeltjes langs den bladrand 8
6. Veel bladeren in één bundel bijeen, bloemen wit.
Scheeren. Stratiotes aloides Linn.
Bladeren aan een stengel, bloemen groen en onduidelijk. 7 [200]
7. Het onderste deel van het blad heeft gave randen.
Groot Nymfkruid. Najas major All.
Onderste deel van het blad fijn uitgetand.
Najas minor All.
8. De blaadjes drijven op ’t water in twee regelmatig geordende rijen 9
Blaadjes niet in rijen 10
9. Blaadjes langwerpig rond duidelijk afzonderlijk.
Salvinia natans.
Blaadjes dicht opeen, zoodat ze te samen een veelhoekig geheel vormen.
Rood kroos. Azolla.
10. Alle bladeren zijn onverdeeld 11
De bladeren of ten minste de ondergedompelde zijn verdeeld of samengesteld 30
11. Ronde bladeren 12
Langwerpige bladeren (hoogstens 7 maal zoo lang als breed) 15
Grasachtige bladeren (minstens 12 maal zoo lang als breed) 23
12. Bloem wit (soms met een geel hart) 13
Bloem geel. 14
13. Bloemkroon bestaande uit 3 witte blaadjes.
Duitblad. Hydrocharis morsus ranae.
Bloemkroon bestaande uit meer dan twintig groote witte bladen.
Witte waterlelie. Nymphaea alba.
14. Vijf meeldraden.
Watergentiaan. Limnanthemum nymphaeoides.
Meer dan 10 meeldraden.
Gele waterlelie. Nuphar luteum.
15. Bloempjes bij minstens 2 tegelijk op rechte stelen boven ’t water uitstekend. Fonteinkruiden 16
Bloempjes alleenstaand op een steel 20
Bloempjes ongesteeld 22
16. Tweeërlei bladen: breede, die op ’t water drijven en smalle onder water 17
Alle bladen ongeveer eender van vorm 18
17. Drijvende bladeren meer dan 4 cM. groot, ondergedoken bladeren duidelijk gesteeld.
Drijvend Fonteinkruid. Potamogeton natans.
Drijvende bladeren korter dan 4 c.M., ondergedoken bladeren ongesteeld. [203]
Grasbladig Fonteinkruid. Potamogeton gramineus.
18. Alle bladeren twee aan twee.
Dicht Fonteinkruid. Potamogeton densus.
Sommige bladeren alleenstaand 19
19. Stengel door den voet der bladeren heen gegroeid.
Doorgroeid Fonteinkruid. Potamogeton perfoliatus.
Stengel vrij, bladrand gekroesd.
Gekruld Fonteinkruid. Potamogeton crispus.
Stengel vrij, bladrand fijn getand.
Glanzig Fonteinkruid. Potamogeton lucens.
Alleenstaande bloemen.
20. Bladeren alleenstaand, bloempjes groot, wit, in vorm op boterbloempjes gelijkend.
Waterboterbloem. Batrachium hederaceum.
Bladeren bijna alle drie aan drie staand, ongesteeld.
Waterpest. Elodea canadensis.
Veel langwerpige, duidelijk gesteelde blaadjes bijeen; uit hun midden komen langgesteelde bloempjes.
Slijkgroen. Limosella aquatica.
Blaadjes twee aan twee; de drijvende soms stervormig gerangschikt 21
21. Drie meeldraden in elk bloempje.
Montia.
Vier meeldraden.
Potamogeton densus.
Zes meeldraden.
Steel-elatine. Elatine hexandra.
Eén meeldraad.
Sterrekroos. Callitriche aquatica.
22. Drie meeldraden.
Kruis-elatine. Elatine triandra.
Vier meeldraden.
Waterlepeltje. Isnardia palustris.
Zes meeldraden.
Waterpostelein. Peplis portula.
Acht meeldraden.
Kleine elatine. Elatine Hydropiper.
Waterplanten met grasachtige bladeren.
23. De bloempjes hebben meeldraden en stampers 24
De bloempjes hebben òf alleen meeldraden òf alleen stampers. 27
Er zijn geen bloempjes aan de plant, wel een soort van vruchtjes, zoo groot als erwten.
Pilkruid, Pilularia globulifera. [204]
24. Twee meeldraden 25
Drie meeldraden 26
Vier meeldraden.
Klein Fonteinkruid. Potamogeton pusillus.
Zes meeldraden.
Priemkruid. Subularia aquatica.
25. Vier stampers.
Snavelruppia. Ruppia rostellata.
Acht stampers.
Zeeruppia. Ruppia maritima.
26. Kleine bloempjes met 6 dekblaadjes.
Bloembies. Juncus supinus var. fluitans.
Bloempjes zonder dekblaadjes.
Vlottende bies. Scirpus fluitans.
27. Bloempjes onduidelijk, ongesteeld 28
Enkele bloempjes langgesteeld, met meeldraden die ver naar buiten uitsteken.
Oeverkruid. Littorella juncea.
28. Bladeren niet langer dan 6 cM., bloemen in de hoeken tusschen blad en stengel (bladoksels).
Zanichellia.
Bladeren langer dan 1 dM., meestal veel langer, zeeplant 20
29. Bladeren met slechts 1 of 3 duidelijk zichtbare nerven.
Klein Zeegras. Zostera nana.
Bladeren met 5–7 nerven.
Zeegras. Zostera marina.
Waterplanten met gesteelde bladeren.
30. Bloemen wit 31
Bloemen geel, tusschen de bladslipjes zitten kleine blaadjes 34
Bloemen paars 36
Bloemen ongekleurd 37
31. Vier meeldraden, drijvende bladeren ongedeeld met verdikte bladstelen.
Waternoot. Trapa natans.
Vijf meeldraden, bloemen in schermen.
Moerasscherm. Helosciadium inundatum.
Meer dan 5 meeldraden, bloem gevormd als een boterbloempje 32
32. Alle blaadjes fijn haarvormig verdeeld 33[207]
De drijvende blaadjes zijn onverdeeld.
Waterranonkel. Batrachium aquatile.
33. Bladslippen in ’t rond uitgespreid. Stijf.
Waterranonkel. Batrachium divaraticum.
Bladslippen niet in ’t rond uitgespreid en slap.
Waterranonkel. Batrachium fluitans.
34. Blaasjes aan alle of de meeste bladeren verspreid 35
Blaasjes afzonderlijk aan een onbebladerden stengel.
Middelst Blaasjeskruid. Utricularia intermedia.
35. Slechts 1 of 2 blaasjes aan de bladeren, aan enkele geen een.
Klein Blaasjeskruid. Utricularia minor.
Veel blaasjes aan de bladeren. Gewoon Blaasjeskruid.
Utricularia vulgaris.
36. Bloemen mooi groot, in kransen van vijf of meer.
Waterviolier, Hottonia palustris.
Bloemen klein, in dicht opeenstaande kransen, omgeven door fijn verdeelde blaadjes.
Kransvederkruid. Myriophyllum verticillatum.
Bloemen klein, in ruim staande kransen met kleine steunblaadjes.
Aarvederkruid. Myriophyllum spicatum.
Bloemen niet in kransen.
Teer vederkruid. Myriophyllum alterniflorum.
37. Bladeren in kransen van vier, regelmatig verdeeld. Zie onder No. 36. Myriophyllum.
Bladeren in veeltallige kransen, ongelijkmatig verdeeld. 38
38. Vrucht met 3 doorntjes, bladeren stijf.
Gedoornd Hoornblad. Ceratophyllum demersum.
Vrucht met 1 doorntje, bladeren slap.
Ongedoornd Hoornblad. Ceratophyllum submersum.

[208]

REGISTER.

Anthokyaan, 166

*Aquarium, 3 , 14, 23 e.v.

*Batrachium, 175

*Blaasjeskruid, 144 e.v.

*Ceratophyllum submersum, 126

Cyclops, 68 e.v.

Daphnia, 68, 71

*Donacia, 17

Dimorphie, 162

Draaitorretje, 110

*Duizendblad, 107, 125

Dytiscus, 5, 45 e.v.

*Eristalis tenax, 104

*Fonteinkruid, 107, 142, 185

*Gaasvlieg, 17

Gammarus, 70

*Gerande Watertor, 5, 19 e.v.

Heterostyl, 162

*Hippuris vulgaris, 139

*Hoornblad, 126

*Hottonia palustris, 162

Hydra, 73 e.v.

Hydrocharis morsus ranae, 175 , 194

Hydrophilus, 9, 36 e.v.

Ingenhouss, 131

*Keverkaken, 30

*Kikkerbeet, 175 184, 186

*Kikkervischje, 101

*Kokerjuffer, 91 , 93, 95 , 100, 109

Koolzuur, 132

*Krabbeschaar, 178

Kroos, 135, 190

Kruisbestuiving, 143

*Larven, 41, 48

*Leeuwenhoek, 7, 75 e.v.

*Lidsteng, 139

Limnanthemum. nymphaeoïdes, 169, 194

*Myriophyllum spicatum, 127 , 141

M. verticillatum, 141

Najas major, 194

N. minor.

Nuphar luteum, 194

Nymphaea alba, 194

Phryganiden, 100

Plomp, 164, 185

*Polygonum amphibium, 157

*Potamogeton crispus, 142, 194

*P. natans, 142, 194

*P. perfoliatus, 194, 196

*P. lucens, 194, 196

P. gramineus, 194, 196

Poppen van kevers, 45, 53

*Rotjes, 100, 103

Ruggezwemmer, 25 e.v.

*Salamander, groote, 97, 101

*Salvinia natans, 194

*Scheeren, 178

Schepnet, 23

Sparganium minimum, 194

*Spinnende Watertor, 9, 36 e.v.

Stekelbaarsje, 55 e.v.

Stekeltjes-bot, 57

Stokjes, 100

*Stratiomys chamaeleon, 103

*Stratiotes aloides, 177

Swammerdam, 4

*Trapa natans, 133

*Utricularia vulgaris, 144 enz. minor, 198 intermedia, 198

*Vallisneria spiralis, 118, 125

Vederkruid, 107, 125

*Veenwortel, 157

Victoria regia, 165

*Wapenvlieg, 103, 106

*Waterdrieblad, 162

*Watergentiaan, 169, 185

Waterlelie, 164, 185

*Waternoot, 113

*Waterpest, 107, 114

Waterranonkel, 175 , 185

Watersalamanders, 81, e.v.

Waterslakken, 81

*Waterspin, 99, 107

Waterspringer, 70

Watervlooien, 68 e.v.

*Waterwants, 41

Zoetwaterpolyp, 73

Zuurstof, 130

Zweefvlieg, 105 [210]

 

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.

Metadata

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

  • 2022-10-15 Begonnen.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering Bewerkingsafstand
6, 86, 200, 200, 207, 207 [Niet in bron] . 1
13 hoet hee hoe heet 2
14 [Niet in bron] 1
41 ndringen indringen 1
42 ononmiddellijk onmiddellijk 2
46, 208 [Niet in bron] , 1
52 , . 1
58 doodt dood 1
59 u uw 1
68, 133 . , 1
77 nie niet 1
79 kamperjapon kamerjapon 1
90 [Niet in bron] ; 1
99, 173 , [Verwijderd] 1
104 vegroot vergroot 1
129 opervlakte oppervlakte 1
132 communiceerente communiceerende 1
138 onmiddelijke onmiddellijke 1
138 aquarim aquarium 1
146 Potamogton Potamogeton 1
146 bloed bloei 1
148 Potemageton Potamogeton 2
150 overzwaluwen oeverzwaluwen 1
150, 150, 163, 164, 166, 184, 184 honig honing 1
151 blaadjeskruid blaasjeskruid 1
153 nieuwgierig nieuwsgierig 1
156 varkenblaas varkensblaas 1
162 rooderoode rozeroode 2
164 honigsnoepers honingsnoepers 1
166 honigvoorraad honingvoorraad 1
166 polygonum-honig polygonum-honing 1
168 moeiste mooiste 1
168 slootboemen slootbloemen 1
171 zweekt kweekt 1
172 honigbuisjes honingbuisjes 1
179 waterrononkels waterranonkels 1
184 honigmachines honingmachines 1
190 pompbladen plompbladen 1
195 ) [Verwijderd] 1
200 alleenstaan alleenstaand 1
203 Patamogeton Potamogeton 1
203 candensis canadensis 1
204 ongesteld ongesteeld 1
207 Blapslippen Bladslippen 1