H.
Haan, De. Oordeel van den haan over den man die de gave bezat de taal der dieren te verstaan, 233.
“Hadjis.” Turksche naam voor pelgrims, 110.
“Haïdooks”. Roofridders; heldendaden van—— bezongen door beroepsbarden, 59.
Haykoona. Dochter van den vizier van Novi Bazar, 181; Stephanus Yakshitch weigert het “water der [379]vergetelheid” hem aangeboden door——, 181 182; ——bekent haar oprechte liefde voor Stephanus Yakshitch en stelt hem in staat te ontvluchten, 182, 183.
Heidendom. Godsdienst en—— 21–57; slechts ten deele verdwenen uit de Balkanstaten, 35.
Heksen. Vrouwelijke kwade geesten, die onverzoenlijk vijandig zijn aan mannen en kinderen, 26, 27; de oude—, in het Servische volksverhaal “Het Vogelmeisje”, 278, 280.
Helden. De aandacht van Servische barden is nu gevestigd op de heldendaden van moderne—te Monastir, Koumanovo, Periep (Prilip), Scoetari (Skadar) enz. 176.
Helene. Een Fransche prinses uit het huis Courtenay, echtgenoote van prins Ourosh, 120.
Helene, Koningin. Moeder van Prins Marko, de Servische troubadours noemen haar Yevrossima (Euphrosyne), 63.
Hemel. De Heiligen verdeelen de schatten des——, 194–196; de sleutels der—— door God aan de Heiligen gegeven, 196; de Heiligen sluiten de zeven Hemelen, 196.
Heraclius, Keizer. Staat provincies af aan de Serviërs, 9; de Serviërs namen het christelijk geloof aan onder de regeering van—— 34.
Herzegovina. De onderwerping voltooid in 1482, 15; koning Voukashin zendt een boek (brief) naar——, 183.
“Hodja”. Turksche naam voor priester, 110–180.
Homerus genoemd, 58.
Hongarije. Duizenden Servische families vertrokken naar Hongarije onder het tiranniek Turksch bestuur, 16.
Hoossein. De vertrouwde dienstknecht van den Vizier van Novi Bazar, 180.
Horea Margi. Zou de hoofdstad zijn van den staat, dien de Serviërs [380]in de negende eeuw stichtten, 10.