WeRead Powered by ReaderPub
Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen cover

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen

Chapter 299: J
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The collection retells the principal Norse myths and sagas, presenting cosmogony, the deeds and personalities of key deities such as Odin, Thor, Frey, and Freya, and the roles of figures like Loki, the Valkyries, and the Norns. It explores supernatural races—giants, dwarfs, elves—and recounts heroic narratives including the Sigurd and Frithiof legends, concluding with the gods' twilight and comparative remarks on classical myth. Chapters are organized around deities, beings, and episodes, combining narrative summary with thematic commentary and many illustrative plates that accompany the ancient poems and prose traditions.

I

Iafn-har. Gylfi ziet, 38

Iarn-greiper. Thor’s handschoen, 60

Iarnsaxa. I. Thors vrouw genaamd, 61;
voedt wolven, 325;
II. golfmeisje, 144

Ida = Idavold, 200;
goden wandelen in het gras op, 333;
Hindskialf even hoog als, 340.

Idavold. Vlakte waar de goden wonen, 10;
speelplaats der goden, 200;
Balder doorstoken in, 202;
laatste samenkomst op, 333

Idises. Nornen, 169

Idoen. Dochter van Ivald, 100;
hoofdstuk betreffende, 102–110;
keert terug naar Asgard, 106;
de appel van, 104, 164;
Loki misleidt, 104, 215;
Grieksche equivalent, 348

Ifing. Stroom langs de vlakte Idavold, 10, 11;
Vafthrudnir vraagt naar, 30;
Loki vliegt over, 76

Ildico. Vrouw van Attila, 88;
= Goedroen, 291

Ilse. Geschiedenis van prinses, 234;
vergeleken met Arethusa, 354

Ilsenstein. Woonplaats van Ilse, 234

Indië. De talen van, 336

Ingeborg. I. Hunvor’s kamermaagd, 293;
II. veranderd in een oude heks, 297;
Thorsten gered door, 297;
moeder van Frithiof, 298;
III. dochter van Belé, 299;
Frithiof’s liefde voor, 299;
Frithiof’s vrijage, 301;
Sigurd Ring als vrijer, 303;
met Frithiof in den tempel, 304;
scheidt van Frithiof, 306, 307;
gehuwd met Sigurd Ring, 311;
Frithiof verlangt naar, 314;
herkent Frithiof, 315;
verloving met Frithiof, 318;
Frithiof beoorloogt de broeders van, 319;
huwelijk met Frithiof, 321

Inglings. Afstammelingen van Frey, 127, 342

Ingvi-Frey. Geschiedenis van, 122–127

Inspiratie, Drank der. Geschiedenis der, 94–102

Io. Noorsche equivalenten voor de geschiedenis van, 344, 346

Iörmungandr. Geboorte en opsluiting van, 89;
Hel geboren tegelijk met, 178;
Thor vischt, 188;
geboorte van, 216;
kruipt op het land, 326;
Loki voert bevel over, 327;
storm verwerkt door, 326

Iran. De hoogvlakte van, 1

Iris. Vergeleken met Gna, 343

Irmin = Odin, Heimdall of Hermod, 28, 148, 152

Irminspad = Melkweg, 29

Irminzuil. Door Karel den Groote vernield, 28

Italië. Gouden eeuw in, 350

Ivald. De smid, 64;
Idoen, dochter van, 100

J

Jack en Jill. Oorsprong der geschiedenis van, 9

Jack in the Green, 36

Januari. Yule in, 126;
Vali’s maand, 163

Jarl. Geboorte van, 151

Jason. Noorsche equivalenten, 347, 358

Jill. Jack en, 9

Johannes de dooper, 25

Jokul = Jötun, 230, 297

Jonakur. Goedroen, vrouw van, 289

Jongere Edda. Gylfi’s misleiding geschetst in de, 38

Jörd. Dochter van Nott, 7;
vrouw van Odin, 36, 41, 58

Jötun-heim. Huis der reuzen, 4;
Vafthrudnir vraagt naar, 30;
koude winden komen uit, 67;
Thor’s bezoek aan, 76;
Odin kijkt naar, 78;
Thor bezoekt Geirrod in, 79, 80;
Loki’s afstammelingen in, 89;
Odin gaat naar, 95;
Skirnir bezoekt, 119;
Thor stelt Freya voor in, 133;
Hel geboren in, 178;
Hyrrokin woont in, 205;
Loki in, 214, 215;
Loki huwt in, 216;
reuzen wonen in, 228;
Tartarus vergeleken met, 338;
Idoen in, 348

Jötuns. De aarde in de macht der, 43;
ontstaan der, 228, 229;
Thor gevreesd door de, 229

Joyeuse. Zwaard van Karel den Groote, 176

Judea. Bethlehem van, 127

Juno. Vergeleken met Frigga, 343;
vergeleken met Freya, 347

Jupiter. Odin vergeleken met, 338, 340, 341, 342;
Amalthea, voedster van, 341;
geschil met Neptunus, 342;
verschalkt door Juno, 344;
Thor vergeleken met, 345;
verschaft zich Ganymedes, 347;
vergeleken met Fro, 349;
wenscht Thetis te huwen, 357

Juterna-jesta. Senjemand bemint, 231

K

Kallundborg. Legende van, 237, 238

Kamille. Balders voorhoofd, 195

Karel de Groote. Aanvoerder van de Wilde Jacht, 24, 25;
Bertha, de moeder van, 55;
Freya’s tempel verwoest door, 134;
zwaard van, 176

Karel de Vijfde. Alva, Generaal van, 88

Karels wagen = Groote Beer, 29

Kari. Broeder van Aegir, 183;
broeder van Loki, 215;
zoon van Fornjotnr, 230

Karl. Geboorte van, 150

Kattegat. Aegir woont in, 183, 354

Keisteen. In Thor’s voorhoofd, 75

Kerlaug. Thor waadt door, 59

Kerstmis. De Wilde Jacht tijdens, 24;
Bertha’s bezoek met, 56;
Yule nu genaamd, 126;
de heksen op Kerstavond, 232

Keulen. Vreemdeling bezoekt, 86

Knefrud. Noodigt de Niblungvorsten uit tot bezoek aan Atli’s hof, 286;
dood van, 287

Kobolden = dwergen, 11, 236;
dwergkoning regeert de elven, 245

Konur. Geboorte van, 151

Koppelberg. Kinderen in den, 27

Kormt. Thor waadt door, 59

Kvasir. I. Moord op, 94;
Odin ontdekt de drie vaten bloed van, 95;
II. Loki ontdekt door, 224, 225

L

Laeding. Spreekwoord betreffende, 347

Laga = Saga, 37

Lampetia. Noorsch equivalent voor de kudden van, 339

Landvidi. Paleis van Vidar, 156, 158

Langbaarden. Sage der, 45

Laufeia. Moeder van Loki, 216

Laugurdag = Zaterdag, 227

Laurin. Koning der dwergen, 239

Leiding. Ketting voor Fenris, 90

Leipter. Stroom in Niflheim, 180

Lemnos. Noorsch equivalent voor, 358

Lerad. Opperste tak van Yggdrasil, 12, 18;
de dieren op, 12

Lessoe. Eiland waar Aegir verblijf houdt, 183

Lethra. Offerplaats, 49

Licht elfen. Alf-heim, het verblijf der, 116

Lif. Overleeft de wereldbrand, 331;
Grieksch equivalent, 357

Lifthrasir. Overleeft de wereldbrand, 331;
Grieksch equivalent, 357

Liod = Gna, 248

Lios-alfan. Elven, 243

Lios-beri. Vali’s maand, 163

Lit. Dwerg door Thor verbrand, 206

Lodur. Verleent den mensch bloed, 12

Loeder = Loki, 215

Lofn. Dienares van Frigga, 47

Logi. Kok van Utgard-Loki, 70;
wild vuur, 71

Logrum. De zee, 49

Loki. Vuurgod, 11;
Sif’s haar geroofd door, 63;
verandert van gedaante, 63;
Thor valt hem aan, 63;
weddenschap met Brock, 64;
vlucht van, 66;
Brock naait de lippen samen van, 66;
weddenschap in het eten, 70;
brengt hamer terug, 78;
huwt reuzin, 89;
geschiedenis met den adelaar, 103;
verzekert den goden Idoen te bevrijden, 105;
zuidenwind is, 107;
Skadi lacht over de potsierlijkheden van, 112;
de bliksem is, 115;
begeert Brisingamen, 133, 147;
leent valkenveeren, 76, 79, 133;
Freya beschuldigd door, 135;
Hel, dochter van, 178;
Aegir, broeder van, 183;
Frigga ondervraagd door, 201;
Hodurs hand geleid door, 202;
Thok synoniem met, 210;
jaloerschheid van, 211;
personifieert den verzoeker, 213;
vuurgod, 211–228;
zoon van Fornjotnr, 230;
bezoekt de aarde, 266;
vermoordt Otter, 266, 267;
neemt den schat, 268;
de Aesir dulden, 323;
rukt ketenen van elkaar, 325;
bestuurt Nagilfar, 326;
aan het hoofd der vijanden, 327, 328;
dood van, 329;
Grieksch equivalent voor de diefstal van, 346;
vergelijkingen, 348, 349, 355, 356

Lombarden. Geschiedenis der, 45

Lombardije. Het bezit van, 46

Longobarden. Geschiedenis der, 45;
Grieksch equivalent, 344

Lorelei. Legende van de, 193, 194;
Grieksch equivalent, 354

Lorride. Dochter van Thor, 62

Lucifer. Loki, evenbeeld van den middeleeuwschen, 214

Lydische koningin. Noorsch equivalent, 345

Lygni. Trekt op tegen Sigmund, 262

Lymdale. Brunhild’s verblijf, 275

Lyngvi. Eiland waar Feris, gebonden werd, 91

M

Maagd. Hand der, 115;
dronk op de gezondheid der, 135

Maagdenburg. Freya’s tempel te, 134

Macbeth.” De Nornen in, 168

Maelstroom. Draaikolk, 128

Magni. Thor’s zoon, 61, 74;
verpersoonlijking van moed, 332;
Grieksch equivalent, 346, 347

Maid Marian. Op den eersten Meidag, 36

Mälar-meer. Legende omtrent het ontstaan van het, 49

Managarm. Gevoed in het IJzerbosch, 325;
Grieksch equivalent, 357

Mana-heim = Midgard, 11;
Grieksch equivalent, 338

Mani. De maan, 7;
metgezellen van, 9;
dood van, 324, 325;
equivalent, 339

Mannigfual. Kolossaal schip, 233; Grieksch equivalent, 357

Mara’s. Troll-vrouwen, 241

Mardel = Freya, 131

Maretak. Legt den eed niet af, 197

Mars = Ares. Noorsch equivalent, 347

Marsyas. Vergeleken met Vafthrudnir, 342

Mecklenburg. Frigga bekend in, 56

Mee. Heidrun verschaft, 12

Meerminnen. Bij Aegirs paleis, 354

Megin-giörd. Thors toovergordel, 60;
Thor maakt hem vast, 70

Mei-dag feesten, 36

Meleager. Nornagesta vergeleken met, 353

Melkweg. In Duitschland en Holland, 29, 56

Memor = Mimir, 29

Menelaus. Noorsch equivalent, 359

Menia. Frodi’s reuzenslavin, 127

Mentor. Eckhardt vergeleken met, 345

Mercurius. Noorsche equivalenten, 342, 344, 345, 347, 352

Meroveus. Geboorte van, 230;
Grieksch equivalent, 357

Merovingers. Voorvader der, 230

Mesnée d’Hellequin. De Wilde Jacht in Frankrijk, 24

Middag. Deel van den Dag, 9

Middernacht. Deel van de Nacht, 9

Midgard. De aarde genaamd, 5;
de wensch woont in, 12;
wortel van Yggdrasil in, 12;
Bifröst overspant, 13;
oogstlanden van, 117;
Uller voert heerschappij over, 137;
huishaan in, 325

Midgardslang. Thor bijna uit de zee getrokken, 71;
Hymir vreest de, 188;
Thor hengelt de, 189, 190;
geboorte van de, 216;
aangevallen door Thor, 329;
Thor doodt de, 330;
equivalent, 338;
stormen verwekt door, 354

Midzomeravond. Feesten op, 213

Midzomernacht. Feesten op aarde in, 245

Miming. Een zwaard, 176

Mimir. Bron van, 12, 29, 93, 95, 144, 146, 229;
oceaangod, 183;
zoon van Hler, 230;
Odin spreekt voor de laatste maal met, 328

Minerva. Noorsche equivalenten, 341, 342, 350, 359

Minos. Noorsch equivalent, 353

Miölnir. Thors hamer, 60;
Thor ontvangt, 66;
dwergen maken, 239;
Thor schept geiten door middel van, 68;
Thor werpt met, 190;
reus gedood door, 221, 229;
Midgardslang verslagen met, 330;
Grieksch equivalent, 345

Misletoe. Zie maretak

Mödgud. Geraamte dat Giöll bewaakt, 179, 207, 208;
Grieksch equivalent, 354

Modi. Zoon van Thor, 61;
verpersoonlijking van sterkte, 332

Modir. Heimdall bezoekt, 150

Moeder Nacht. Langste nacht van het jaar, 123, 213

Moerae. Vergeleken met Nornen, 341

Moeri. Thor’s tempel te, 82

Moezel. Gewoonten aan de oevers der, 123

Mokerkialfi. Nevelwader, met wien Thialfi zal vechten, 73

Morgen. Deel van den dag, 9

Mors. Noorsch equivalent, 355

Mosmeisjes. Stellen herfstbladen voor, 23;
equivalent 245, 246

Mühlberg. Overwinning bij, 88

Muizentoren. In den Rijn, 28

Mundilfari. Vader der paardenbestuurders, 7

Munin. Raaf van Odin, 16;
Od-hroerir ontdekt door, 95;
Grieksch equivalent, 341

Muspells-Heim. Woonplaats van het vuur, 2;
vonken afkomstig uit, 6;
de vurige bende van, 326

Mysinger. Frodi verslagen door den Viking, 128