WeRead Powered by ReaderPub
Blank en Bruin cover

Blank en Bruin

Chapter 3: INHOUD.
Open in WeRead

About This Book

Het verhaal volgt twee jongens, Blank en Bruin, en hun vrienden terwijl zij van schooljaren naar jongvolwassenheid groeien via een reeks korte, losse avonturen. Hoofdstukken behandelen winterse spelen en sneeuwgevechten, ontdekkingen en reizen, familiekronieken, conflicten en kleine heldendaden waarin ook een aap en andere speelse figuren voorkomen. Morele lessen worden niet uitgelegd in lange preken maar zichtbaar gemaakt door de gevolgen van keuzen, waarbij twee wegen van leven — zelfzucht tegenover dienst aan God — consequent tegenover elkaar worden gezet. De vertelling eindigt met aandacht voor vergeving en de overmeestering van haat door liefde, en sluit aan bij jonge lezers door eenvoudige toelichtingen en een woordenlijst.

The Project Gutenberg eBook of Blank en Bruin

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Blank en Bruin

Author: Hilbrandt Boschma

Illustrator: A. Rünckel

Release date: September 10, 2025 [eBook #76853]

Language: Dutch

Original publication: 's-Gravenhage: D. A. Daamen, 1912

Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK BLANK EN BRUIN ***
[Inhoud]

BLANK EN BRUIN

TWEEDE DRUK
’s-Gravenhage
D. A. DAAMEN

[III]

[Inhoud]

VOORAF EEN WOORD AAN DE „GROOTE MENSCHEN”,

.…..allereerst, om te zeggen, dat dit nu geen boek voor hen, maar voor hun zoontjes en neefjes is. Of ze het daarom zelf óók niet mogen lezen?—Als ze er maar plezier in hebben! En een volwassene, die er geen plezier in heeft af en toe eens een boek voor het jonge volkje te lezen, die is zelf nooit recht jong geweest.

Vervolgens, om heeren recensenten onder hen te waarschuwen, dat ze den schrijver nu niet gaan indeelen bij het corps „auteurs voor de jeugd”. Want hijzelf erkent, dat hij zich hier op vreemd jachtveld bevindt, en kan eerlijk verzekeren, er slechts bij ongeluk op verdwaald te zijn.

Dit neemt natuurlijk niet weg, dat men zoo’n ongeluk niet begaat, zonder zich vooraf eenige regels te stellen.

In dit geval dienden er wel vier:

1o. Ik zou, dacht me, een Nederlandsch boek schrijven, dat niet, zooals de meeste vertaalde boeken doen, de jongelui een droomenleven liet leven ergens vèr over de grenzen, zoodat zij voor het leven in hun eigen land en zijn te veel miskende koloniën geen oog krijgen.

2o. Niettemin mocht ik geen voedsel geven aan dien rampzaligen geest, welke de eigen nationaliteit tracht te verheffen door het antichristelijk „Raka!” uit te spreken over wie van een ander ras of gelaatstype is.

3o. Het moest een boek van onzen tijd zijn, en waar ik een stukje Geschiedenis gaf, daar mocht dit niet te ver achter onzen leeftijd liggen. De grijsheid moge leven in het verleden,—het heden behoort aan de jeugd.

4o. Ik zou schrijven voor jongelui, die al zoo ver zijn, dat ze hun oogen beginnen open te doen voor hun bestemming, en die [IV]al bij zichzelven gaan vragen: Waartoe dient het leven en waartoe zal ik het mijne besteden?

Ik heb hun den raad willen geven, het niet toe te wijden aan zichzelf en aan de wereld, maar aan Hem, wiens dienst ons alleen waarlijk gelukkig kan maken. Daartoe heb ik geen gebruik gemaakt van lange, stichtelijke redeneeringen, maar getracht hun het onderscheid tusschen wie God dient en wie Hem niet dient te laten zien.


Dit boek geeft de heele ontwikkelingsgeschiedenis weer van den knaap tot den volwassen jongeling en kàn, dunkt mij, tot allen, die zich in dit levensstadium bevinden, iets te zeggen hebben.

Ik heb mij echter voorgesteld het woord te richten tot een ontwikkelden leerling, die van school ging en die nu een avondje bij mij kwam, om afscheid te nemen. O, dat is een geduchte overgang, als men een laatsten blik werpt door de poort der school en, nieuwsgierig, voor de eerste maal tuurt door de poort van ’t werkelijke leven! Ik zag, dacht mij, hoe mijn lieve, jonge bezoeker zijn heele jongelingsleven vóór zich zag liggen in wonderschoonen, doch geheimzinnigen nevel; en met schitterende oogen mat hij, meende ik, den afstand die daar ligt tusschen de schoolfrak en het bruigomsgewaad! En zoo zaten wij dan tegenover elkaar: hij vol hoop en ik vol vrees. Want ik dacht aan de talrijke gevaren, die hem op zijn lange reis konden bejegenen. En toen nam ik de pen op en teekende hem de twee wegen, waarlangs hij zou kunnen gaan, nu voor de laatste maal nog eens liefderijk en duidelijk en ten einde toe voor.

Moge onder Gods zegen deze teekening er een weinig toe bijdragen om vele jongelui, die op ’s levens tweesprong staan, te brengen tot een vroege, vaste en—vroede keuze!

HILBRANDT BOSCHMA. [V]

[Inhoud]

INHOUD.

Bladz.
Hoofdstuk I, waarin de lezer kennis maakt met „Blank” en „Bruin” en voorts met een tweetal vogels en een aap. 1
Hoofdstuk II, waarin de jongens van Weverstede kennis maken met moordtuigen en afgoden, en de vreemde knaap met een kool 9
Hoofdstuk III, waarin Bamboe zich brandt aan ijs en sneeuw, en de jongens van het Wed een fort bouwen 16
Hoofdstuk IV. Een gevecht in de sneeuw. Bamboe meent, dat er in sneeuwballen steenen groeien, en dat de engelen een bruine kleur hebben 28
Hoofdstuk V, waarin Bamboe de ondervinding opdoet, dat de rivieren in Holland ’s winters heet water bevatten, en Kees, de aap, dat een bedsteêplank een hard voorwerp is, om er zijn woede tegen te luchten 42
Hoofdstuk VI, waarin Leo dertig centen en dertig sterren telt, en Dirk Drijver zeven „heidens” gevangen neemt 57
Hoofdstuk VII. Leo gaat rupsen zoeken en vangt een hollend paard 71
Hoofdstuk VIII, waarin iets verhaald wordt uit de geschiedenis van de familie Van Dintelburg 84
Hoofdstuk IX, waarin de leer der „tropen” wordt behandeld en een leeraar als zijn meening te kennen geeft, dat de Bijbel geen vertaald boek is 94
Hoofdstuk X. Leo en Rudolf zijn voor een oogenblik goede vrienden, ’t geen echter voor den eerste slechte gevolgen heeft 104
Hoofdstuk XI. Bamboe spreekt van een verbrande padi-schuur [VI]en ondervindt dat een Christen een zacht sterfbed heeft 111
Hoofdstuk XII. Leo installeert zich ten huize van zijn oom. 120
Hoofdstuk XIII, waarin het oude spreekwoord bevestigd wordt, dat een ongeluk nooit alleen komt 125
Hoofdstuk XIV. Rudolf raakt in ’t gedrang en vertrekt naar Duitschland 135
Hoofdstuk XV. Leo maakt een plan voor de toekomst, en dat van zijn oom wordt in duigen geworpen 144
Hoofdstuk XVI, waarin een gevecht wordt geleverd van man tegen man 148
Hoofdstuk XVII, waarin blijkt, dat de liefde eindelijk machtiger is dan de haat 163
Hoofdstuk XVIII, waarin op één dag vijf feesten worden gevierd 170
Woordenlijst 181

[VII]

[Inhoud]

Wat men leest, kan nu allemaal geen „gesneden koek” zijn.

’t Kan dus best gebeuren, dat er in dit boekje hier en daar een gedeelte voorkomt, waarvan de jonge lezer zegt: „Kijk, dat begrijp ik niet goed!” ’t Best is om het dan nòg eens te lezen. Zelfs hebben wij hier en daar wel eens een vreemd woord gebruikt.—Luiaards slaan zoo iets natuurlijk maar over, doch flinke jongelui vragen: „Wat beteekent dat?” Nu, de meeste dezer woorden—’t zijn er niet veel—hebben wij met een * gemerkt en achter in ’t boek kortelijk verklaard. [1]