A.
Aanbidding. Van de zon en maan, vuur en bliksem, 28; van dieren, slangen, 29; van den draak, waarin de Zuidelijke Slaven verschilden met de Grieken, 29.
Adrianopel. Hetzelfde als Yedrenet, 124.
Adriatische Zee. Ivan Tzrnoyevitch zeilt over de—— naar Venetië, 135–143.
Adriatische kust. De Latijnen, Traciërs, Grieken en Albaneezen, door de Serviërs naar de—— gedreven, 9.
Agram. (Zagreb) Croaten vestigen in de zevende eeuw een bisdom te——, 21.
Albanië. Onderworpen door Doushan den Machtige, 13; George Kastriotovitch-Skandar-Beg strijdt voor de vrijheid van——, 15; Skadar, de hoofdstad van Noord——, 120.
Albaneezen, De. Door de Serviërs naar de Adriatische kust gedreven, 1; de boschgeesten gevreesd door——, 25; Arbanass een anderen naam voor——, 109.
Alexander. Onwaardige zoon van Milan; bestijgt den troon van Servië, 18; trouwt zijn vroegere maitresse, en wordt vermoord, 18.
Amouradh. Turksch Groot-Vizier; Prins Marko en——, 106–109.
Amouradh, Sultan, (bij verkorting Mourat) verslaat Knez Lazarus op de vlakte van Kossovo, 15; Vlah-Ali onafhankelijk van——, 122; verslagen door den Servischen held Voïvode Milosh, 173.
Anecdoten. Eenige populaire Servische—— 357–364; “De Heilige Petrus en het zand”, 357; “Waarom het Servische volk arm is”, 357; “De zigeuners en de edelman”, 357; “Waarom de priester verdronk”, 358; “De Era van de andere wereld”, 359; “Ieder moet een ambacht verstaan”, 361. [366]
Anjou, Karel van. Prins Ourosh onderhield vriendschappelijke betrekkingen met het Fransche hof van——, 120.
Antivari. Ivan Tzrnoyevitch noodigt alle helden in de provincie—— op de bruiloft van zijn zoon, 139.
Apostelen. De Grieksche priesters en monniken bereiden den grond voor de groote Slavische——,35; Cyrillos en Methodius, de twee Slavische——, 35.
Appel, De. Een symbolische gave, die in Servië het meisje wordt aangeboden door den jongeman, die aanzoek doet om haar hand, 243.
“Appelboom, De gouden”. Een Servisch volksverhaal, 265–273.
Arbanass. Andere naam voor Albanië, 109.
Aartsengel Michael. De—— en de Dood, 37; Kolyivo wordt niet bereid voor den——, 46.
Athos, Berg. Vasso, de abt van den——, vindt het lijk van Marko, 119.
Avala. Een berg bij Belgrado, 177.
Azof, Zee van. De Serviërs leefden ten Noord-Oosten van de—— 9.