WeRead Powered by ReaderPub
Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen cover

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen

Chapter 312: W
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The collection retells the principal Norse myths and sagas, presenting cosmogony, the deeds and personalities of key deities such as Odin, Thor, Frey, and Freya, and the roles of figures like Loki, the Valkyries, and the Norns. It explores supernatural races—giants, dwarfs, elves—and recounts heroic narratives including the Sigurd and Frithiof legends, concluding with the gods' twilight and comparative remarks on classical myth. Chapters are organized around deities, beings, and episodes, combining narrative summary with thematic commentary and many illustrative plates that accompany the ancient poems and prose traditions.

W

Wagen = Groote Beer, 29;
zonne- en maan-, 6;
nacht en dag, 7;
Irmins, 28;
Holda’s, 54;
Nerthus’, 56;
Thor’s, 61, 67, 77;
Frey’s 117;
Freya’s, 133;
vergelijking tusschen de wagens der Grieksche en Noorsche Goden, 339

Wagner. Vier opera’s ontleend aan de Volsunga Saga, 247

Weenen. Gewoonten in, 125

Weerwolf. Sigmund als, 256

Weldegg. Koning van Oost-Saksen, 38

Wener Meer. Thorsten op een eiland in het, 296

Weser. Ratten verdronken in de, 26

West Saksen. Door Odin veroverd, 38

Westenburg. Ilse bemint den Heer van, 234

Westri. Dwerg die het hemelgewelf steunt, 6

Wieland = Völund, 173

Wilde Jacht, 22, 23, 24, 25, 56, 138

Wilde Jager, 22, 25

Wind. Golven spelen met, 185

Wingi = Knefrud, 286

Winilers. Geschiedenis van de Vandalen en, 44, 344

Winter. Odin drijft hem op de vlucht, 36

Witte vrouw. Bertha bekend als de, 55, 56

Wodan = Odin, 15, 22, 41

Wode = Frigga, 56

Woden’s dag = Woensdag, 39

Woensdag = Woden’s dag, 39

Woudmaagden. De elven, 245

Wuotan = Odin, 15, 56

Wurd = Urd, 165

Wyrd. Moeder der Nornen, 157, 158

Y

Ydalir. Verblijf van Uller, 137

Yggdrasil. Het scheppen van, 12;
geiten en herten weiden op, 12;
speer gevormd van een tak van, 30;
Odin hangt aan, 32;
Thor onder de schaduw van, 59;
Idoen valt uit, 107;
de regenboogbrug eindigt onder, 144;
Giallar-hoorn hangt aan, 146;
Nornen wonen onder, 164;
Nidhug knaagt aan den wortel van, 181, 325;
verteerd, 330;
vergelijking, 348

Ymir. IJsreus, 3;
slaap van, 3;
dood van, 5, 228;
de aarde geschapen uit, 5;
dwergen uit zijn vleesch, 10, 236, 340;
Fornjotnr synoniem met, 215, 230;
vergelijking, 215, 337, 338

IJsland. Thvera op, 123;
Freya in, 129;
doolhof op, 175;
spleten en geysers in, 227;
Noormannen vestigen zich op, 333;
beschrijving der natuur van, 337

IJslanders. Verbeelding der, 1, 146;
noemen hooge bergtoppen Jokul, 230

IJslandsch. Kusten, 246

Yuldag, 82

Yule. De maand en het feest van, 123, 126, 314

Yuleblok, 126

Yuletijd, 101, 126, 315

IJzerbosch. IJzeren bladeren in het, 179;
wolven gevoed in het, 325

Z

Zaterdag. Aan Loki gewijd, 227

Zeeland. Gefjon vormt, 344

Zephyrus. Vergeleken met Frey, 349

Zeus. Noorsch equivalent, 343

Ziu = Tyr, 84

Zomermaanden. Balder verbannen gedurende de, 139

Zuisburg = Augsburg, 84

Zwaarddansen, 84

Zwarte Dood. Pestilentie, 182

Zwarte woud. Reuzen in het, 234

Zwarte Zee. Mannigfual doorkruist de, 357

Zweden. Meidag in, 36;
Odin verovert, 37;
Gyfli, koning van, 38, 48;
Thor in, 61;
Frey regeert over de, 126, 127;
Frodi bezoekt, 127;
Freya in, 129, 135;
Nidud, koning van, 174;
mijnwerkers in, 242

Zwerver. Odin als, 30

Zwitserland. Reuzen in, 230