Wagen = Groote Beer, 29;
zonne- en maan-, 6;
nacht en dag, 7;
Irmins, 28;
Holda’s, 54;
Nerthus’, 56;
Thor’s, 61, 67, 77;
Frey’s 117;
Freya’s, 133;
vergelijking tusschen de wagens der Grieksche en Noorsche Goden,
339
Wagner. Vier opera’s ontleend aan de Volsunga Saga, 247
Weenen. Gewoonten in, 125
Weerwolf. Sigmund als, 256
Weldegg. Koning van Oost-Saksen, 38
Wener Meer. Thorsten op een eiland in het, 296
Weser. Ratten verdronken in de, 26
West Saksen. Door Odin veroverd, 38
Westenburg. Ilse bemint den Heer van, 234
Westri. Dwerg die het hemelgewelf steunt, 6
Wieland = Völund, 173
Wilde Jacht, 22, 23, 24, 25, 56, 138
Wind. Golven spelen met, 185
Wingi = Knefrud, 286
Winilers. Geschiedenis van de Vandalen en, 44, 344
Winter. Odin drijft hem op de vlucht, 36
Witte vrouw. Bertha bekend als de, 55, 56
Wode = Frigga, 56
Woden’s dag = Woensdag, 39
Woensdag = Woden’s dag, 39
Woudmaagden. De elven, 245
Wurd = Urd, 165
Ydalir. Verblijf van Uller, 137
Yggdrasil. Het scheppen van, 12;
geiten en herten weiden op, 12;
speer gevormd van een tak van, 30;
Odin hangt aan, 32;
Thor onder de schaduw van, 59;
Idoen valt uit, 107;
de regenboogbrug eindigt onder, 144;
Giallar-hoorn hangt aan, 146;
Nornen wonen onder, 164;
Nidhug knaagt aan den wortel van, 181, 325;
verteerd, 330;
vergelijking, 348
Ymir. IJsreus, 3;
slaap van, 3;
dood van, 5, 228;
de aarde geschapen uit, 5;
dwergen uit zijn vleesch, 10,
236, 340;
Fornjotnr synoniem met, 215,
230;
vergelijking, 215, 337, 338
IJsland. Thvera op, 123;
Freya in, 129;
doolhof op, 175;
spleten en geysers in, 227;
Noormannen vestigen zich op, 333;
beschrijving der natuur van, 337
IJslanders. Verbeelding der, 1, 146;
noemen hooge bergtoppen Jokul, 230
IJslandsch. Kusten, 246
Yuldag, 82
Yule. De maand en het feest van, 123, 126, 314
Yuleblok, 126
IJzerbosch. IJzeren bladeren in het,
179;
wolven gevoed in het, 325
Zaterdag. Aan Loki gewijd, 227
Zeeland. Gefjon vormt, 344
Zephyrus. Vergeleken met Frey, 349
Zeus. Noorsch equivalent, 343
Ziu = Tyr, 84
Zomermaanden. Balder verbannen gedurende de, 139
Zuisburg = Augsburg, 84
Zwaarddansen, 84
Zwarte Dood. Pestilentie, 182
Zwarte woud. Reuzen in het, 234
Zwarte Zee. Mannigfual doorkruist de, 357
Zweden. Meidag in, 36;
Odin verovert, 37;
Gyfli, koning van, 38, 48;
Thor in, 61;
Frey regeert over de, 126,
127;
Frodi bezoekt, 127;
Freya in, 129, 135;
Nidud, koning van, 174;
mijnwerkers in, 242
Zwerver. Odin als, 30
Zwitserland. Reuzen in, 230