Wie onzer sportsmen slaat hem ooit in dit reuzen-record?”
Men moge denken over Columbus, zooals men wil; men moge de ontdekking van Amerika eene ramp noemen voor de oorspronkelijke bewoners, de daad blijft groot en grootsch, en de gevolgen van die daad waren onberekenbaar voor het verarmde, maar krachtige Europa, voor de Nieuwe Wereld zelve en—ook voor het Zwarte Afrika.
Europa heeft zich eeuwen lang verrijkt met den onnoemelijk grooten schat van goud en zilver, gedolven uit de mijnen der Nieuwe Wereld, of eenvoudig weggenomen uit tempels en paleizen. Met dat goud en zilver deed Europa verbazend veel; het werd de bron van stoffelijke en geestelijke welvaart. Maar ook het plantenrijk van Amerika heeft eene ontzettende rol gespeeld, waar het zwarte slaven behoefde om den grond te bebouwen, teneinde katoen, suiker, cacao en tabak te kunnen oogsten.
De slavenhandel is thans afgeschaft, maar niet te tellen zijn de Negers, die er de slachtoffers van werden. Voor Afrika werd dus in dit opzicht, Amerika’s ontdekking eene ramp.
Dit was evenwel niet de schuld van Columbus. De wijze waarop de Spanjaarden en Portugeezen koloniseerden draagt de schuld van al de rampen. En nog zijn de gevolgen van die slechte kolonisatie niet ten einde. Wie van de Republiek Mejico steeds Zuidwaarts trekt, vindt overal nog de nawerking van Spanjes gouddorst en bloedig bestuur. Men heeft er, over het heele vasteland, Spanjes gezag afgezworen, maar daarmede brak voor de ongelukkige landen de gouden eeuw van vrede en welvaart niet aan. Integendeel, nu begon eerst de grootste ellende voor de nakomelingen der Kolonisten.
Meer kwaad dan ooit de verdrukking van een’ Koning deed, doen daar thans de eer- en heerschzucht van de mannen, die zich, als President, aan het hoofd van de groote en kleine Republieken stellen. Even als ten tijde van Cortez en Pizarro wordt de dolk er gehuldigd, en ziet een eerzuchtige geene kans om in eene Republiek den President te verwijderen, teneinde in zijne plaats te komen, geen nood! Die eerzuchtige vindt zijne partij en vestigt eene nieuwe Republiek, tot hij op zijne beurt alweer verdrongen wordt door een ander.
Onder zulk staatkundig gemartel, dat steeds met burgeroorlog gepaard gaat, kunnen handel, industrie, kunsten en wetenschappen met geene mogelijkheid zich ontwikkelen. Al wat liefelijk en schoon is, wordt verbannen, en al wat ruw en leelijk is, vat er post. Wordt de wetenschap er beoefend, dan is het minder om het welzijn van het volk te dienen, doch meer om te kunnen offeren op het altaar der laagste hartstochten.
De toestand van heel Zuid-Amerika is treurig, en waren er geene Republieken, als de Vereenigde Staten van Noord Amerika en Zwitserland nu, was er niet eenmaal eene Republiek der Vereenigde Nederlanden geweest, was er nu nog niet eene Fransche Republiek, die, trots hare verdeeldheid, toch krachtig en welvarend is, dan zou men er toe komen om den Republikeinschen Regeeringsvorm den slechtsten te noemen, die er bestaan heeft en nog bestaat.
En wilden daarbij wel,
Deze Aarde was een Paradijs;
Nu is ze vaak een hel.”
Zoo zong de gemoedelijke Camphuyzen een paar eeuwen geleden en hij sprak daarmede eene groote waarheid uit. De menschen zijn, helaas, niet allen wijs en willen niet allen wel, en hierin zit de groote oorzaak van den ongelukkigen stand van zaken in de Amerikaansche Republieken van Mejico tot Patagonië. Hoe verstandiger en edeler de menschen zijn, hoe minder het er op aankomt, onder welken Regeeringsvorm men leeft. Maar eeuwen lang zijn in de Spaansche Koloniën de geesten uitgedoofd en was wetenschap er de uitbestede wees. Eeuwen lang heeft men er het volk in een’ staat van trotsche domheid en verregaande onwetendheid gehouden. Toen de Peruanen geene Inka’s meer hadden, waren ze als dwalende schapen zonder herder. Maar de geschiedenis van den val van het Inka-rijk is voor de Republikeinen van Amerika te vergeefs geboekt geworden, want toen men het juk van Spanje afwierp, was men niet instaat zichzelven te regeeren; de overgang geschiedde te plotseling, en na de onafhankelijkheids-verklaring heeft men den tijd niet gehad om door goed onderwijs en eene uitmuntende opvoeding de hoofden te verrijken en de harten te veredelen.
Dikwijls echter hangt alles af van één’ man, die aan zulk een’ ongelukkigen toestand een einde maakt. Maar dat moet een man zijn met een helder hoofd en eene ijzeren wilskracht, een soort van Pizarro, maar veel beter nog, een soort van De Balboa. Jaren van rust zijn, onder elken Regeeringsvorm, in een land noodig om het volk wijzer en beter te maken. Scholen moeten er kunnen gebouwd en geld moet er voor goed onderwijs kunnen besteed worden, zal er orde en welvaart zijn.
Of die tijd voor de ongelukkige Amerikaansche Republieken ooit komen zal? Of ze, zooals een dagblad-correspondent zich onlangs uitdrukte, nog lang zullen moeten bestaan „als afschrik voor de Europeanen, die de Republikeinsche denkbeelden zijn toegedaan”? Wie zal het zeggen? Wie waagt zich in deze aan eene voorspelling?
Zou de wetenschap, die tegenwoordig zulk eene hooge vlucht neemt, en in onbegrijpelijk korten tijd verbazende veranderingen teweeg brengt, ook eenmaal de booze hartstochten bedwingen en de menschen wijs maken?
Als dàt zoo is, dan zal die toestand spoedig genoeg veranderen, zelfs zonder hulp uit de Oude Wereld. Het land, dat eenmaal Azteken en Peruanen had, staat op het punt om aan de spits der beschaving te komen; want wat Amerika vooral in zijne Vereenigde Staten, die bijna voor iederen Europeaan „het Amerika” uitmaken, nu is, kan reeds ieders verbazing wekken, en steeds neemt de wetenschap er hooger vlucht. Zooals het oliezaad in een pas ingedijkten polder van goede klei veel weliger en krachtiger groeit en meer zaad oplevert dan op een’ reeds lang gebruikten en toch goed bemesten grond, zoo ook schijnt de wetenschap op den maagdelijken akker van den geest veel forscher en krachtiger te wassen dan op den akker, die al zoo vele jaren oogst opleverde. Kunnen we het vierde eeuwfeest van de ontdekking der Nieuwe Wereld nu nog vieren met Amerika náást ons, het staat te voorzien, dat het vijfde eeuwfeest zal gevierd worden met Amerika bòven ons. In eene geestige causerie, die wel den naam van „studie” kan dragen, heeft Mr. H. A. des Amorie van der Hoeven in zijn reeds vroeger even aangehaalden „Cirkelgang der beschaving” er eenige jaren geleden reeds op gewezen. De landen ten Oosten van ons, vroeger zoo beschaafd, staan thans verre achter ons. Zullen wij ook eenmaal voor Amerika die „landen ten Oosten” zijn? We hopen het niet; maar het eene ramp te noemen, wanneer Amerika ons vóór gaat, dat zeggen we nog zoo gauw niet. De trekgans, die aan de spits van eene vlucht makkers, als voorvlieger, de lucht klieft, gaat willig achter in de rij om volgeling te zijn, ten einde in de daardoor verkregen rust krachten te verzamelen om straks alweer op hare beurt voorvlieger te kunnen worden.
INHOUD.
Overzicht aangebrachte correcties
De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:
| Plaats | Bron | Correctie |
|---|---|---|
| Blz. 3 | . | , |
| Blz. 9 | Lencippus | Leucippus |
| Blz. 12 | [Niet in Bron] | ” |
| Blz. 20 | [Niet in Bron] | ” |
| Blz. 22 | [Niet in Bron] | . |
| Blz. 27 | [Niet in Bron] | „ |
| Blz. 42 | specerijën | specerijen |
| Blz. 44 | Saraceenen | Saracenen |
| Blz. 52 | Canjo | Câno |
| Blz. 62 | zet’ten | zett’en |
| Blz. 67 | Miléte | Milete |
| Blz. 68 | peizenden | peinzenden |
| Blz. 68 | Westen | Oosten |
| Blz. 80 | —— | — |
| Blz. 84 | de de | de |
| Blz. 94 | [Niet in Bron] | ” |
| Blz. 96 | Friana | Triana |
| Blz. 102 | [Niet in Bron] | . |
| Blz. 109 | ’ | ” |
| Blz. 120 | . | , |
| Blz. 128 | onsteekt | ontsteekt |
| Blz. 140 | [Niet in Bron] | . |
| Blz. 151 | Mejikanen | Mejicanen |
| Blz. 155 | Kathaï | Kataï |
| Blz. 165 | . | , |
| Blz. 170 | Romeimen | Romeinen |
| Blz. 177 | Phenthesiléa | Penthesiléa |
| Blz. 177 | [Niet in Bron] | ( |
| Blz. 177 | [Niet in Bron] | ) |
| Blz. 179 | Coquibacao | Coquibacoa |
| Blz. 179 | Coquibacao | Coquibacoa |
| Blz. 184 | Anocaona | Anacaona |
| Blz. 184 | Barthelomeus | Bartholomeus |
| Blz. 187 | Barthelomeus | Bartholomeus |
| Blz. 197 | Janez | Yanez |
| Blz. 202 | Ovado | Ovando |
| Blz. 204 | Ovanda | Ovando |
| Blz. 209 | Fiësco | Fiesco |
| Blz. 226 | de Balboa | De Balboa |
| Blz. 227 | De Balbao | De Balboa |
| Blz. 231 | Ariaz | Arias |
| Blz. 234 | de Balboa | De Balboa |
| Blz. 234 | De Balbao | De Balboa |
| Blz. 240 | de Gryalva | De Gryalva |
| Blz. 240 | geb. | Geb. |
| Blz. 242 | Barameda | Barrameda |
| Blz. 245 | Portugeeschen | Portugeezen |
| Blz. 249 | Anacoana | Anacaona |
| Blz. 254 | Huitzilspotchli | Huitzilopotchli |
| Blz. 273 | Mejikaansche | Mejicaansche |
| Blz. 291 | Crusifix | Crucifix |
| Blz. 304 | [Niet in Bron] | , |
| Blz. 311 | Saten | Staten |