BEREDENEERDE LIJST VAN AFBEELDINGEN

Portret van Potgieter,
frontispiece.

In JAN JANNETJE:

Vermeer van Delft: Meisje met de Luit.
pag. 49.

In 't RIJKSMUSEUM:

(Ik geef de door ons afgebeelde werken in de volgorde, waarin P. ze vermeldt en waarin ze ook tusschen den tekst geplaatst zijn.—Mèt de nummers van den tegenwoordigen catalogus. Aanwijzing van de zaal waar zij te vinden zijn, die ik eerst ook had willen doen, laat ik ten slot achterwege, nu een algeheele verplaatsing spoedig te wachten is.)

I No. 1579. Prins Willem I door Michiel Jansz. van Miereveld (1567–1641) ('t gelaat naar 't oorspronkelijke van Cornelis de Visscher).
pag. 83.
II No. 153. Kenau Simonsdochter Hasselaer.—Onbekende schilder.
pag. 86.
III No. 720 Dirck Volckertz. Coornhert, door Cornelis Cornelisz. van Haerlem (1562–1638).
pag. 87.
IV No. 1581 Prins Maurits door Miereveld.
pag. 89.
V No. 1604 Hugo de Groot door id. (dit is een copie.)
pag. 91.
VI No. 1587 Johan van Oldenbarneveldt door id.
pag. 92.
VII No 1177 De afdanking der Waardgelders door Pauwels van Hillegaert (1595–1640).
pag. 93.
(Het Museum telt twee stukken die 't zelfde gegeven voorstellen; 't eene van Hillegaert, 't andere No. 809 door Joost Cornelisz. Droochsloot (1586–1666). Welke der twee stukken, die beide al in 1808 in de verzameling waren, Potgieter bedoeld mag hebben, blijkt niet. We geven dus op goed geluk een ervan).
VIII No. 2489 „Voorstelling van Prins Maurits te paard, aan het hoofd der leden van zijn geslacht” door Adriaen Pietersz. v. d. Venne (1589–1662).
pag. 94.
(De catalogus meldt als de leden van M's geslacht: de koning van Bohemen, Philips Willem, Frederik Hendrik, Willem Lodewijk en Ernst Casimir, Johan Ernst en Johan Lodewijk;
en eene ander aan de spits zijner krijgsbevelhebbers” zegt Potgieter. Wat dit mag geweest zijn, heb ik niet kunnen ontdekken. Hillegaert's voorstelling van den slag van Nieuwpoort kan het in geen geval geweest zijn. De schilderij werd eerst in 1878 aangekocht.)
IX No. 1180 Prins' Maurits afrijdend ter jacht door van Hillegaert.
pag. 95.
Op den achtergrond 't Binnenhof te 's-Gravenhage.
X No. 97 „Allegorie van M's leven” waarschijnlijk de schilderij, in 1809 uit de verzameling van mevr. Bicker aangekocht en die in den catalogus vermeld staat als:
De kat die de bel wordt aangebonden,” satire op de godsdiensttwisten in Holland omstreeks 1618–19 en de terechtstelling van Oldenbarnevelt.—Maker onbekend.
pag. 96.
XI No. 1997 „Leycesters beeldtenis schuilt onder die der onbekende meesters,” zegt P. De catalogus van heden plaatst de schilderij op naam van den Haagschen schilder Jan Anthonisz. van Ravesteyn (1572–1657).
pag. 97.
XII, XIII Nos. 355 en 356 „Albertus en Isabella vindt gij, als ge ze zoekt, maar geen trofeën der overwinning bij Nieuwpoort”.
pag. 98 en 99.
Ook nu nog maker onbekend, al behoeft ge niet meer naar de portretten te zoeken. Hierboven is gewezen op den lateren aankoop van Hillegaert's Slag bij Nieuwpoort.
XIV Reinier Pauw.
pag. 101.
We geven zijn portret naar een gravure uit 't Rijksprentenkabinet.
XV No. 1348 Thomas De Keyser: „Portretstuk van een Heer, Dame en drie dochters,” indertijd en ook door P. ten onrechte aangezien voor Rombout van Hogerbeets en zijn gezin.
pag. 104.
XVI No. 1348 „Het stuk van Jacob Gerritsz. Cuyp” (1594–1652) vader van den beroemden Albert Cuyp, waarvan P. gewaagt, wordt nu ook aan de Keyser toegeschreven, en stelt voor: de familie Meebeeck Cruywagen.
pag. 105.
XVII No. 1582 Frederik Hendrik door Miereveld.
pag. 108.
XVIII No. 1238 Idem, door Gerard van Honthorst (1590–1656) gedateerd 1660, dus geschilderd nà 's Prinsen dood.
pag. 109.
XIX No. 1584 Jacob Cats door Miereveld.
pag. 110.
XX No. 1726 Constantijn Huygens door Caspar Netscher (1639–1684).
pag. 111.
XXI No. 1832 Pieter Cornelis Hooft „om strijd door Bramer en door de Keyzer veraanschouwelijkt,” zegt P.—Doch die Bramer is Juriaan Ovens geworden (1623–1678) een Duitsch leerling van Rembrandt, en was eerst aan Sandrart toegeschreven, op wiens naam nu echter
XXII No. 2118 staat, dat vroeger op de Keyser's naam stond, en beschouwd wordt als een copie naar een prent van Perseyn.
pag. 112 en 113.
XXIII No. 928 „Vondel, wiens hoofd wij aan Jan Lievensz zijn verplicht.” Maar dit staat nu op naam van Govert Flinck (1615–1660).
pag. 115.

XXIV No. 716 Piet Heyn door Wybrand de Geest (1590–1659) (Maar of dit wel onzen Piet Hein voorstelt, schijnt thans meer dan twijfelachtig.)
pag. 117.
XXV No. 1659 Maria van Utrecht door Paulus Moreelse (1571–1638). (Dit portret draagt het jaartal 1615, werd dus geschilderd vóór Maria weduwe was. P's woorden doen denken of zij ons aanblikt àls weduwe).
pag. 126.
XXVI No. 407 Maria van Reygersbergh (1589–1653) echtgenoote van Hugo de Groot, door David Bailly (1584–1657).
pag. 127.
XXVII No. 857 Prins Willem II en zijn jonge gemalin Prinses Maria Stuart door Antonie van Dijck (1599–1641) 't laatste werk van dezen Hofschilder, w/i P. en zijn tijdgenooten niet ons jeugdig echtpaar (ze waren pas even 15) maar broeder en zuster zagen.
pag. 161.
XXVIII No. 1136 Luitenant Johan Oetgens van Waveren op De Schuttersmaaltijd van Bartholomeus van der Helst (1613–1670). 't Is de figuur die zijn' kapitein, Cornelis Jansz. Witsen, de hand drukt.
pag. 165.
XXIX No. 2016 „De heer Banning Kok, hoofdfiguur op Rembrandts Vogelschieten, want de naam Nachtwacht luidt hier kwalijk.”
pag. 166.
XXX No. 925 „Joan Huydecoper op Govert Flinck's Doelenstuk.”
Hij is het middenpunt van de groep op dit stuk, geschilderd ter eere van het sluiten van den Vrede van Munster, 1648. Flinck (1625–1660).
pag. 167.
XXXI No. 1245 Prins Willem II door Willem van Honthorst (1604–1666)
Er zijn in ons Museum portretten van Willem II zoowel door Gerard v. Honthorst als door zijn broeder Willem geschilderd. Dat in het doffe harnas is blijkens de dagteekening van 1661, kan dus niet een werk van Gerard zijn, maar is afkomstig van Willem, blijkbaar naar 't een of ander voorbeeld gemaakt.
pag. 169.
XXXII No. 2117 „Welkomer nog zoude ons Cornelis Bicker wezen.” Sintsdien is er een portret van hem onder No. 239, door een onbekend schilder, en zijn corporaalschap door Joachim von Sandrart (1606–1668) geplaatst, waarvan we een fragment kozen.
pag. 176.
XXXIII No. 1144 Maria van Engeland, Weduwe van Prins Willem II, door Bartholomeus v. d. Helst.
pag. 177.
XXXIV No. 401 Jan de Witt door Jan de Baen
pag. 179.
Backhuyzen, Peters, v. d. Velde verklaren u in ditzelfde gebouw om strijd.” Hier doelt Potgieter op:
XXXV No. 40 De Raadpensionaris Johan de Witt aan boord gaande van de Ned. Vloot op 13 Sept. 1665 door Ludolf Bakhuysen (1631–1708).
pag. 180.
XXXVI No. 1850 Het verbranden van de Eng. vloot voor Chatham, 20 Juni 1667, toegeschreven aan den Antwerpenaar Jan Peeters (1624–1677) en
pag. 181.
XXXVII No. 2470 De vierdaagsche Zeeslag (11–14 Juni 1666) en
pag. 182.
XXXVIII No. 2471 De veroverde prijzen in dien slag, beiden door Willem v. d. Velde den Jongere.
pag. 183.
Er zijn nu veel meer zeeslagstukken van dezen schilder en van zijn vader, doch alle pas na 1844 verkregen, zoodat P. slechts op deze gedoeld kan hebben.
XXXIX No. 549 Michiel Adr. de Ruyter door Ferdinand Bol (1616–1680).
pag. 185.
No. 548 stelt denzelfde voor; doch deze schilderij kwam eerst in 1885 in het Rijksmuseum.

XL No. 402 Cornelis de Witt, Burgemeester van Dordrecht, door Jan de Baen.
pag. 187.
XLI No. 2140 Prins Willem III, borstbeeld bij kaarslicht door Godfried Schalcken (1643–1706), bekend als de kaarslichtschilder.
pag. 188.
XLII „Portretten van vorsten en vorstinnen uit het huis van Oranje in... pastel,” zegt P. minachtend. Er is een heele serie van; we bepalen ons tot éen van de vele voortbrengselen van Joh. Fr. Aug. Tischbein (1750–1812)—het portret van Frederica Sophia Wilhelmina van Pruisen, gemalin van Prins Willem V.
pag. 203.

Alle afbeeldingen zijn speciaal voor dezen bundel naar de schilderijen opgenomen door den heer K. SAMPLONIUS.

Bij dezen bundel sluit zich aan, onze tweede bundel

E. J. POTGIETER:

Verzen en Proza

(Liederen van Bontekoe—Blaauwbes—Marie—'t Was maar een pennelikker—Ezelinnen—Hanna)

Prijs ingenaaid 20 cts.; carton 30 cts.; gebonden 40 cts.

(2e Druk).

Overzicht aangebrachte correcties

De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:

PlaatsBronCorrectie
Blz. 4P. C. HooftP. C. Hooft
Blz. 6RijkmuseumRijksmuseum
Blz. 8onbeduidenheidonbeduidendheid
Blz. 8[Niet in Bron.]
Blz. 8Huygen'sHuygens'
Blz. 11HuygensHuygens'
Blz. 11geeischtgeëischt
Blz. 11 (voetnoot)Huygen'sHuygens'
Blz. 12gramaticaalgrammaticaal
Blz. 17toeschijvingtoeschrijving
Blz. 18Cat'sCats'
Blz. 18aanwijzigingenaanwijzingen
Blz. 18RijkmuseumRijksmuseum
Blz. 22[Niet in Bron.].
Blz. 25[Verwijderd.]
Blz. 27[Niet in Bron.]
Blz. 30[Niet in Bron.]
Blz. 44CompanieCompagnie
Blz. 48[Niet in Bron.]J63)
Blz. 51[Niet in Bron.]
Blz. 51verbeeldeverbeeldde
Blz. 54poëetenpoëten
Blz. 55[Niet in Bron.]
Blz. 55ClaassenKlaassen
Blz. 55[Niet in Bron.],
Blz. 5725.0025.000
Blz. 58OldebarneveldtOldenbarneveldt
Blz. 62[Verwijderd.]
Blz. 62P.'sP's
Blz. 63tuschentusschen
Blz. 63[Niet in Bron.].
Blz. 69weerkaatstweêrkaatst
Blz. 69gegaaangegaan
Blz. 74chavelierchevalier
Blz. 85WillenWillem
Blz. 103noodigernoodigen
Blz. 114toepasseijktoepasselijk
Blz. 116'slands's lands
Blz. 119MierveldtMiereveldt
Blz. 124dede
Blz. 130.,
Blz. 130bijhij
Blz. 143genieëngeniën
Blz. 159HarpenszoonHarpertszoon
Blz. 160Flink'sFlinck's
Blz. 162FlinkFlinck
Blz. 170:[Verwijderd.]
Blz. 173onstervelijkenonsterfelijken
Blz. 178[Niet in Bron.])
Blz. 178dehet
Blz. 180[Niet in Bron.]XXXIV
Blz. 189[Niet in Bron.].
Blz. 195gewarsboomdgedwarsboomd
Blz. 197AdmiraalschipAdmiraalsschip
Blz. 201OldebarneveldtOldenbarneveldt
Blz. 202[Niet in Bron.]XLII
Blz. 207[Niet in Bron.].
Blz. 208HaringsHaring's
Blz. 211Huygen'sHuygens'
Blz. 212GalilëiGalilei
Blz. 217[Niet in Bron.]
Blz. 218[Niet in Bron.]
Blz. 219.,
Blz. 221BackuyzenBackhuyzen
Blz. 222admiraalschipadmiraalsschip
Blz. 223Sins dienSindsdien
Blz. 225[Niet in Bron.])
Blz. 226[Verwijderd.]
Blz. 239[Verwijderd.]
Blz. 244  [Inspringing verwijderd.]
Blz. 250Pieterz.Pietersz.
Blz. 252[Niet in Bron.].
Blz. 252[Niet in Bron.].
Blz. 254[Verwijderd.]