193 Ik smeek mijn vader, door te mogen gaan. 

194 Toovermiddelen. 

195 Ge hebt het gezocht, ge hebt het gevonden, ge moet het dus dragen. 

196 Jassi (in het negerengelsch) is een gevaarlijke, besmettelijke huidziekte. Zie jas, in verklarend register. 

197

Mininimi, kom eten,

Krimintaria, kom eten,

Kopro Kanon, blijf daar!

198 Wilt ge mij voor twee centen bakoven verkoopen? 

199

Mininimi is er niet,

Krimintaria is er niet,

Kopro Kanon alleen is er.

200 Watermama. 

201 Opkomende vloed. 

202 Pagaal*. 

203 Zie No. 18 der Indianen-Serie. 

204 Kinderen der meermin. 

205 Is hier verband met den naam van een boomeend, skróerki genoemd. (Zie noot blz. 163). 

206 De boa heeft zich aangekleed. 

207 Groote vergadering. 

208 Vriend Tijger. 

209 Slang. 

210 Aap. 

211 Dat deze tot de reigers behoorende vogel tot schildwacht was gekozen, had hij te danken aan zijn uithoudingsvermogen, om urenlang, onbewegelijk, aan den waterkant te kunnen staan, loerende naar voorbij zwemmende visschen. 

212 Is hier verband met het geloof van den Goudkust-neger aan den Zaterdag als een ongeluksdag, naar een op dien dag gehouden noodlottigen veldslag? Volgens de Boschnegers zal, evenals bij de Ashantijnen hij, die op Zaterdag geboren is, ongelukkig zijn. 

213 Meneer, morgen zult ge ons niet meer zien, miauw! 

214 Dans. 

215 Gij laat hem al het mooie zien; gij moet hem den leelijken kant ook laten bekijken. 

216 Zie het uit dezen bundel in Bijvoegsel II overgenomen Spinverhaal, waarvan No. 17 van onze stadsneger-verzameling een variant is. 

217 Eerst kort vóór het afdrukken dezer bladzijden ontving ik nog door de welwillendheid van den oud-gezagvoerder van St.-Eustatius, den Heer G. J. van Grol een op dit eiland opgeteekende Spinvertelling, die te belangrijk was, haar in dezen bundel niet op te nemen, in de plaats van de vroeger reeds gepubliceerde (H.) Curaçaosche Spinvertelling „Nansi en de bonte koe”. 

218 De opdracht aan iemand, die naar Suriname vertrok, medegegeven, om de groeten aan een familielid op Curaçao over te brengen, wanneer hij er eens op de thee mocht gaan, was dus een groote flater. 

219 Het feit alleen, dat de Afrikaansche vrouwennaam Akoeba, die de echtgenoote van Vader Spin in de Surinaamsche negervertellingen steeds draagt, op Curaçao vervangen is door Chi Maria (Chi—uitgesproken Tsji—is het lidwoord vóór een vrouwennaam in het papiamento) zegt genoeg, om den katholieken invloed te illustreeren. (Zie voor de naamsverandering door de katholieken bij het doopen van Indianen: C. a.). 

220 Cha (uitgesproken: „Tsja” = lidwoord vóór een mannennaam) Nansi i pobbichi di breeuw. 

221 In het Neger-Engelsch „een lastig mensch”. 

222 Beteekenis onbekend. Vermoedelijk een Afrikaansch woord. 

223 Terwijl de West-Indische Negers onder den invloed der Zending hun polytheïstisch geloof meer en meer hebben verlaten en in plaats van hunne talrijke godheden, het Opperwezen der Christelijke leer zijn gaan erkennen, hebben vele Afrikaansche negerstammen aan hun polytheïstisch stelsel slechts een nieuwe godheid toegevoegd, die zij van de Blanken hebben overgenomen. De erkenning toch, dat de blanken in ieder opzicht boven hen staan en de overtuiging, dat hunne eigene goden hen niet meer in staat stellen, tot voorspoed te geraken, deed hen gretig een God van grooter macht aannemen (Ba. blz. 23), die zij Nana Nyankupon (= Heer in den Hemel) noemen (El. blz. 24). 

224 Zie: Het eiland St.-Eustatius door G. J. van Grol, oud-gezaghebber van het eiland, in de „Indische Mercuur” van 19 Maart 1907 en ook H. van Kol (Ko). De Heer van Grol heeft veel gedaan voor de invoering van de katoencultuur en voor de aanmoediging der bijenfokkerij. 

225 Zij vervangt de reeds elders verschenen Curaçaosche vertelling: „Nansi en Bonte Koe”, in onze oorspronkelijke lijst van negervertellingen (zie blz. 236) vermeld. 

226 Verpleegster, kindermeid. 

227 De afleiding van „Braha” is onbekend. Vermoedelijk is het woord een verbastering van Bâja = vriend, of van Brâra (Brer’ in de Jamaicaansche negerfolklore): broeder. ↑ a b

228 Ik behoud de Statiaansche spelling. 

229 Het animistische geloof tiert nog welig op St.-Eustatius

230 In Suriname werden onder Marrons verstaan de Afrikanen, die al aanstonds of kort na hun overvaart naar West-Indië van de slavenschepen of van de plantages gevlucht zijn en in de bosschen de Afrikaansche leefwijze gingen voortzetten. Van deze Marrons stammen de tegenwoordige Boschnegers af. 

231 De taal der Fantijnen is een dialect van deze taal, die door verschillende namen, als Twi, Shwi, Otyi en Ochi wordt aangeduid. 

232 De zwarte landkrab is een groote lekkernij voor den neger. Eertijds had ieder eigendom een krabbenvanger, die te zorgen had, den eigenaar van krabben te voorzien. 

233 Op Jamaica wordt de aankondiging van een groot feest of plechtigheid aan een boom bevestigd. Het volk wordt met muziek ontvangen en met muziek huiswaarts geleid. 

234 Te vertalen als: ’t orkest zet in. 

235 Den berg Sinaï gaan wij bestijgen. 

236 Onvertaalbaar. Salem is een groet en beteekent „vrede”. 

237 Enkelen onzer gaan naar den berg Sinaï. 

238 „Na eenig dralen” is kenschetsend. Men zou verwachten, dat na de afwijzing de afgewezene dadelijk zou vertrekken. Een neger doet dit niet. Hij is nooit beschaamd. Na de kortste weigering op een verzoek is hij in staat te gaan zitten, over andere dingen te gaan praten en ten slotte afscheid te nemen, alsof er niets gebeurd is. 

239 Pyang is het geluid van de Egret*. De a is niet de Engelsche a, doch de a in het Hollandsche „gang” en moet in den zang sterk geaccentueerd en met kracht uitgestooten worden. 

240 Uitroep: halo! 

241 Jewahlee is jubilé (jubelfeest). 

242 Er zijn dagen in de week, waarop negers niet willen trouwen. In Suriname trouwt hij op Zaterdag niet, omdat in den slaventijd de ter dood veroordeelden dan werden opgehangen. De huwelijken worden bij de negers met veel praal gevierd. Menschen, die als gehuwd samenleven, soms reeds volwassen kinderen hebben, stellen een wettig huwelijk, waartoe zij op aandrang der Geestelijken hebben besloten, dikwijls uit, omdat zij „nog niet gereed zijn”, d.i. nog niet genoeg gespaard hebben, om een gloeienden fuif te geven. 

243 Deze vertelling moet zoo snel mogelijk afgerateld worden.

Ying de Ying zeggen de Negers, wanneer zij het geluid van een viool bedoelen.

Take care you go talk en min’ (= mind) your tattling tongue wil zeggen: Spreek niet te veel; spaar je tong.