Galicië. De Serviërs leefden als een patriarchaal volk in het land, dat nu bekend is als——, 9.
Geesten.—— Goede en Kwade. Het Servische geloof in——, 25–28.
Gebruiken, Begrafenis. Beschrijving van begrafenisgewoonten bij de Slaven, Serviërs enz., 31.
Gebruiken, nationale. De voornaamste van de—— der Serviërs; het huwelijk, 37–45; Slava (Krsno Ime), 35–57.
Gebruiken, Servische. Bijgeloof en nationale gebruiken, 20–57; een broeder geeft de bruid aan haar bruigom, 246.
George’s Dag, St. Servische naam Dyourdyev Dan. Vreemde tooverkunsten uitgeoefend op——, 56.
God. De Veele geloofden in—— en den Heiligen Johannes, 24; de sleutels van den hemel aan de Heiligen gegeven door——, 196; de gramschap van——, 195; “Hem, wien God helpt kan niemand kwaad doen”, een Servisch volksverhaal, 297–301 etc.
Goden. Peroon, de God van den Donder, 21; Volos, de god van het vee, 22; Daybog, de zonnegod, 22–23.
Godsdienstige ceremoniën bij de offers gebruikt, De. Juiste terminologie van—— door vertalingen van Grieksche heiligen-legenden, 30; het brengen van menschenoffers bij de Russen, Poolsche Slaven, Serviërs enz., 31.
“Goede daden zijn onvergankelijk”. Een Servisch volksverhaal, 288.
Goethe. Een van Vouh’s nationale balladen werd vertaald door——, 58.
Goletch. De berg van——; de derwisch verzekert, dat hij Banovitch Strahinya zelfs zou herkennen op [378]den top van den——, 123; Banovitch Strahinya rijdt naar den berg——, 125.
Colouban. De knecht van tsaar Lazarus, die tsarina Militza ondersteunt, 171, 172.
Gooslar. Een Servische nationale bard, 54–67.
“Gorsky Viyenatz”. (“De bergkrans”.) Het meesterwerk van den Servischen dichter Peter Petrovitch, 60.
“Goussle”. Een primitief instrument met een snaar, dat in elk Servisch huis wordt gevonden, 60; in den oorlog van Turkije tegen de Balkanstaten 1912–13 werd de—— gebruikt bij het voordragen van de heldendichten vooral van die, welke op Marko betrekking hebben 67.
Goyko, Voïvode. De opvolging in het keizerrijk betwist door——, 69–74.
Gramschap. God’s—— in de Servische Ballade “De Heiligen verdeelen de schatten”,—— 195.
Gregorius VII, Paus. Geeft Michaylo den koningstitel.
Grieken, De. Door de Serviërs gedreven naar de Adriatische kust 9.
Grieksche Nimfen. De Veele vergeleken met——, 23.
Groote Mogendheden, De. Nicholas I Petrovitch van Montenegro werd genoodzaakt Skadar te ontruimen door——, 121.