T.
Taal der Dieren’. Een Servisch Volksverhaal over, 227.
Tarra. De rivier, 185.
Tchardack. Turksche naam van een toren, voorzien van balcons, 130.
Tchaslav. De djoupan van een Servischen stam; eischt Rashka op, 10; verovert ook, Zetta, Trebinye, Neretva en Housa, 10.
Tekiye. Kerk te——, 95.
Theodorus. Kanselier van tsaar Doushan; gezonden om de hand te vragen van Roksanda, dochter van koning Michael van Ledyen, 150; doet verslag van zijn zending, 152, 153; niet instaat de vierde proef te doen teneinde prinses Roksanda te winnen, 166.
Theodorus van Stalatch. Held in de Servische ballade. “De ontvoering van de schoone Iconia”, 208–210; Dobrivoy diensknecht van——, 209.
Thile. Verkorting van Yaboutchilo. Het paard van Voïvode Momtchilo, 185–190.
Timok. Rivier—Marko en Milosh gaan over de——, 106.
Traciërs, De. Door de Serviërs naar [403]de Adriatische kust gedreven, 9.
Toasten. De Slava en——, 48.
Toovenaars. (tcharobnitzi) die de heidensche ceremoniën leidden, 30.
Toovertapijt. Beschreven in het Servische volksverhaal “Dieren als vrienden en als vijanden”, 302–312.
Toplitza, Milan van. Generaal Voutcha en——, 91–96.
Trajanus, Keizer. In de Balkanstaten vaak verward met den Griekschen koning Midas, 33; in de Servische legenden ook met Duedalus, 27.
Travnik. De Stad——, 179.
“Tsaar, Het Meisje wijzer dan de”. Een Servisch volksverhaal, 284–288.
Turken. Strijd tusschen christenen en——, 15; worsteling tusschen Serviërs en——, 15; bijna uit Europa verdreven onder de roemrijke regeering van koning Peter I; verafschuwd door de veele, 24; nederlaag der—— op de slagvelden van Koumanovo, Monastir, Prilip, Prisrend, Kirk-Kilisse en Scoetari, 58; ontmoeting met de op het slagveld van Kossovo, 122–123; Prins Maximus en Yovan Obrenbegovitch worden——, 150; Belgrado aangevallen door een groote bende——, 177; Stephanus Yakshitch weerstaat de verzoeking—— te worden, 179–182; historische aanteekening, de sluwe pogingen van—— om ontevredenen tot ontrouw aan hun rechtmatige heeren te verleiden, 184.
Turksch bestuur. Ellende onder het——, 16, 17.
Turksche gruwelen. Hun toppunt bereikt in het einde van de achttiende eeuw, 10.
Turksche jagers, De, Prins Marko en——, 106–108.
Tvrtko Ban. Verbond van Knez Lazarus en—— tegen de Turken, 14. [404]
“Tweelingen met de gouden haren”. Een Servisch volksverhaal, 349.
Tyoopria. I. Vizier van—; een van de leiders van den aanval op Belgrado, 177—183; Stephanus Yakshitch als gevangene voor—geleid 178; voorkomendheid van den—voor Stephanus Yakshitch, 178, 180; zijn terugkeer in triomf te Stamboel, 178; zijn wensch Stephanus Yakshitch tot vizier van Novi Bazar te maken, 180. II. kasteel van—; de vizier van Tyoopria biedt aan Stephanus Yakshitch gevangen te houden in—, 179.
Tyouprilitch, Groot Vizier. Onderneemt een veldtochttegen Moussa, 109, 110; Moussa neemt—gevangen en zendt hem gebonden naar Istamboel terug, 110; geeft den Sultan den raad om Prins Marko te sturen, 110.
Tyoopriya. Vroeger Horea Margi, 10.
Tzechin. Een gouden muntstuk, ongeveer 12 gulden waard, 238.
Triganen. Servische naam voor Zigeuners, 42.
Tzrnoyevitchi van. Zeilt over de Adriatische zee naar Venetië om een vrouw voor zijn zoon Maximus te zoeken, 135; zeilt naar Zablak 136; Zdral, paard van—, 35; noodigt Voïvode Milosh Obrenbegovitch uit stari-svat te zijn bij het huwelijk van zijn zoon, 139— 150; noodigt ook kapitein Yovan voor het huwelijk van zijn zoon, 139; Krgno en Zelenko, twee vermaarde kanonnen, 141.
Tzrnoyevitch Maximus. Het huwelijk van—135—141; zoon van Ivan Tzrnoyevitch; 135; bezocht door de pokken, 136; Yovan ziet in een droom, dat een vallende toren—treft, 140; Milosh Obrenbegovitch verslagen door—,149. Scoetari aan de rivier Boyana door den Sultan geschonken aan —, 150. [405]