ALPHABETISCH ZAAKREGISTER
DER
GEOLOGISCHE SCHETS.

A.

       Bladzijde.

Alluvium.        7–35

B.

Bouwaarde, zie humus.

D.

Derrie.        12–14

Diluvium.        4–7

G.

Grondhout.        32–33

H.

Humus.        12–33

I.

Inleiding.        1–4

K.

Kienhout, zie grondhout

N.

Naamsoorsprong van Oudewater.        19–22

R.

Rivierbezinking.        18–35

S.

Steigeraarde.        33–34

T.

Teelaarde.        34

V.

Veen (Laag).        11

Y.

Yssel (Hollandsche).        18–35

Z.

Zand (rood).        16–17

Zeebezinking.        18–35

ALPHABETISCH ZAAKREGISTER
DER
MYTHOLOGISCHE SCHETS.

A.

       Bladzijde.

Aardgeesten.        105

B.

Barwoutswaarder.        80

Begrafenisplegtigheden, voorheen en nu.        126–130

Bewijzen, dat de plaats en omtrek waar nu de groote kerk en toren staan, waarschijnlijk eertijds aan heidensche eerdienst gewijd waren, en echter stellig een heidensche begraafplaats was.        113–125

D.

Dierendienst.        100

Drietallen.        107–112

Dwergen.        105

E.

Eijermaandag.        48–50

F.

Feesten en feesttijden.        40–72

G.

Gooplaatsen.        97

Gedrochten.        103

H.

Heilig woud.        82–89

Huisgeesten.        107

I.

Inleiding tot de mythologische schets.        37–40

K.

Kaaloorsche kermis.        62

L.

Looplaatsen.        79

Luchtgeesten.        105–106

M.

Meifeest.        50–59

Midzomerfeest.        59

N.

Naamsoorsprong (iets over den) van Haastrecht.        73–74

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Heeswijk.        74–75

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Montfoort.        75–76

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Wulverhorst.        76

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Linschoten.        76–77

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Roozendaal.        77

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Vliet.        77–78

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Benschop, Hoenkoop, Willeskop, Papekop, Reijerskop, Gerverskop, Teccop.        78

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Lopik.        78–79

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Cattenbroek, Diemerbroek, Polsbroek.        79

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Ruigeweide.        79

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Hekendorp.        79

Naamsoorsprong»(iets»over»den)»van» Popelendam.        79–80

Nieuwjaarsdag.        45–47

O.

Oestwagen.        63–65

P.

Papenhoeve.        90–91

Plaatsnamen.        72–80

Planten en boomendienst.        92–96

S.

Schagen bij Linschoten.        80

Schakenbosch bij Oudewater.        80

T.

Terpen.        97

V.

Vastenavond partijen.        47–48

Vlietbergen.        97

Vogelvereering.        101–103

Volksgebruiken.        40–72

Vuige pinksteren.        59–62

Vuurdienst.        99–100

W.

Waterdienst.        97–99

Weesboom.        94–96

Wieren.        97

Woudendienst.        80–92

Woudgeesten.        106–107

Wijken.        97

ALPHABETISCH ZAAKREGISTER
DER
GESCHIEDKUNDIGE SCHETS.

A.

       Bladzijde.

Arsenaal.        281

B.

Barak of caserne.        282–283

Beroemde en vermaarde mannen van Oudewater.        354–366

Broekerpoort.        265–266

C.

Caserne.        282–283

Casteel.        277–281

D.

Doele, (De Schutters).        283–287

G.

Gasthuis.        261–263

Geboortehuis van Jacobus Arminius.        314–315

Gevangentoren.        271–276

H.

Heksenwaag.        291–314

Hoofdwacht.        276–277

Huizinge, (Tegenwoordige) der nonnen van de orde des H. Franciscus        249–250

Huizinge,» (Voormalige) der»nonnen»van»de»orde»des»H.»Franciscus»        250–253

Huizinge,» (Voormalige)» der Ridders van St. Jan.        253–255

K.

Kerk der Bisschopp. Clerezie.        222–223

Kerk der Protestanten met toren.        165–212

Kerk der Roomsch Catholijken.        221–222

Kerkenhuis (oud) der R. C.        221

Klooster van Sinte Agnes.        225–230

Klooster»van» Ursula.        230–246

Kruidhuis.        282

L.

Latijnsche School.        287

Lombarden.        288

Linschoter-poort.        266

M.

Magazijn van oorlog.        281

Marken.        160–163

N.

Namen onzer voorouders in deze oorden.        134—153

O.

Opkomst en ontwikkeling der stad, tot aan de eerste bescheiden.        157–164

Oudewaters regt om zitting te mogen nemen in des Lands Hoogen Raad.        345—353

Oudewater en het leven in Oudewater van 1265–1860.        368–536

P.

Proveniershuis.        261–263

R.

Regeringsvorm en Regeringspersonen.        331–345

Romeintoren.        271–276

S.

Schutters doele.        283–287

Slot.        277–281

Stadhuis.        315–319

T.

Toren en Kerk.        165–212

U.

Utrechtsche poort.        267–269

V.

Veerpoort.        264–265

W.

Waardpoort.        267–269

Wapen van Oudewater.        329–330

Wapens van Delft, Oudewater en Alkmaar, onderzoek naar de redenen waarom die in genoemde steden in eenige gebouwen aanwezig zijn.        320–329

Weeshuis.        255–260

IJ.

IJsselpoort.        264–265

Z.

Ziekenhuis.        261