The Project Gutenberg eBook of Mythen en sagen uit West-Indië

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Mythen en sagen uit West-Indië

Author: Jr. Herman van Cappelle

Illustrator: Willem Backer

Release date: November 14, 2023 [eBook #72126]

Language: Dutch

Original publication: Zutphen: W. J. Thieme & Cie, 1926

Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. With special thanks to Jude Eylander and others for the music transcription.

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MYTHEN EN SAGEN UIT WEST-INDIË ***
[Inhoud]

[Inhoud]

MYTHEN EN SAGEN UIT WEST-INDIË

[Inhoud]

... aan den rand van den afgrond strekte zij hare armen uit, Zie blz. 137.

… aan den rand van den afgrond strekte zij hare armen uit, Zie blz. 137.

[Inhoud]

Oorspronkelijke titelpagina.

MYTHEN EN SAGEN
UIT WEST-INDIË

ZUTPHEN—W. J. THIEME & CIE—MCMXXVI

[V]

[Inhoud]

Aan mijne vrienden

C. VAN DRIMMELEN,

Oud-Agent-Generaal voor de Immigratie, Oud-Lid van den Raad van Bestuur in Suriname, den sympathieken strijder voor de belangen der Amerikaansche Negerbevolking en mijn onvermoeiden tochtgenoot door de Binnenlanden van het District Nickerie, die met zijn helderen blik in de Negerpsyche onzen zwarten arbeiders een vaderlijke leidsman was

en

Dr. HERMAN F. C. TEN KATE,

den Nederlandschen Anthropoloog en wereldreiziger—den eminenten kenner en vriend der Indianen,

draag ik dezen bundel op.

H. VAN CAPPELLE. [VII]

[Inhoud]

VOORWOORD.

Wanneer wij onder West-Indië niet alleen de eilandenreeks verstaan, die, tusschen den 10en en 28en graad N.B. gelegen, zich in een boog van de Zuidspits van Florida tot de Noordkust van Zuid-Amerika uitstrekt, en de noordelijke omranding van de Caraïbische Zee vormt, doch ook het gedeelte van het vasteland van Zuid-Amerika, dat onder den naam Guyana bekend is en dat ten N. door den Atlantischen Oceaan en den Orinoco, ten O. door den Atlantischen Oceaan, ten Z. door de Amazonen-rivier en de Rio Negro en ten W. door de Orinoco en de Cassiquiare begrensd wordt, mag de titel van dezen bundel der Mythen- en Legenden-serie gerechtvaardigd zijn, daar het overgroote deel der hierin opgenomen mondelinge overleveringen niet op de West-Indische eilanden, doch in Guyana is bijeengebracht.

Dat ik uit den rijken schat van Mythen, Sagen, Legenden enz. die nog bij de zoo sympathieke, helaas! voortdurend afnemende oorspronkelijke bevolking van Guyana, de Indianen—op de eilanden bijna geheel verdwenen—een belangrijk deel van het materiaal voor dezen bundel heb gekozen, en dat ik deze verzameling in de tweede plaats aan den onuitputtelijken rijkdom, die de mondelinge litteratuur van het nu in West-Indië zoozeer overheerschende element, de Negerbevolking, aan den folklore-onderzoeker verschaft, ontleend heb—lag voor de hand.

In dezen bundel, waarin de voortbrengselen van den geest van twee der meest uit elkander loopende volken der aarde met elkander vergeleken kunnen worden, kan het den lezer zeker niet duidelijker worden gemaakt, dat Mythen, Sagen en Legenden, die als overoude herinneringen uit lang vervlogen tijden zijn blijven voortleven, een getrouwe afspiegeling zijn van het leven en denken van een volk, en dat, hoe groot, ook in geestelijk opzicht, de volken onderling mogen verschillen, telkens een eenheid, ook in denken, naar voren treedt, die onmiskenbaar op een gemeenschappelijken oorsprong heenwijst.

Hoewel in dezen bundel niet alleen vertellingen voorkomen, die hetzij Mythen, hetzij Sagen of Legenden moeten genoemd worden, doch ook dierenfabels rijkelijk vertegenwoordigd zijn, [VIII]is de titel, die het eerst voor dezen bundel in de gedachte kwam, behouden.

Over de bezwaren, welke er voor een kunstenaar, die in het land van herkomst geen studies maakte, aan verbonden zijn, om, in overeenstemming met de andere bundels van Thieme’s mythen- en legenden-serie, treffende plaatsen uit den tekst te illustreeren, ben ik, den lezerskring in aanmerking genomen, voor welken deze bundel in de eerste plaats bestemd is, ten slotte heengestapt. Dankbaar mag ik erkennen, dat de veelbelovende kunstenaar Willem Backer, voor wien niets te veel was, om in de gedachtenwereld en het zieleleven van twee hem geheel vreemde menschenrassen door te dringen, met zijn rijke phantasie en zijn illustratief-decoratief talent belangrijk tot de poging heeft bijgedragen, om door middel van hunne geestelijke voortbrengselen het leven van twee zoo belangwekkende vertegenwoordigers van het menschdom uit te beelden. Het in beeld brengen van de voorstelling der Indianen en der Negers, die, evenals andere natuurvolken, in hunne vertellingen de dieren als menschen laten optreden en willekeurig in elkander laten overgaan, heeft nog geen ander illustrator aangedurfd. Onze zoölogen zullen dus aan een spin met twintig, in plaats van met acht pooten, geen aanstoot mogen nemen.

Ten gerieve van hen, die dieper in het aantrekkelijke onderwerp wenschen door te dringen, heb ik een, uit den aard der zaak, onvolledig litteratuur-overzicht laten voorafgaan, waarnaar de Nederlandsche lezer door de in den tekst tusschen haakjes geplaatste letters verwezen wordt.

Een woord van bijzonderen dank ben ik hier verschuldigd aan mijn vriend, den Heer C. van Drimmelen, en niet minder aan diens echtgenoote, Mevrouw B. E. C. van Drimmelen, geb. Wolff, die steeds bereid waren, op mijne vragen betreffende gewoonten en de taal der Surinaamsche Negers te antwoorden, terwijl hier ook een woord van dank op zijn plaats is aan de Uitgeefster, de Firma W. J. Thieme & Cie, voor hare medewerking, om dit deel harer Mythen- en Legenden-serie boven het volume harer reeds verschenen bundels te laten uitdijen.

Moge deze verzameling er toe bijdragen, de Indianen en de Negers in een ander licht te doen schijnen, dan waarin de oningewijde van het blanke ras hen, met andere gekleurde [IX]rassen, gewoon is te beschouwen en tevens bij den lezer de overtuiging te vestigen, dat de eertijds onderstelde psychische kloof tusschen Blanken en de gekleurde rassen niet bestaat, en dat zoowel het Indiaansche als het Negerras, bij verstandige en goede leiding, voor hoogere ontwikkeling alleszins vatbaar zijn en beiden hunne plaatsen zullen kunnen innemen op den naar hooger strevenden weg, dien het menschdom met zijn vele stamverwante elementen heeft ingeslagen. [XI]

[Inhoud]

GEBEZIGDE LITTERATUUR.

B.a. W. H. Barker, and C. Sinclair. West-African folk-tales. London, George G. Harrap and Company, 1917.
B. H. W. Brett. Legends and myths of the aboriginal Indians of British Guyana. Londen, (omstreeks 1880).
C.a. Dr. H. v. Cappelle. Bij de Indianen en Boschnegers van Suriname. Elseviers Maandschrift 1902, No, 4, 5 en 6.
C.b. —— De Binnenlanden van het District Nickerie. Met talrijke platen en afbeeldingen en een overzichtskaart. Hollandia-drukkerij, Baarn, 1901.
—— Zelfde werk in Fransche uitgave, getiteld: Au travers des forêts vierges de la Guyane hollandaise. Baarn, Imprimerie Hollandia, Paris, Ch. Béranger, Editeur, 1905.
C.c. —— Essai sur la Constitution Geólogique de la Guyane hollandaise. Zelfde uitgevers, 1907.
C.d. —— Surinaamsche negervertellingen. Elsevier’s Maandschrift, 1904, blz. 314–327.
C.e. —— Surinaamsche negervertellingen. Bijdrage tot de kennis van West-Indische neger-folklore. (Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned.-Indië, Deel 72, Afl. 1 en 2, 1916).
C.f. —— De Kankantrie. De Boschgouverneur van den Surinaamschen neger. Elseviers Maandschrift, Maart 1905.
Co.a. C. van Coll. Gegevens over Land en Volk van Suriname. (Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 1903).
Co.b. —— Contes et légendes des Indiens de Surinam. (Anthropos II, III. 1907 en 1908).
Cr. Florence Cronise and Henry W. Ward. Cunnie Rabbit, Mr. Spider and the other beef. West-African folk-tales. London. Swan Sonnenschein and Co. 1903.
D. Chas Daniel Dance. Chapters from a Guianese log-book. Demerara 1881.
Di. C. van Drimmelen. De Neger en zijn cultuurgeschiedenis (West-Indische Gids. December 1925).
E. Paul Ehrenreich. Die Mythen und Legenden des Südamerikanischen Urvölker. Berlin 1905.
El. A. B. Ellis. The Tsji-speaking peoples of the Gold-coast of West-Africa. London, Chapman and Hall, 1887.
El.a. —— The Ewe-speaking peoples of the Slave-coast of West-Africa. London, Chapman and Hall, 1890.
El.b. —— The Yoruba-speaking peoples of the Slave-coast of West-Africa. London, Chapman and Hall, 1894.
Ga. Albert S. Gatschet. A Migration-legend of the Creek-Indians. Philadelphia. D. S. Brinton, 1884.
Go. C. H. de Goele. Beiträge zur Völkerkunde von Surinam (Arch. für Ethnographie. Band XIX. Leiden 1908).
H. J. H. J. Hamelberg. Cuenta di nansi (Derde Jaarverslag van het Geschied., Taal-, Land- en Volkenkundig Genootschap te Willemstad, 1899).
Ha. J. Chandler Harris. Uncle Remus and his sayings. The folklore of the Old Plantation. Londen—New-York.
Hu. Alex. von Humboldt. Ansichten der Natur. Stuttgart, 1849.[XII]
Hu. Alex. von Humboldt. Zelfde werk in Nederl. Vertaling door Dr. E. M. Beima. Leiden, 1850.
Je. Walter Jekyll. Jamaican song and story. Londen, David Nutt, 1907.
Jo. Dr. J. P. Josselin de Jong. Blackfoot Texts from the Southern Peigans. (Verh. Kon. Akad. v. Wetensch., Afd. Letterkunde. Nieuwe Reeks. Deel XIV, 1914.)
Joh. Harry H. Johnston. The Negro in the New World. London, Methuen and Co. 1910.
K. Dr. Herman F. C. ten Kate. Reizen en onderzoekingen in Noord-Amerika. Leiden, E. J. Brill, 1885.
K.a. —— Over Land en Zee. Zutphen, W. J. Thieme & Cie., 1925.
K.b. —— De Benedenlandsche Indianen, in Encyclopedie van Ned. West-Indië. 1914.
K.c. —— De Indiaan in de Letterkunde. (De Gids. Jaargang, 1919).
Ko. H. van Kol. Naar de Antillen en Venezuela. Leiden, A. W. Sijthoff, 1904.
N. Robert H. Nassau. Where animals talk. West-African Folk-lore Tales. Londen, Duckworth and Co.
P.a. F. P. en A. P. Penard. De menschenetende aanbidders der Zonneslang. Paramaribo, 1907.
P.b. —— Surinaamsch bijgeloof. (Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenk. van Ned.-Indië, Deel 67, Jaargang 1912).
P.c. A. P. Penard. Surinaamsche Volksvertellingen. (Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië. Deel 80. Jaarg. 1924).
P.d. A. P. en E. E. Penard. Surinam Folk-tales. (The Journal of American Folklore. Vol. XXX No. CXVI. 1917).
Ph. Jhr. L. C. van Panhuys. Artikel: Boschnegers in de Encyclopedie van West-Indië. 1914.
R. Walter E. Roth. An inquiry to the animism and folklore of the Guiana Indians. (Thirtieth annual report of the Bureau of American Ethnology to the Secretary of the Smithsonian Institution. Washington 1915).
R.a. —— An introductory study of the arts, crafts and customs of the Guiana Indians. (Thirty-eighth annual report of the Bureau of American Ethnology enz. Washington 1916–1917).
S. F. Stähelin. Buschneger-Erzählungen von Surinam. (Hessische Blätter für Volkskunde. Jaarg. 1908 en 1909).
T. E. F. Im Thurn. Among the Indians of Guiana. London 1883.

[XIII]

[Inhoud]

LIJST VAN ILLUSTRATIES.

Tegenover bldz.
Aan den rand van den afgrond strekte zij hare armen uit Titel
.… en niettegenstaande Haboeri met zijn parel hare vingers bijna stuk sloeg, wilde zij niet los laten 64
.… toen hij, in zijn tijdelijk verblijf komend, een vrouw in de hangmat zag liggen en geen baboen op den barbakot 88
Daarna stortte het bootje met het slachtoffer en al zijn zandvlooien omlaag 100
.… een hut waarvoor een stokoude vrouw zat, die in werkelijkheid een kikvorsch was 108
.… want haar man zat zoowaar in levenden lijve in de hut 116
.… want plotseling legde de gier het veerenkleed af, en veranderde in een vrouw 128
.… durfden zij niet naderbij komen 160
In twee groote kanoa’s verlieten de strijders de plaats waar de moord op Majapawari geschied was 192
Daar deze negerzangen, ter begeleiding der eentoonige roeibewegingen, in Suriname aan een tocht op het water even onafscheidelijk verbonden zijn geworden 224
Heer Spin rolde in zijn uniformjas over den grond 256
.… ging tusschen zijn kinderen staan en vroeg .… 272
„Goeden dag, waarde vriendin” 276
Wanneer zij haar maal gereed had, riep zij haar vriend met luide stem 280
Heer Spin kwam met een zwarten bril op en groette het gezin 283
.… en ging den Dood opzoeken 296
Tot hij op zekeren dag met een tamarindezweep werd afgeranseld 304
Eerbiedig bogen ze voor den wijzen man 312
.… en begon hij, inplaats van de doekoens naar beneden te werpen, zich flink te goed te doen .… 320
Daar zagen zij een meisje onbeheerd zitten 328
.… waaruit zij tot hare groote verbazing tal van gouden, zilveren en andere waardevolle voorwerpen zag te voorschijn komen 336
De duivel .… ging toen bij een smid om zijn tong te laten vijlen 344
Daarom zul je mij van nu af op je rug moeten dragen 352
.… voegde Reiger zich bij hen en luisterde gretig naar wat zij vertelden 374

[XVI]

[Inhoud]

VERBETERINGEN.

Blz. 2 regel 15 v. b. staat: wreedzame, lees: vreedzame.
Blz.,, 5 regel,, 4 v. b. staat,, : hebben, lees,, : heb.
Blz.,, 7 regel,, 6 v. o. staat,, : geidialiseerd, lees,, : geïdealiseerd.
Blz.,, 11 regel,, 2 v. b. moet met wegvallen.
Blz.,, 17 regel,, 10 v. o. staat: voor, lees: voort.
Blz.,, 28 moeten de regels 9 en 10 v. o. omwisselen.
Blz.,, 33 regel 5 v. o. staat: heuvel, lees: hemel.
Blz.,, 33 regel,, 1 v. o. staat,, : 19, lees,, : 20.
Blz.,, 39 regel,, 7 v. b. staat,, : hebben, lees,, : heeft.
Blz.,, 60 regel,, 8 v. o. staat,, : tot, lees,, : in.
Blz.,, 112 regel,, 11 v. o. staat,, : schoonbroeder, lees: schoonbroeders.
Blz.,, 112 regel,, 9 v. o. staat,, : broêr, lees: broêrs.
Blz.,, 121 regel,, 3 v. b. staat,, : hadden, lees,, : had.
Blz.,, 137 regel,, 4 v. b. staat,, : wraken, lees,, : wrake.
Blz.,, 142 regel,, 2 v. b. staat,, : hem, lees,, : hen.
Blz.,, 142 regel,, 3 v. b. staat,, : zij, lees,, : hij.
staat,, : hem, lees,, : hen.
staat,, : zouden, lees,, : zou.
Blz.,, 151 regel,, 7 v. o. staat,, : weefpatroon, lees: vlechtpatroon.
Blz.,, 162 regel,, 4 v. o. moet niet wegvallen.
Blz.,, 189 regel,, 3 v. b. en regel 4 v. o. staat: kanibalen, lees: kannibalen.
Blz.,, 189 regel,, 8 v. b. staat: Giorgia, lees: Georgia.
Blz.,, 231 regel,, 5 v. o. staat,, : het, lees,, : den.
Blz.,, 241 regel,, 1 v. b. staat,, : het, lees,, : den.

[1]