WeRead Powered by ReaderPub
Heldensagen en Legenden van de Serviërs cover

Heldensagen en Legenden van de Serviërs

Chapter 241: B.
Open in WeRead

About This Book

This collection assembles epic poems, ballads, and folktales drawn from an oral national tradition, opening with historical and cultural background and chapters on beliefs and customs. It presents long heroic narratives about legendary princes and leaders, a set of popular ballads, and numerous shorter folk tales that feature supernatural beings, tests of virtue, marriage motifs, animal helpers, trickery, and moral lessons. The volume also offers explanatory notes, a glossary, anecdotes, and colored illustrations that accompany many selections, providing both storytelling variety and ethnographic context.

[Inhoud]

B.

“Badgnak”. De eikeboom, door de Serviërs met Kerstmis gebruikt, 51.

“Badgni Dan”. De Servische naam voor den dag voor Kerstmis, 51.

Bajazet. Zoon van Sultan Amouradh, 15.

Balcius. Gelatinizeerde vorm van Baux, 120; aan het hof te Napels veranderd in Balza, 120.

Balkan schiereiland. De vestiging der Serviërs in het——, 9.

Balkan Streken. Koninkrijken, die in de—— gelegen zijn, 9.

Balkan oorlog. De toewijding voor de gewonden van mevrouw C. H. Farnam gedurende den—— 61; verwijzing naar de wapenfeiten [367]der Serviërs gedurende den——, 175.

Balkanstaten. Heldenverhalen uit de—— zijn de uitdrukking van de idealen, die het Servische ras bewaard heeft, 19; verklaring van het verval der oude aristocratie in de——, 21.

Balkanstaten, de keizerin der”. Drama door koning Nicholas I Petrovitch van Montenegro, 135.

Balladen. Servische barden improviseeren——, waarin de daden van koning Nicholas I Petrovitch in Montenegro bezongen worden, 121; “Het huwelijk van Maximus Tzrnoyevitch”, de edelste en beroemdste Serviër, 135; het slot van de balladen der Servische en Montenegrijnsche barden, 183; historische aanteekening op de ballade “Het huwelijk van koning Voukashin”, 192; opmerking omtrent het thema van “De gevangenschap en het huwelijk van Stephanus Yakshitch”, 193; “De Heiligen verdeelen de Schatten”, 194195; drie Servische—— (1) “De bouw van Skadar” (scoetari), 197; (2) “De stiefzusters”, 204; (3) “De ontvoering van de schoone Iconia, 208.

Balshitch. Nicholas I Petrovitch, koning van Montenegro, stamt af uit een zijlinie van——, 121.

Balza. Gelatinizeerde vorm van Balcius (Baux), 120.

Ban. De oorspronkelijke titel der regenten van Bosnië, 14.

Banaat. Een der Servische provincies in Oostenrijk-Hongarije, 9.

Banovitch Strahinya. De ballade, betrekking hebbende op——, een der schoonste, in de Middeleeuwen door barden gevonden, 120; historische data, 120121; eenige Servische historici zijn de meening toegedaan, dat—— werkelijk de doorluchtige Strashimir Balshitch-Nemanyitch was, 120; —— geprezen als: “een valk zonder weerga”, 121; Dyogo, het trouwe paard [368]van——, 121; Caraman, de onafscheidelijke hazewindhond van——, 121; —— bezoekt Youg Bogdan, 121, 122.

Banyska. (Heer van klein), titel, die een derwisch aan Banovitch Strahinya geeft, 123.

Barden. (1) Servische—— De Servische—— houden zich nu bezig met de heldendaden van helden in den tegenwoordigen tijd verricht te Monastir, Koumanovo, Perlep (Prilip), Scoetari (Skadar) enz., 176; het slot der balladen van—, 183; het woord “boek” wordt onveranderlijk door de—— van de veertiende eeuw gebruikt voor brief, 185.

(2) Montenegrijnsche——, het stereotiepe slot hunner balladen, 183.

Baardeloos. De verpersoonlijking van listigheid en verraderlijkheid in het Servische volksverhaal “Liegen voor een weddenschap”, 280.

Bash Tchelik. (Echt staal). Een Servisch volksverhaal 245265; —— belooft drie levens aan den Prins; ontvoert de gade van zijn bevrijder, 255257.

Basilius I, keizer. De tweede bekeering van de Zuidelijke Slaven tot het Christendom geschiedde door——, 34.

Batchka. Een van de Servische provincies in Oostenrijk-Hongarije; 9.

Baux, Des. Strashimir-Balshitch-Nemanyitch een afstammeling van de oude Provencaalsche familie——, 120; in vroegere geschriften is de naam gelatinizeerd tot Balcius; verondersteld wordt dat de Italiaansche Seigneurs des Baux, die door hun huwelijk met het koninklijk huis van Nemanyitch verbonden werden en die zich in de Servische landen neerzetten; later hun geslachtsnaam veranderden in Balsha of Balshitch, 120.

Baux, Hugues De. Een Fransch ridder, 39. [369]

Bazar, Relya van. Een Servisch ridder; Bogdan de Bullebak en—— 8889.

Beata Maria. De heilige Elias vraagt de redenen van haar groote smart, 194; de heilige Elias troost——, 195.

Bedevia. De merrie van den Moorschen hoofdman, 81; Sharatz en—— 81, 82, 83; de merrie van Bogdan den Bullebak, 88; naam van de merrie, die Ivan Tzrnoyevitch aan Milosh Obrenbegovitch schonk, 143; de merrie van voïvode Balatchko, 168.

Bedrog. Vook Brankovitch’s——, tegen Knez Lazar, 14.

Begrafenis-gebruiken. Beschrijving van—— onder de Slaven, Serviërs, etc., 3133.

Belgrado. Zegevierende intocht van het Servische leger na den Balkanoorlog van 1912–13, in——, 175; een veela waarschuwt Stephanus en Demitrius Yakshitch voor den Turkschen aanslag op——, 177; Stephanus Yakshitch en Haykoona ontvluchten naar——, 183.

Berlijn. Op het beroemde congres van—— wordt de onafhankelijkheid erkend van Servië tijdens de regeering van Milan, 18.

Beroep, Een. “Ieder moet een ambacht verstaan.” Een Servische volksanecdote, 361364.

“Beroep dat niemand kent, Het”. Een Servisch volksverhaal, 337349.

Bertrandon de la Broquière, Chevalier hoorde in 1433 van de Grieken te Trajanopel, dat deze stad gebouwd was door keizer Trajanus, 33.

Bind. Illyrische God; naar aanleiding van de overlevering betreffende den Prins Ivan Tzrnoyevitch, 31.

Bijgeloof. Der Serviërs en nationale gebruiken, 2056.

Bijter gebeten, De.” Een Servisch volksverhaal, 324336; de honderd dochters in, 327; de huwelijksprocessie, [370]329; de Zwarte Reus in—— 330; de oude vrouw ontmoet den ouden man in een bosch bij de Ongelukkige rivier, 331; de Zwarte Reus koopt de koe, 335.

Blinden. In Servisch Hongarije zijn scholen voor——, waar nationale balladen worden geleerd, 59.

Bochtchaluks.” Servische benaming van huwelijksgeschenken, 38.

Bodin, Koning. Zoon van Michaylo; ontvangt zijn titel van paus Gregorius VII, 11; herstelt het Servië van Tchaslav en voegt Bosnië aan zijn rijk, 11.

Bogdan de Bullebak”. Marko en——, 8889.

Bogdan, Youg. Bejaarde schoonvader van Banovitch, 121122; kasteel in Kroushevatz de verblijfplaats van—— 121; een van zijn schoonzoons stamt in rechte lijn af van koning Nemanya, 121; Strahinya keert terug naar——, nadat hij Vlah-Ali heeft verslagen, 129.

Bogoumils. Protestanten van de Grieksch-Orthodoxe kerk, die zich later in Bosnië vestigden, 12.

Bojitch”. Beteekent “de kleine god”, Servische naam voor Kerstfeest, 53.

Boshko Yougovitch. Een van Tsarina Militza’s negen broeders, 170; weigert om bij haar te blijven terwijl Tsaar Lazarus naar het slagveld van Kossovo vertrekt, 171.

Boshnyaks. Serviërs, die Bosnië bewonen; worden beschouwd als de meest typische Serviërs, 20.

Bosnië. Koning Bodin voegt—— bij zijn rijk, 11; Ban Koulin op den troon van—— geplaatst, 11; Stephanus Tomashevitch koning van——, 15; de onderwerping van—— was een voldongen feit in 1463; 15; de Padisha biedt Stephanus Yakshitch aan hem Groot-Vizier van—— te maken, indien hij het Heilige Kruis verzaakt, 179. [371]

Bosnië en Herzegovina. Een van de koninkrijken in de Balkanstreken, 9; Servische tegenspoed op de vlakte van Kossovo, voornamelijk te wijten aan de ongehoorzaamheid der Servische Heeren uit——, 175.

Bowring, Sir John. Aanhaling van drie gedichten uit zijn “Servian popular Poetry”, 197210.

Boyana. rivier, waaraan de vesting van Skadar ligt, 185, 197.

Brankovitch, Dyourary. Neef van Vook Brankovitch, 15; dood van—— 15.

Brankovitch Vook (Wolf). Verraadt Prins Lazarus, 15; dood van——, 15; tsarina Militza en de dood van—, 173; —— wordt door de barden verantwoordelijk gesteld voor de groote ramp, die het Servische leger op de vlakte van Kossovo trof, 174.

Bregovo, stad; Marko en Milosh te——, 106.

Bruid. De—— wordt in Servië door een harer broeders aan haar bruigom geschonken, 246.

Bulgarije. Een provincie van Servië onder Stephanus Detchanski, 13; oorlog tusschen—— en Servië, 18; Shishman, koning van——, 96.

Bulgaren. Serviërs een gemakkelijke prooi voor de aanvallen der—— 9.

Bullebak, De. Bijnaam voor Bogdan, 8890; Albaneesche naam voor——, Kessedjiya, 109; zijn dood op den top van den berg Katchanik, 116.

Byzantijnen. De Serviërs onderworpen door de——, 10; christendom diep wortel geschoten bij de——, 21; Peroon, de Russische god van den Donder, 21.

Byzantijnsche Keizerrijk. Verovert Bulgarije en Rashka, 10; Doushan de Machtige verovert bijna het geheele—,13; Prins Ourosh beproeft een verdrag tot stand te brengen tusschen de Serviërs en Franschen om het—— te verdeelen, 120. [372]