AANTEEKENINGEN OP GUY MANNERING,
DOOR DEN SCHRIJVER1.
Noot A. bladz. 29.
Kraamvrouwenbier.
Deze drank werd bepaaldelijk gebrouwd om gedronken te worden na de gelukkige bevalling der huisvrouw. Daarbij werd een kaas gemaakt, ken-no (d.i. „onbekend”) geheeten, daar de mannelijke leden van het gezin verondersteld werden er niets van te weten, om bij het bier gebruikt te worden. De echtgenoot vooral moest algeheele onwetendheid veinzen, en als de buurvrouwen na afloop der gewichtige gebeurtenis bijeenkwamen, was hij verplicht haar uit te noodigen eenige ververschingen tot zich te nemen en zich uiterst verwonderd te houden bij hare weigering. Zoodra hij echter de kamer verliet, begon het feest, en hetgeen van de kaas overbleef werd verdeeld onder de gasten en met een schijn van groote geheimzinnigheid mede naar huis genomen.
Noot B. bladz. 116.
De Bedelaarsherberg.
De herberg was in de nabijheid van Gilsland gelegen, eer het vlekje als badplaats bekend was. Het huis werd voornamelijk bezocht door boeren, die te paard reisden, hetzij naar de naburige steden, of heen en weêr op hunne reizen tusschen Engeland en Schotland. De streek was woest en eenzaam, en ten tijde van ons verhaal gebeurden vele aanrandingen in die streken, terwijl de herberg in een kwaden reuk stond als dikwerf eene plaats van bijeenkomst der straatroovers. Het avontuur in dat verhaal is bijna hetzelfde, als er een werkelijk een heerenboer uit die buurt is overkomen.
Noot C. bladz. 123.
Dandie Dinmont.
Het karakter van Dinmont is naar de natuur geteekend, en aan zekeren James Davidson werd, na het verschijnen van Guy Mannering, de bijnaam van Dandie Dinmont gegeven, hoewel de schrijver eerder algemeene, dan bijzondere trekken van eenige hem bekende personen uit denzelfden stand in den persoon van den bewoner van Liddesdale vereenigd had. [II]
Noot D. bladz. 120.
Gerookte Zalm.
De zalm wordt gespleten, met zout ingewreven, aan ijzeren haken in den schoorsteen gehangen en in den rook gedroogd.
Noot E. bladz. 133.
Geslachtsnamen.
Op de grenzen tusschen Engeland en Schotland worden menschen, die geen landeigenaren zijn, nog vaak door bijnamen onderscheiden, wat inderdaad noodzakelijk is, omdat er zoovele menschen zijn, die denzelfden geslachtsnaam dragen. De schrijver herinnert zich nog, dat in het dorpje Lustruther er niet minder dan vier mannen woonden, die allen Andries Olivier heetten en alleen door bijnamen te onderscheiden waren. In een dorp van Annandale waren er sléchts twee geslachtsnamen, die van Johnstone en Jardine.
Noot F. bladz. 138.
Bijgeloof onder de Heidenen.
De geheimzinnige plechtigheden waarmede Meg Merrilies zich in den tekst bezig houdt, zijn werkelijk eigenaardig bij de rol eener koningin van een Heidenstam.
De Heidenen zijn zeer bijgelbovig, zien naar den vorm der wolken, naar de vlucht van zekere vogels en andere dergelijke voorteekens. Het is van hen bekend, dat zij dikwerf op een tocht terugtrekken als zij iemand ontmoeten, dien zij als een ongeluksbode beschouwen, en zij ondernemen nooit hunne lange zomertochten zonder eenige voorspelling aangaande den gelukkigen afloop er van. De kleêren der dooden worden steeds verbrand, omdat zij vreezen dat het leven van hem, die ze later dragen mocht, daardoor verkort zou worden.
Noot G. bladz. 207.
Het Liddesdal.
De wegen in Liddesdale bestonden letterlijk nog niet, twintig jaren voor dat dit verhaal geschreven werd, en de streek was alleen toegankelijk langs paden door de moerassen. De schrijver was de eerste, die tot groote verbazing der inwoners in een klein open rijtuig langs den pas begonnen weg reed en hun zoodoende voor het eerst van hun leven een ergelijk wagentje vertoonde.
Noot H. bladz. 212.
De leggende hen.
„De leggende hen” was een beker, die drie liters wijn kon bevatten. De schrijver zag een dezer vaten te Jedburgh in zijne jeugd. De beker was van koper, met het beeld eener kip op het deksel. In latere tijden gaf men denzelfden naam aan een glazen flesch van dezelfde afmetingen. [III]
Noot I, bladz. 212.
Gezellige gewoonten der Schotsche rechtsgeleerden.
Het verhaal in den tekst door den heer Pleydell gedaan, hoe hij te midden van een feest eene moeielijke rechtsquaestie behandelde, is door mij ontleend aan een dergelijke geschiedenis, welke ik vernam betreffende den vader van Lord Melville.
Noot K. bladz. 252.
Kookkunst der Heidenen.
In Blackwood’s Magazijn van April 1817 leest men dienaangaande: „Voor de liefhebbers van eene goede tafel, zou men denken, dat de kookkunst der Heidenen weinig aanbevelenswaardig zal opleveren. Ik kan u echter verzekeren, dat de kok van de beide laatst overledene hertogen van Buccleugh, een kunstenaar van naam, den „Almanac des Gourmands” verrijkt heeft met zekere „Potage à la Meg Merrilies”, bestaande uit wild en gevogelte van allerlei aard, met groenten vermengd, en dat de soep door hen geleverd, de bijzondere goedkeuring van alle kenners verdient.
Noot L. bladz. 268.
Lord Monboddo.
Burnet, Lord Monboddo, was de bekende wijsgeer, als uitstekend mensch door Pleydell in den tekst geroemd en wiens gastmalen niet spoedig vergeten zullen worden door diegenen, die daaraan deel namen. In navolging der ouden, werden de fijne flesschen steeds op zijne tafel met rozen bekroond en tal dezer bloemen lagen altijd op de tafel gestrooid.
Noot M. bladz. 270.
Slapelooze nachten der rechtsgeleerden.
Het is waarschijnlijk onbetwistbaar, dat, zooals Pleydell opmerkt, het gewichtigste rechtsgeding zelden de nachtrust van een geoefenden pleiter storen zal. De cliënten zijn echter dwaselijk geneigd het tegendeel te gelooven. Ik heb wel gelachen om zekeren landedelman, die den morgen, waarop voor hem gepleit moest worden door het hoofd der balie in Edinburg, den beroemden rechtsgeleerde aansprak met de woorden: „Nu, Milord, ik heb den heelen nacht geen oog kunnen toedoen, en dat zal ook wel het geval met u wezen!”
Inhoudsopgave
Colofon
De nieuwe omslagillustratie van dit eboek is hiermee aan het publieke domein verleend.
Codering
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Documentgeschiedenis
- 2025-06-20 Begonnen.