WeRead Powered by ReaderPub
Het leven en de lotgevallen van David Copperfield cover

Het leven en de lotgevallen van David Copperfield

Chapter 3: VOORREDE.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The narrator recounts a life begun amid early hardship and family upheaval, tracing childhood at school, the experience of unfair guardianship, and the influence of close friendships and eccentric acquaintances. Episodes of youthful misjudgment, romantic attachment, and financial strain lead to journeys, career decisions, and long absences abroad. Scenes alternate between domestic intimacy and broader social observation, offering vivid character sketches and critiques of class and hypocrisy while following a movement from vulnerability toward greater self-knowledge, moral resilience, and reconciliation.

The Project Gutenberg eBook of Het leven en de lotgevallen van David Copperfield

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Het leven en de lotgevallen van David Copperfield

Author: Charles Dickens

Translator: Dutric

Release date: January 10, 2015 [eBook #47933]
Most recently updated: October 24, 2024

Language: Dutch

Credits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
http://www.pgdp.net

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET LEVEN EN DE LOTGEVALLEN VAN DAVID COPPERFIELD ***

Opmerkingen van de bewerker

De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.

Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.
Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne oranje stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is. Een inhoudsopgave is toegevoegd.
Variaties in spelling (met/zonder accent, met/zonder koppelteken, met/zonder spatie) zijn behouden.

Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan het eind van dit bestand.

HET LEVEN EN DE LOTGEVALLEN
VAN
DAVID COPPERFIELD

DOOR

CHARLES DICKENS.

OPNIEUW VERTAALD

DOOR

DUTRIC.

Met een Voorrede van B. TER HAAR Bzn.

C. MISSET.—DOETINCHEM.

INHOUDSOPGAVE
VOORREDE.
I. Ik word geboren.
II. Ik begin op te merken.
III. Veranderingen.
IV. Ik val in ongenade.
V. Verbannen.
VI. De kring mijner kennissen breidt zich uit.
VII. Mijn eerste halfjaar op Salem House.
VIII. Mijne vacantie; meer bepaald een zekere gelukkige namiddag.
IX. Een merkwaardige verjaardag.
X. Ik word verwaarloosd en—verzorgd.
XI. Ik treed de wereld in, maar de wereld bevalt mij niet.
XII. De wereld, die ik ben ingetreden, blijft mij slecht bevallen. Ik neem een gewichtig besluit.
XIII. Hoe mijn besluit verder ten uitvoer werd gebracht.
XIV. Mijne tante neemt een besluit te mijnen opzichte.
XV. Ik begin opnieuw.
XVI. Ik word een andere jongen in meer dan één opzicht.
XVII. Er komt iemand opdagen.
XVIII. Een terugblik.
XIX. Ik kijk rond en doe eene ontdekking.
XX. Steerforth's ouderlijke woning.
XXI. De kleine Emily.
XXII. Oude tooneelen en nieuwe menschen.
XXIII. Ik kies een beroep.
XXIV. Mijn eerste buitensporigheid.
XXV. Goede en booze engelen.
XXVI. Ik verlies mijn hart.
XXVII. Tommy Traddles.
XXVIII. Mijnheer Micawber's geldbelegging.
XXIX. Ik bezoek Steerforth voor de laatste maal.
XXX. Een verlies.
XXXI. Een grooter verlies.
XXXII. Het begin van een lange reis.
XXXIII. Zaligheid.
XXXIV. Ik verbaas mij over mijne tante.
XXXV. Neerslachtigheid.
XXXVI. Enthousiasme.
XXXVII. Een koud bad.
XXXVIII. De compagnieschap verbroken.
XXXIX. Wickfield en Heep.
XL. De zwerver.
XLI. Dora's tantes.
XLII. De stokebrand.
XLIII. Nog een terugblik.
XLIV. Ons huishouden.
XLV. Tante's voorspellingen omtrent mijnheer Dick komen uit.
XLVI. Tijding.
XLVII. Martha.
XLVIII. Huiselijke aangelegenheden.
XLIX. Geheimenissen.
L. Baas Peggotty's droom wordt bewaarheid.
LI. Het begin van een langere reis.
LII. Ik woon eene uitbarsting bij.
LIII. Nog een terugblik.
LIV. Gewaarwordingen van verschillenden aard.
LV. Storm.
LVI. De nieuwe en de oude wonde.
LVII. De landverhuizers.
LVIII. Mijn verblijf buitenslands.
LIX. Terugkomst.
LX. Agnes.
LXI. Twee interessante boetelingen.
LXII. Er schijnt een licht op mijn weg.
LXIII. Een bezoeker.
LXIV. Een laatste blik terug.

VOORREDE.


In den zomer van 1870, terwijl de Fransch-Duitsche oorlog de aandacht van geheel Europa geboeid hield, viel een Engelsch vaartuig, dat eene reis om de wereld had gedaan, in eene Engelsche haven binnen. Eer de nieuw aangekomenen, na de eerste begroeting, tot hunne landgenooten de zoo natuurlijke vraag konden richten: „Wat nieuws is er in Europa?” klonk hun reeds de droeve tijding te gemoet: „Dickens is dood!” Dickens is dood... dat was voor die Engelsche pikbroeken het belangrijkste nieuws van alles—aan den Fransch-Duitschen oorlog dachten zij niet.

Sprekender blijk van algemeene achting en waardeering, een schrijver door zijn volk toegedragen, valt er moeilijk uit te denken.

Zóó bekend, zóó geliefd nu als Dickens bij de Engelschen is, zal hij in eenig ander land wel nooit worden. Zijne landgenooten toch vinden in zijne werken zich zelven terug met al hunne eigenaardige gewoonten, hunne bijzondere levensomstandigheden en hunne goede en slechte eigenschappen. Zij zien daarin niet alleen hunne wereldstad met haar onmiddellijken omtrek, maar tevens zoo menig hun bekend en geliefd landschap afgeschilderd met photografische nauwkeurigheid. Dat kan met een ander volk, ook met ons Nederlanders, nooit het geval worden.

Toch is Dickens, ook in ons vaderland, meer dan menig buitenlandsch schrijver bekend en geliefd.

Zijne werken danken dien opgang ongetwijfeld in de eerste plaats aan den fijnen geest, den echt Engelschen humor, waarvan zoo menige persoonsbeschrijving, zoo menig tafereeltje tintelt, maar niet minder aan de diepe menschenkennis, door den schrijver ten toon gespreid. Telkens is het ons, alsof het beeld van een onzer bekenden geteekend, ja meer nog, alsof een stukje van onze eigene innerlijke levensgeschiedenis geschreven werd. Hoevele door hem geschetste personen zijn, ook onder ons, tot een type geworden, zoodat wij telkens onwillekeurig uitroepen: „dat is precies...” Vul zelf de namen maar in, lezer. Hoevele gezegden, zijnen personen in den mond gelegd, zijn, ook onder ons, in een spreekwijze overgegaan! Maar bovenal danken Dickens' werken dien opgang aan zijne warme liefde voor de minder bedeelden in de maatschappij, gepaard aan zijn onwrikbaar geloof aan menschenadel.

Tengevolge van dit alles treffen wij bij hem de gelukkigste vereeniging van realisme en idealisme, of, juister gezegd, het ware, niet het eenzijdige en daardoor slechts schijnbare, in den grond onware realisme onzer dagen aan.

Volg hem gerust door de meest beruchte buurten, in de afschuwelijkste holen der misdaad, die Londen telt. Geen spatje van den modder der straten zal uw kleed bevlekken; geen kennismaking met eenige misdaad zal uwe verbeelding bezoedelen.

Dat juist geeft, naar mijne meening, Dickens aanspraak op den hoogsten lof als schrijver voor zijn volk. Er gaat van zijne werken een verheffende, veredelende invloed uit. Men wordt er frisscher, krachtiger, moediger door.

Wie zijn werken leest, loopt geen gevaar, een weekelijke en zenuwzwakke speelbal van een spookachtig noodlot te worden.

Met groote ingenomenheid nam ik daarom kennis van het voornemen van den heer Misset om het Nederlandsche volk een nieuwe, goedkoope uitgave van Dickens' meesterstukDavid Copperfield” aan te bieden.

De prijs is zoo laag gesteld, dat de kosten thans geen beletsel meer zijn om David Copperfield onder alle rangen der maatschappij te verbreiden.

Wat deze nieuwe vertaling betreft, zij heeft boven de bestaande dit voor, dat zij minder letterlijk en daarom gemakkelijker en aangenamer te lezen is. Toch is daarbij de geest van het oorspronkelijke getrouw bewaard.

De vertaler heeft getracht de dingen zoo te zeggen als Dickens, naar zijne overtuiging, ze gezegd zou hebben, indien hij een Nederlander was geweest.

Moge de Uitgever in zijne onderneming gelukkig slagen; menigeen zal hem dan voor de hoogst aangenaam doorgebrachte uren oprecht dankbaar zijn.

B. TER HAAR Bzn.

Nijmegen, Maart 1894.

HET LEVEN EN DE LOTGEVALLEN
VAN
DAVID COPPERFIELD.