P.
Paard. Sharatz het bewonderenswaardige paard van Prins Marko, 24, 61, 65–71, 72, 79; Koulash, het paard van Prins Voïnovitch, 155, 156, 157, 158; Bedevia, naam van het paard van den Moorschen hoofdman, 82; Dyogo, de naam van het trouwe paard van Banovitch, 121, 122, 126; Bedevia, naam van het paard van Milosh Obrenbegovitch, 143; Zdral, naam van het paard van Ivan Izrnoyevitch, 136, 141, 143; Bedevia, het paard van Voïvode Balatchko, 168; de oude vrouw en haar——, in het Servische volksverhaal “De gouden appelboom en de negen pauwinnen”, 265–280; het gouden——, in het Servische volksverhaal “De Droom van den koningszoon”, 318.
Padisha (Sultan). Marko vreest dat zijn vijanden hem zullen belasteren bij——, 108; Vlah-Ali, de rebel van den——, 122; Stephanus Yakshitch gebracht voor den——, 178; Stephanus Yakshitch in verzoeking gebracht het Heilige Kruis te verzaken, 179.
Palmzondag. Servische feestelijkheden op——, 56.
Panthelias, de Heilige. Wordt genoemd in de Servische ballade “De Heiligen verdeelen de Schatten”, 195; groote hitte gekozen door——, 195.
Paul, Een der broers in de Servische ballade “De Stiefzusters”, 204–208.
Paus. Stephanus Tomashevitch krijgt geen hulp van den——, 15.
Pauwinnen, De Negen. Een Servisch [394]volksverhaal, 265–277.
“Paviljoen, noch in den hemel, noch op de aarde, Een.” Een Servische legende, 218–222.
Pepelyouga. (Asschepoester). Een Servische legende, 222–227; Marra als——, 222–226.
Peroon. De Russische God van den Donder, 21; naam, bewaard in het dorp “Peroon” en in de plant “Peroonika”, 21, 22.
Peter I, Koning. Zoon van Alexander Karageorgevitch; zijn roemrijke regeering, 18; George Petrovitch grootvader van——, 175; keizerrijk verloren door Tsaar Lazarus, herwonnen onder——, 176.
Peter II. Aartsbisschop van Montenegro, tracht het geloof in Vampiers uit te roeien, 28.
Petrovitch, George. Karageorge (Zwarte George) is de Turksche naam. Een begaafd Serviër; leidde een goed geslaagden algemeenen opstand tegen de Turken in 1804, 17, 175; wreed vermoord op bevel van Milosh, 18.
Petrovitch, Nicholas I. Zie Nicholas.
Petrovitch, Peter. De populaire Servische dichter; zijn meesterwerk, Gorsky Viyenatz (“De Bergkrans”), 60.
Petrovitch, Vladiko Danilo. Oom van den tegenwoordigen koning van Montenegro; nam het eerst den titel aan van erfelijk vorst, 183.
Petrus, Heilige De. Wordt genoemd in de ballade. “De Heiligen verdeelen de Schatten”, 194; wijn, tarwe en de sleutels van het Hemelsche Rijk gekozen door——, 195; “de Heilige Petrus en het Zand”, een Servische populaire anecdote, 357.
Pinksterdagen, De. Servische feestelijkheden gedurende——, 56.
Pirlitor. Piritor. De witte stad tegenover den berg Dourmitor, de muren van het kasteel, zegt men, bestaan nog in Herzegovina, [395]185; Vidossava gestraft voor het kasteel——, 191.
Pisistratus, Tijdperk van——. De geleerde Diascevastes van——, 58.
Pleiaden. In het Servisch Sedmoro Bratye (de zeven broeders), 29.
Podgoritza. De vijfhonderd man van——, 141.
Poëzie, Epische. De Servische nationale——, 58–62.
Pogatcha. De Servische huwelijkskoek, 43.
Polaznik. Een Servisch bezoeker, 54.
Poretch. Het district van——; Marko en Milosh komen te——, 106.
Porphyrogenetus Constantijn. Volgens—— namen de Serviërs op twee verschillende tijdstippen het christendom aan, 34.
Potzerye, Milosh van. Bogdan de Bullebak en——, 88–89; Generaal Voutcha en——, 91; de veela Raviyoyla en——, 104.
Priepolyé. Een jongeling van—— bewondert het paard, Koulosh, van Milosh den Schaapherder, 168.
“Priester, Waarom de—— Verdronk”. Een Servische populaire ballade, 358.
Prilip. Servisch geloof, dat Prins Marko slaapt in het kasteel te——, de verschijning van Prins Marko bij den slag van—— in November 1912, 68; aartsbisschop Nedelyko zendt een boodschap naar Prins Marko te——, 70; de droom van de Sultana over——, 76; Milosh stuurt een boodschap naar——, 92; Marko neemt Voutcha en Velimir gevangen in——, 92, 93.
Prisrend. Theodorus komt te—— en doet verslag aan tsaar Doushan over zijn zending, 152–153; tsaar Doushan komt terug te——, 169.
Ptolemeus. De oude Grieksche aardrijkskundige—— beschrijft de Serviërs, 9.