Montfort, Guy de, 434
Monza, zie onder Kerken
Mozaïeken, oud-Romeinsche, 238;
Byzantijnsche, 153, 238, 242–43,
403;
Christelijk-Romeinsche, 152–53;
238, 404;
S. Costanza, 239, 486;
S. Pudenziana, 239, 487;
S. Paolo fuori, 239, 487;
S. Prassede, 487;
S. Clemente, 405 n., 487;
S. Maria in Trastevere, 405 n.,
487, 490;
S. Maria Maggiore, 239–40,
488;
S. S. Cosma e Damiano, 240,
487;
van Otto II (Grotte), 302,
343 n.;
Navicella, 488;
Siciliaansche, 243, 403–06, 489–91;
Ravenna, S. Apollinare Nuovo, 152, 241;
S. Apollinare in Classe, 242, S.
Vitale, 178–79, 242;
S. Vitale, 178–79, 242;
Mausoleum van Galla Placidia, 79,
241;
triclinium-mozaïek in het Lateraan, 216–17,
240;
Venetië, 243
Mozes, standbeeld, 99
Muzelmannen, zie Saracenen
Napels, ingenomen door Belisarius, 124;
oudste geschiedenis van, 258–59
Narses, 127;
teruggeroepen door Justinianus, 128;
weder aangesteld, 135;
dictator van Italië, 139;
weder teruggeroepen, weigert te gehoorzamen, noodigt de Longobarden uit
Italië binnen te dringen en sterft, 140
Nero’s Circus, 264
Nibelungenlied, 31, 79, 84 n., 85, 153 n., 154
Nicaea, 3, 5;
concilie, 38;
tweede concilie, 244
Nika-oproer, 173
St. Nilus, 304
Nocera dei Pagani, 417
Noormannen, aankomst, 307;
vestigen zich bij Capua, 310,
356;
oudste geschiedenis, 313–14,
354;
heerschen op Sicilië, 355–67;
taal, 355 n., 363 n.;
munt, 408
Noormannen, bouwkunst, der, 393–403
Notitia urbis, 59
Novellae van Justinianus, 174–175
Octavianus, zoon van Alberik, 296–99
Odovacar (Odoacer), 15, 16;
zijn jeugd, 101;
bezoek aan den H. Severinus, 102;
regeering, 110 enz.;
dood, 115–116;
munt, 103
Offamilio (Of a Mill), 364–65, 402 n., 410
Oost-Goten, 25, 26.
Zie Theoderik de Groote, Baduela, Theia, enz.
Orlando, 215
Orlando Furioso, 270
Orléans, 87
Orosius, geschiedschrijver, 69 n., 74
Orseolo, Pietro, Doge, 304, 374
Orseolo II, 375
Orsini en Colonna, 435, 440, 442–447
Osimo, 128
Ostrogotha, 117
Otto II, 301;
graftombe in de St. Pieter, 302
Otto van Brunswijk, keizer, 415
Pachomius, 64
Paganisme, deel I, hfdst. III en IV.
Palaeologus, Constantinus, 275
Paleizen en andere gebouwen
(zie ook onder Kerken).
Apamea, Tempel van Zeus, 60
Bologna, Palazzo Communale, 495
Constantinopel, Gouden Poort, 55
Florence, Palazzo Vecchio, 495
Monza, Paleis van Theoderik, 150, 191, 246
Pavia, Paleis van Theoderik, 150
Pistola, Palazzo Pretorio, 495
Ravenna, Mausoleum van Galla Placidia, 79, 231 (en
zie Mozaïeken),
Paleis van Theoderik, 150,
216
Mausoleum van Theoderik, 148–49,
231
Rome, Castel S. Angelo, 224;
Triumfboog van Constantijn, 230–31
Serapeum, 61
Siena, Palazzo pubblico, plaat 64,
494
Spalato, villa van Diocletianus, bij Salona, 33
Venetië, Paleis van de Doges, 374, 391
n.;
Romaansche Paleizen, 391 n.
en plaat 56, 495
Verona, Paleis van Theoderik, 150
Palermo, ingenomen door de Noormannen, 359; zie onder Kerken.
Palestrina, verwoest door Bonifacius VIII, 443
Pandecten van Justinianus, 174
Pandulf, Romeinsch senator, 439
Parijs, ten tijde van Julianus, Apostata, 43;
gered door de H. Genoveva, 87
Paschalis, tegen-paus, 336
St. Patrick, 61 n.
Paulus Diaconus, 140, 183, 342 n. en elders
Paulus I, paus, 268
Pazzi, plechtigheid van de, 386
Pedro van Arragon en Sicilië, 435 n., 436–39;
munt, 408
Pelagius II, 188;
sterft aan de pest, 190
Pelgrimstochten, 346 n.
Pendentieven (hangbogen), 237, 390 n.
Pepijn, de Korte, 207
vlg.;
zijn donaties, 208, 267–68, 270–73
Pepijn, bastaard-zoon van Karel den Groote, 217
Pepijn (eerst Karloman geheeten), zoon van Karel den Groote, 218, 258, 277
Perzen, zie Julianus, Belisarius, Sassaniden en 196
Pest, door Procopius beschreven, 162, 163
Petra, pertusa, intercisa, Passo di Furlo, 127 n. 186
Phidias, 60 n.
Philippicus, keizer, 201
Philips, broeder van Hendrik VI, 411
Philips IV, de Schoone, van Frankrijk, 445–48
Philippus, tegenpaus, 210
Phocas, keizer, 60 n., 194, 228
Phocas, Nicephorus, keizer, 300–01
Pier delle Vigne, 422, 423 n., 425
Pisa, haar macht ter zee, 370,
371 n.;
en Florence, 387;
“schandvlek van Italië”, 411;
Pisaansche kansel, plaat 61. Zie onder
Kerken
Pisaansch-Romaansche bouwkunst, 397–98
Placidia, Galla, 10–12, 51;
gehuwd met Athaulf, 74;
gehuwd met Constantijn, 76–80;
graftombe te Ravenna, 79–80, 241;
munt, 103
Placidia, dochter van Valentinianus III, 98
Plinius, 113
Plotinus, 41
Poitiers (of Tours), slag bij, 205
Porphyrius, 41
Pragmatieke Sanctie, 139
Privilegium Ottonis, 299
Procopius, usurpator, 6
Procopius, geschiedschrijver, met Belisarius 126;
leven en werken, 161–163;
zijn beschrijving van de pest vergeleken bij die van Thucydides,
162; en elders
Pulcheria, 10–12, 76–77 gehuwd
met Marcianus, 86;
munt, 103
Pythagoras, 41
Quaden, 7
Raffael, 36 n., 90, plaat 8, 264, 268 n., 269, 282 n., 283
Ravello, kansel te, 498–99, plaat 62
Ravenna, wordt hoofdstad, 9;
Stilicho vermoord te R., 70;
R. en G. Placidia, 79–80;
ingenomen door Theoderik, 115;
ingenomen door Belisarius, 128–129;
geplunderd door Justinianus II, 201;
veroverd door Liutprand en heroverd door Venetië, 204;
ingenomen door Astulf, 206:
zie kerken en mozaïeken
Reims, geplunderd door Attila, 87
Reliquieën, 62–63, zie 63 n., 345–49
Republieken, opkomst van de, 368–89;
en Signorie, deel V, hfdst. II
Rialto (Rivo alto), 89, 254, 258, 373
Richard Leeuwenhart, 339,
365;
gevangen genomen, 411
n., 415
Richard van Cornwall, 427
Ricimer, 14, 15;
verslaat de vloot der Vandalen, 98
Rimini, bezet door de Byzantijnen, 127
Rivoalto, zie Rialto
Robert, Guiscard, 314, 359;
plundert Rome, 315, 321
Robert van Calabrië, 438
n., 449–52;
munt, 409
Rodwald, 198
Roemenen, 26
Roger I, graaf van Sicilië, 359–61
Roger II, koning van Sicilië, 327, 261–62;
zijn mozaïek, 405;
munt, 408
Roger Borsa, 361
Rois fainéants, 207
Romaansche bouwkunst, deel III, hfdst. II;
deel IV, hfdst. IV; Engelsch-, Fransch-, Duitsch-Romaansche stijl,
293–94;
Venetiaansch-Romaansch, 391 n.,
484, plaat 56
Rome, ingenomen door Alarik, 10,
73;
ingenomen door Gaiserik, 13,
91, 97;
geplunderd door Ricimer, 14,
100;
belegerd door Vitiges, 125;
ingenomen door Baduela (Totila), 132;
geheel verlaten, 133;
republiek, zie Alberik en Arnold van Brescia en
329–30: geplunderd door Robert Guiscard, 321, 360;
latere pogingen om de republiek te herstellen, 371, 420, 428
“Romein”, als scheldnaam, 145
Romeinsch-Longobardische bouwkunst, 244–51
Romeinsche Keizerrijk, zie voorrede, en deel I, hfdst. I.
Romeinsche mozaïeken, 153, 238–239
St. Romualdus, 168, 304, 306, 317, 347, 374
Romulus Augustulus, keizer, 15–17;
levenseinde, 100 vgl., 111;
munt, 103
Romwald van Benevento, 199
Roncaglia, bijeenkomst in de vlakte bij, 332, 335
Roncesvalles, achterhoede van Karel den Groote verslagen, 215
Rotharis, regeering, 196–198;
zijn Code of Edict, 183, 198
Rubeus, senator, 423
Rucellai, Madonna, 502
Rudolf van Bourgondië, 290
Rudolf van Zwaben, 315, 319–20
Rugilas, koning van de Hunnen, 78, 82
Runen-schrift, 26
Sapor, Perzische koning, 5, 45
Saracenen, 23;
op den Monte Cassino, 169;
verwoesten Sicilië, 199,
281–82;
te Rome en te Ostia, 282–3,
286;
verslaan Otto bij Cotrone, 302;
verslagen door de Pisanen en Noormannen, 284
Savoye, huis van, 481
Saxa Rubra, slag bij de, 3, 35
Schilderkunst, Byzantijnsche, 243, 403, 500–01;
Toskaansche, 499–502;
Duitsche, 500 n.
Scholae, te Rome (gilden), 113, 219, 233, 328, 371
St. Scholastica, 168
Senaat, de Romeinsche, 110;
einde van, 136
Serena, gemalin van Stilicho, 66;
gedood, 71
Servië, 85
Sestri, 196
St. Severinus, bezoek van Odovacar aan, 101, 102, 113
Severus, keizer, 1
Severus, Libius, keizer, 14
Sibilla, 411
Sibyllijnsche boeken, 36 n.
Sicilië, veroverd door de Vandalen, 94;
heroverd door Odovacar, 110;
volledig in bezit genomen door de Oost-Goten, 117;
veroverd door Belisarius, 124;
geplunderd door de Goten onder Totila (Baduela), 134;
verwoest door de Saracenen, 199,
281;
veroverd door de Noormannen, 357–59.
Voor Siciliaansche bouwkunst en mozaïek zie men onder
Noormannen en Mozaïeken
Siegfried, 144
Siena, Ghibellijnsch, maar heeft eigen consuls, 372–73,
474–75;
wordt Welfsch, 477;
wordt een signoria onder Pandulf, 478;
plaat 64
Sigismund, 117
Silverius, paus, 125
Silvester I, bisschop van Rome, 3, 36, 268–69
Silvester II, 306
Silvester III, 312
Simplicius, paus, 112