(Voor gebouwen zie men onder “Kerken” en “Paleizen”)
Adalbert, zoon van Berengarius, 299–301
St. Adalbert van Praag, 305
Adelaïda van Monteferrato, 361
Adelchis, 215
Adelheid, gemalin van Otto I, 297, 303
Adige, slag bij de, 114
Adolf, zie Athaulf
Aemona, 114
Aëtius, mededinger van Bonifacius, 11, 12, 76–79;
verslaat de Bourgondiërs, 79;
verslaat Attila bij Châlons,87–88;
sterft 12, 91
Afrika, Midden-, 94 n.
Agapetus I, paus, 174
Agapetus II, 297
Agathias, 161 n.
Agesilaus, 93
Agnellus van Ravenna, 140 n., 150, 151, 154
Agnes, gemalin van Hendrik III, 315, 317
Aistulf, zie Astulf
Alarik, 9, 10, 21;
verslagen door Stilicho, 66;
neemt Rome, 71–72; sterft, 73
Alarik II, 118
Alberik, 294; zijn zoon, 295–297
Albrecht van Habsburg, 445 n.
Alemannen, 43
Alexander III, paus, 335; te Venetië, 337
Alexander IV, paus, 427
Alexandrinum, opus, 489 n.
Alfred, koning, verdrijft de Noormannen uit Engeland, 355 n.
Aligern, 136
Amala, 143 n.
Amalarik, 118
Amalasuntha, 120, 121, 145; sterft, 122
Amaler, 114
Amalfi, 369 n.
St. Ambrosius, 8;
trotseert Theodosius, 46, 51–54;
Ambrosiaansche muziek, 53;
kerk van St. Ambrosius, 382
Amidei, 389
Ammiraglio = al Emir, 364
Anacletus, tegen-paus, 327, 362
Anafesto, Doge, 256
Anastasius, keizer, 112 n., 116, 117
St. Angelo, Castel, 224
Angelen, 225
Anjou, Huis van, 439 n.
Anno, Aartsbisschop van Keulen, 315
Ansprand, 200
Antelami, 495
Anthemius, keizer, 14
Antonina, gemalin van Belisarius, 130, 133 n.
Antonius, van de Thebaïs, 63–64
Aquae Sextiae, 23
Aquileia, 51;
verwoest door Attila, 88–89, 253–256
Aquinas, Thomas, 159 n., doctor Angelicus, 168, 468
Aquinum, 168
Arabische geleerdheid, 345
Arduin, markgraaf van Ivrea, 307
Arengo, 256
Areopagus, 146
Arianisme, 3, 8, 27, 36–41, 72
Ariaansche kerken gesloten, 119
Ariaansch kruis, 151
Aribert I, 198
Aribert II, 200
Aribert, aartsbisschop van Milaan, 310–311, 381
Ariovistus, 24
Ariwald, 196
Arminius, 24
Ascetisme, Aziatisch, 42, 63–64
Asti, 333
Astulf (Aistulf), 206–208, 271
Athanasius, 5, 6, 39, 42, 44;
en de Egyptische asceten, 64
Athesis = Adige, zie aldaar
Atrium, 233
Attila, 12, 28, 78;
Deel I, hfdst. VI;
verslagen door Aëtius bij Châlons, 87–88;
ontmoet Leo, 90;
uiterlijk en karakter, 84;
burcht, 85;
matigheid, 86;
dood, 90–91
Audefleda, gemalin van Theoderik, dochter van Chlodovech (Clovis), 117
Audoin, 135
Augustijner orde, 165 n.
St. Augustinus, 11, 20;
zijn geschriften, 155;
sterft te Hippo, 94;
graftombe, plaat 52
St. Augustinus, de jongere, 61, 225
Augustus, 24
Aurelianus, keizer, 18, 21, 25;
muren van, 125, 133
Aurelius, Marcus, keizer, 20, 32, 184; zijn ruiterstandbeeld, 300, 303, 329 n.
Ausonius, dichter, 154
Avienus, 89
Babylonische Gevangenschap, 448
Baduila (Baduela), zie Totila
Bardanes (Philippicus), usurpator, vermoordt Justinianus, 201
St. Bartholomeus, 305
Basel, 43
St. Basilius, 42 n., 44, 46, 64, 154
Basilieken, 262 en vlg.
Basiliscus, 114 n.
Beatrice, moeder van gravin Mathilda, 314, 317;
graftombe, 497
Becket, 336 n.
Beeldendienst in de Roomsche Kerk, 202, 203
Beeldhouwkunst, Toskaansche, 495–99
Belisarius, neemt Carthago in, 97, 99, 124;
naam, 123 n.;
belegerd in Rome, 125;
verhouding van Belisarius tot Narses, 127;
neemt Ravenna in, 128;
valt in ongenade, 129–130;
komt terug in Italië, 131–133;
wordt weder teruggeroepen, 134;
sterft 134
Benacus = Lago di Garda, 12, 89, 97
St. Benedictus, 32, 164–170;
Dante ontmoet hem in de sfeer van Saturnus, 168
Benedictus III, paus, 284
Benedictus VI en VII, 303
Benedictus X, 317
Benevento, 314, 359;
hertogdom, 186, 194, 199,
212 n.;
slag bij, 430
Berengar II, 297
Bernard, koning van Italië, 279
St. Bernard van Clairvaux, 327, 329 n., 330, 362, 461
Berno van Cluny, 296
Bertha, koningin van Engeland, 225
Bertha, dochter van Waldrada, 285, 292
Bertharid (Berthe au grand pied), gemalin van Pepijn, 207, 210
Bertharis, 198
Bleda, broeder van Attila, 82
Boccaccio, zijn bezoek aan de librije op den Monte Cassino, 169, 170;
Decamerone, 444 n.
Boëthius, 120; Apologia en De consolatione philosophiae,
156 vlg.;
op barbaarsche wijze gedood, 157;
graftombe, 157;
beeltenis, plaat 14
Bologna, 372 n.
Bonifacius, mededinger van Aëtius, roept de Vandalen naar
Afrika, 11, 28, 76–77;
sterft, 78, 95
St. Bonifacius, Engelsche zendeling in Duitschland, 50;
kroont Pepijn 207, 271, 348
Bonifacius van Toskane, vader van gravin Matilda, 311–313
Bonifacius VII, paus, 303
Bonifacius VIII, 436 n., 437–447; zie plaat 50
Boson van Provence, 290
Boudewijn, koning van Jeruzalem, (Baldwin), 361
Boudewijn van Vlaanderen, keizer, 274, 413 n.
Bourbon, Connétable van, 73
Bourgondiërs, komen van de Elbe en helpen Radegast, 78;
slachting 79, 82;
helpen Odovacar, 115;
verslagen door Clovis, 117;
plunderen met de Franken Milaan, 128
Bourgogne, 79
Brancaleone, Podestà te Rome, 427
Brittannië, 50;
monnikenorden aldaar, 61, 164
Bulgaren, 29
Busentinus (Busento), Alarik’s graf, 73
Byrsa, 95
Byzantium, zie Constantinopel
Byzantijnen, heerschappij in Italië, 137 vlg.;
architectuur, 236 vlg.;
mozaïeken, 238 vlg.;
schilderkunst, 243, 403, 500;
latere keizerrijk, 273–275
Calixtus, tegenpaus, 338
Calixtus II, paus, 325
Caltabellotta, vrede van, 439, 445
Camaldolensers, 165 n., 168 n., 304, 317, 347
Campaldino, slag bij, 477
Campanili, te Ravenna, 70,
80, 153, 251, 395–396;
Romeinsche, 343 n., 395
Capitool, 329 n.
Carpilio, 78
Carroccio, 334, 381–382, 422, 475
Carthago, ingenomen door de Vandalen, 12, 96;
ingenomen door Belisarius, 97,
124;
Romeinsch Carthago, door Caesar en Augustus gebouwd, 95 n.
Cassiodorus, 68, 84;
zijn leven en werken, 159 vlg.
Catalaunische vlakte, 79, zie Châlons
Cato, vijgen, die hij uit Carthago meebracht, 96 n.
Catullus, villa van, 89
Celestinus II, paus, 329
Celestinus IV, 423
Chaucer, zijn Confessio Amantis, 269
Chester, 62
Childebert, 190
Chosroes, Perzisch koning, 128, 130
Christenen, vervolging der, 32
Chronologie in de war, 202 n.
Chrysaphias, 86
St. Chrysostomus, 44, 60, 66, 154
Cicero, geciteerd, 91 n.
Classis, Portus, haven van Ravenna, 80;
mozaïeken, 152–153
Claudianus, dichter, 9, 66;
geschriften, 68, 71
Claudius II, keizer, 25
Clausules, de drie, 176
Clefi (Kleph), 212
Clemens II, paus, 312
Clemens III, 410
Clemens IV, 429
Clodion, koning der Franken, 86
Clothar (Lothar), koning der Franken, 193
Clovis (Chlodwig, Louis), 117
Clovis II, 196
Cluny, hervormers van, 296, 460–61
Codex Carolinus, (pauselijke brieven), 204, 210
Coelibaat, 313 n.
Comacina, Isola, 189, 194, 246
Comacijnsche meesters, 204, 247, 394
Como en de Longobardische stedenbond, 334 n., 335 n.
Concordaat van Worms, 325
Confessio, venster van de belijdenis, 63 n., 208 n.,
219;
afbeelding van een Confessio, 266
Conob, 103