Constance, Costanza, gemalin van Hendrik VI, 338, 366–367, 411
Constance van Arragon, gemalin van Frederik II, 418
Constance, dochter van Manfred, gemalin van Pedro van Arragon, 431, 436, 438
Constans, keizer, 4
Constantijn I, de Groote, 1–4;
geboren, 34;
verslaat Maxentius, 3, 35 (plaat 2);
gedoopt, 36, 269;
zijn verhouding tot het Christendom, 35–39;
zijn kerken, 40 n.;
zijn boog, 230, plaat
2;
“Donatie”, 36, 268–270
Constantijn, usurpator, 10, 70
Constantina, 5
Constantinopel, 4;
gouden poort, 55;
geplunderd door de Kruisvaarders, 73, 95, 274, 413 n.;
door de Turken ingenomen, 275,
453
Constantinus II, keizer, 4
Constantinus VI, keizer, 217–218
Constantinus I, paus, 201
Constantinus II, paus, 210
Constantius I (Chlorus), keizer, 1
Constantius III, gehuwd met Galla Placidia, 76–77
Constanz, verdrag van, 338
Cortenova, slag bij, 422
Cosenza, Consentia, graf van Alarik, 10, 73
Costanza, zie Constance
Courtenay, Boudewijn van, 433
Crescentius en de Crescenzi, 303, 328, 352–353
Crispus, z. van Constantijn I, 4, 36
Cunibert, 199
Cunimund, 184, schedel van, 187 n.
Cybele, magna Mater, 59
Cyrillus, 40 n.
Damasus II, paus, 312
Damiano, Pietro, 317
Dante, als dichter, 453;
verbannen, 445, 451, 479;
bij Campaldino, 477;
te Verona, 480;
de monarchia, 455–56;
Divina Commedia, herhaaldelijk geciteerd in het laatste deel,
doch niet besproken.
De Aedificiis Justiniani, 162, 177
Desiderius, laatste koning der Longobarden, 210–212, 260
Diocletianus, 1, 19;
karakter, 32–33;
villa, 231, 232
Doge, de eerste, 256
Dominicus, 317 n., 464–68;
graftombe, 499 en plaat 52
Donati, 389, 449;
en Cerchi, 478
Donkere Eeuwen, deel IV, hfdst. I
Duccio van Siena, 502
Ecclesius van Ravenna, 120, 178
Ecthesis van Heraclius, 197
Edda, 144
Eginard (Einhart), biograaf van Karel den Groote, 220, 263, 341
Emilia (Aemilia), 129 en elders
Enzio (Enzo), zoon van Frederik II, 424–425
Ermengard van Toskane en Ivrea, 292
Essaeërs, 63
Ethelbert van Engeland, 225
Etzel, 84 n.
Eucherius, zoon van Stilicho, 70
Eudocia (1), gemalin van Theodosius II, 83 n., 99
Eudocia (2), haar kleindochter, gemalin van Hunnerik, 13, 98–99
Eudoxia, d. van Eudocia (1), gemalin van keizer Valentinianus III, 13, 98–99
Eugenius, usurpator, 8, 55, 57
Eugenius III, paus, 329, 331–333
Eusebia, 4
Eusebius van Caesarea, 33, 154
Eusebius, eunuch, 4
Eusebius van Nicodemia, 36, 39, 42
Exarchaat, 129, 186;
in opstand tegen den Keizer, 201;
einde van het Byzantijnsche Exarchaat, 206
Exarchen, 139;
titel, 186 n., 193 n.
Fakir, indische, 63
Farinata (Uberti), 388, 474–75
Fausta, dochter van Maximianus en gemalin van Constantijn I, 1–4
Felix II, paus, 112
Felix III, 120
Ferrara, 372 n.;
zie onder Kerken
Fiesole, 67, 69, 126, 383–384, 387
Flagellum Dei, 82 n.
“Flavius”, 103
Florence, gesticht, 68;
belegerd door Radegast, 69;
verwoest door Totila, niet door Atilla, zooals Dante zegt, 385;
geschiedenis (tot 1200), 383–389;
geschiedenis (van 1200–1320), 473–79.
Zie onder Kerken.
Formosus, paus, 288, 293; zijn lijk gedagvaard voor een Synode, 349–351
Francesca di Rimini, 480 n.
S. Francesco di Assisi, 317 n.,
465–68;
beeltenis te Subiaco, 167 n.
Franken, oudste geschiedenis, 86–87;
helpen Vitiges bij de plundering van Milaan, 128;
overstroomen Italië, maar worden door Narses verslagen, 137–138;
verhouding tot de Longobarden, 188
vlg.;
zie ook onder Karel Martel, Pepijn, Karel de
Groote.
Frankische keizers, 308
Frederik van Staufen, 319, 326
Frederik I, Barbarossa, 331;
en Arnold van Brescia, 333;
verwoest Milaan, 335;
wordt verslagen bij Legnano en ontmoet paus Alexander te Venetië,
337–338;
teekent het verdrag van Constanz, 338;
verdrinkt in den Salef, 339;
zijn beeldenaar, 409
Frederik II, 367, 412;
wordt gekroond, 416;
bezoekt Rome, 416;
trouwt met Jolanthe de Brienne, 418;
zijn kruistocht, 419;
zijn strijd met paus Gregorius IX, 418–423;
zijn dood, 426;
karakter, 426 n.;
graftombe, plaat 47;
munt, 408
Frederik, onderkoning en later koning van Sicilië, 438
Frigidus, rivier, 8;
slag bij de, 56
Fritigern, 30
Friuli, 288 n.
Gaetani, zie Bonifacius VIII
Gaidulf, 194
Gaiserik (Genserik), 11–13;
beleedigt de dochter van Theoderik, 87;
verovert Afrika, Sicilië enz. 93–96;
neemt Rome 13, 96–97
(Leo);
munt en naam, 103
Galbaio, Doge, 257
Galla, gemalin van Theodosius, 8, 51, 55–56
Galla Placidia, zie Placidia
St. Gallen, 341
Gallische Kerk, 345
Gallus, br. van Julianus, 4
Gelasius, paus, 113
Gelasius II, 325
Gelimer, koning der Vandalen, 99, 124
Genserik, zie Gaiserik en 103
Genua, onder de Longobardische heerschappij, 196;
haar macht ter zee, 370;
geschiedenis c. 1200–1320, 481–82
Gepiden, 25, 25 n., 26, 82, 88, 184
Germanicus, 24
Ghibellijnen, 323 n.
Gildo, 66
S. Gimignano, 373, 388 n., 478
Giordano, 329
Giovanni da Procida, 436
Gisela, keizerin, 310
Gladiatorenspelen, 67 n.
Glycerius, keizer, 15
Godebert, 198
Godfried van Bouillon, 320
Godfried van Lotharingen, gehuwd met Beatrice van Toskane, 315, 317
Goten, oorsprong en geschiedenis, 24–30
Gotische bouwkunst, 393,
403, 491–95;
Gotische kerk te Rome, 489 n.;
Venetiaansch-Gotisch, 484–85
Gratianus, keizer, 7, 47, 49–51
Gregorius van Nazianzus 42 n., 44, 57, 154
Gregorius van Tours, 265 n.
Gregorius I, paus, 166,
189–190;
verhouding tot Theodelinda, 194–195,
225–226;
leven en geschriften, 222
vlg.;
zijn koraalgezang, 229
Gregorius II, 202
Gregorius III, 203
Gregorius VI, 312
Gregorius VII (Hildebrand), 312, 313, 317;
tot paus gekozen, 318;
strijd met Hendrik IV, 318–321, 358–360
Grieksche bouwkunst, 231
Grimwald, 199
Gruamons, 495
Guido van Spoleto, keizer, 288
Guido van Toskane, gehuwd met Marozia, 294
Guido di Como en Guidetto, 495
Gundeberga, gemalin van Rotharis, 196
Hadrianus I, paus, 211, 215, 260
Hadrianus IV (Breakspear), 333–35
Hadrianopolis, slag bij, 7, 19, 24, 30
Hadriani Moles (Engelenburg), 224
Heidendom, deel 1, hfdst. III en IV
Heilige Roomsche Rijk, 23, 291, 298, 452, en elders
Hekserij, 46
Helena, moeder van Constantijn den Groote, 1, 33–34, 59 n.
Helena, gemalin van Julianus, 4
Helmechis, 187
Hendrik IV, 315–322;
te Canossa, 319
Hendrik de Leeuw, 410, 411 n., 415
Hendrik, zoon van Frederik II, 416, 421, 427 n.
Hendrik III van Engeland, 427 n., 429, 435 n.
Hendrik van Cornwall, 434
Hendrik VII (van Luxemburg), 447–57;
graftombe, plaat 51; munt, 409
Heraclea, 256
Heraclius, munt, 407
Heremieten, 63
St. Hermenegild, 40
Hilarion, kluizenaar, 64
St. Hilarius van Poitiers, 47 n., 64
Hildebrandslied, 144
Hildebrand, 55, zie Gregorius VII
Hildebrand, koning der Longobarden, 206
Honen Staufer, 323 n.
Homo-ousia en homoi-ousia, 38
Hongersnood in Noord-Italië, 129–130;
in Spanje, 76, 130
Honoria, dochter van Galla Placidia en Constantius, 76;
romantische verhouding tot Attila, 83–84, 89
Honorius, keizer, 8–11, 57, 65–76;
gestorven, 76
Honorius IV, 439
Hormidas, paus, 119
Hugo van Provence, 292–97;
trouwt met Marozia, 295
Hugo van Toskane, zie Ugo
Hunnen, oorsprong, 27–31;
onder Attila, 82–90;
Hunnenrijk verbrokkeld, 91
Hypatia, 40 n.
Idlico, 91
Idolatrie, zie beeldendienst
IJzeren Kroon, 226 n., 279 n., 285, 288, 290, 450;
zie plaat 19
Innocentius III, 413–17, 464–65
Interdictie, 202 n.
Institutiones van Justinianus, 174
Investituur, strijd om de, 315–325
Irene, keizerin, moeder van Constantinus VI, 203, 217;
heilig verklaard, 203 n.;
munt, 407
Isidorische decretalen, 284
Islam, 113
Jan zonder Land, koning van Engeland, 413 n., 416 n.
Jacob, koning van Sicilië en Arragon, 438–39
Jeruzalem, tempels, 34 (zie
onder kerken);
buit uit J., 97;
ingenomen door de Turken (c. 1066), 355;
ingenomen door de kruisvaarders (1099) en heroverd door de Turken
(1187), 339, 366;
weder bezet door Frederik II (1229), 419
Johanna, zuster van Richard Leeuwenhart, 365, 402 n.
Johannes, bevelhebber van Belisarius, 126, 131, 135
Johannes, kluizenaar, geraadpleegd door Theodosius, 56