M.
Macedonië. Een van de provincies van de Balkanstreken, 9.
Magyaren. Prins Marko en de——, 94–96.
Marko Krazyevitch. Riep zich zelf tot koning van de Serviërs uit; oudste zoon van koning Voukashin, 13–61; helpt de Turken tegen de Christenen, 14; gesneuveld in den slag van Rovina, 14; begiftigd met bovenmenschelijke kracht; hem werd door een veela een wonderbaar paard, Sharatz, geschonken, 24; zijn gasten op zijn Slavadag, 50; de goussle en de heldenfeiten van——, 61; koningin Helene moeder van——, 63; volgens de traditie zoon van een veela en een Zmay, 63; de meest geliefde der Servische helden, 63, 64; deugden van——, 64; de traditie verheerlijkt hem als de getrouwe verdediger van prins Ourosh, 65; Serviërs gelooven, dat hij zal terugkeeren [386]om het Middeleeuwsche keizerrijk te herstellen, 67; zijn verschijning bij den slag van Prilip (1912) 68, 69; zegt aan wien het keizerrijk zal behooren, 69, 70; vervloekt door zijn vader, 73; de Moor en——, 74–76; de Sultana droomt over——, 76; de huwelijksbelasting vernietigd door——, 84–85; Bogdan de Bullebak en——, 88–90; generaal Voutcha en——, 91–92; huwelijksprocessie van——, 96–102; de Moorsche prinses en——, 102–103; de veela Raviyoyla en——, 104–105; de Turksche jagers en——, 106–107; Moussa Kessedjiya en——, 109–111; de dood van——, 116–117.
Marra. Andere naam voor Pepelyouga (asschepoester), 224–227.
Maximus Tzrnoyevitch. Zie Tzrnoyevitsch.
Mehmed. Turksch groot-vizier; Vlah-Ali onafhankelijk van——, 122.
Meisje, dat wijzer is dan de tsaar, Het. Een Servisch volksverhaal, 284–285.
Methodius. Cyrillos en—— de zoogenaamde Slavische apostelen, die het Evangelie van Christus vertaalden in de oude Slavische taal, 9–35.
Michael. Koning van Ledyen, vader van prinses Roksanda; tsaar Doushan dingt naar de hand van Roksanda, 151; Theodorus doet den tsaar verslag van zijn zending aan den koning van Ledyen, 152–153.
Michael, Aartsengel. De dood en——, 37; kolyivo wordt niet bereid voor——, 46.
Michaylo. Zoon van Stephanus Voïslav; krijgt den titel van koning van den paus Gregorius VII, 2; koning Bodin zoon van——, 3.
Michel. (Servisch Mihaylo). Zoon van Milosh Obrenovitch; volgt zijn vader op als vorst van Servië, 17. [387]
Michael III, keizer. Zending van Cyrillos en Methodius naar——, 35.
Middeleeuwen. “Banovitch Strahinya” een van de schoonste balladen, door Servische barden, gedurende de——, 120.
Mijatovitch, Mevrouw C. Servische Folklore van——, 302.
Milan. Volgt zijn neef Michael op als vorst van Servië, 18; oorlog van 1876–78 tegen Turkije door——, 18; erkenning van de onafhankelijkheid van Servië door het Congres van Berlijn gedurende de regeering van——, 18; zijn afstand van den troon, 18.
Milan van Toplitza. Generaal Voutcha en——, 91–95.
Militchevitch. Een beroemd Servisch ethnograaf vertelt een gebeurtenis, waar een resnik (priester) gebeden leest uit de apocriefe boeken van Peronius, 28.
Militza, Tsarina. De Zmay van Yastrebatz en de——, 130–134; misleidt den Zmay, 131; herkent Zmay-Despoot Vook, 132; Tsaar Lazarus en de——, 170–176; als haar negen broeders Yougovitchs tsaar Lazarus naar den strijd op de vlakte van Kossovo zullen vergezellen, smeekt——, dat een harer broers bij haar moge blijven, 171; gedragen door Golouban, 172; nieuws van den slag wordt door twee raven gebracht aan——, 172,173; het sterven van Lazarus en haar broeders beschreven door Miloutin, 173, 174.
Milosh Obilitch. Sultan Amouradh sterft door de hand van——, 173.
Milosh Obrenbegovitch, Voïvode. Ivan Tzrnoyevitch noodigt—— uit om stari-svat te zijn bij het huwelijk van zijn zoon, 139, 150; Maximus Tzrnoyevitch verslaat——, 159; Yovan Obrenbegovitch, broer van——, 150.
Milosh Obrenovitch. Slaagt er in de autonomie van de provincie Belgrado te herstellen, 17; gedwongen [388]afstand te doen van den troon, 17; weer hersteld door de Skoupshtina, 18; zijn dood, 18; Michael zoon van——, 18.
Milosh van Potzerye. Een Servisch ridder; Bogdan de Bullebak en——, 88–91; generaal Voutcha en——, 91–96; de Veela Raviyoyla en——, 104–106.
Milosh, Schaapherder De. De moeder van de beide Voïnovitchs raadt hen aan te sturen om——, 154; zijn ontmoeting met zijn beide broers, 154; voegt zich bij de huwelijksprocessie van tsaar Doushan, 156; berijdt het paard Koulash, 156, 157; zijn strijd om Koulash, 159,160; hij neemt de eerste proef op zich teneinde Roksanda voor tsaar Doushan te winnen, 160, 163; de tweede proef ondernomen door——, 163, 165; slaagt in de derde proef 164, 165; slaagt in de vierde proef door prinses Roksanda aan te wijzen, 165–167; zijn strijd met Balatchko, verslagen door——, 169; maakt zich bekend aan tsaar Doushan, 169.
Milosh, Voïvode. De Veela Raviyoyla wondt——, 24; de groote Servische held, die den Turkschen sultan Amouradh I verslaat, 173.
Miloutin. I. Dragoutin, zijn broer koning van Servië trekt zich terug ten gunste van——, 5; een van de merkwaardigste afstammelingen van Nemanya, 5; Stephanus Datchanski zoon van——, 5; II. dienstknecht van prins Lazarus; deelt tsarina Militza den dood mede van tsaar Lazarus en haar negen broers op de vlakte van Kossovo, 173–174; III. Vorst van Ressava; Iconia dochter van——, 208–210.
Minister. De verraderlijke—— in het Servische volksverhaal “Goede daden zijn onvergankelijk,” 288.
Mirotch. Prins Marko en Milosh van Potzerye rijden over den berg Mirotch, 104. [389]
Mis, de Heilige. In de Servische ballade “De Heiligen verdeelen de schatten”, 195.
Miyatovich M. Chedo. Persoonlijk vriend van koning Alexander, 18.
Mohammed. De vizier van Tyoopria neemt op zich Stephanus Yakshitch het geloof van—te doen aannemen, 179.
Moldavië. Vele adellijke Servische families zoeken bescherming bij de christenvorsten van—, 18.
Momchilo. Koningin Helene, zuster van den vermetelen ridder—, 63.
Momtchilo, Voïvode. Vidossava de eenzame gade van—,185; Yaboutchilo het paard van—, 186—187; koning Voukashin trekt met een leger op tegen—, 186; de vreemde droom van—, 189; loopt in den val, 189; zijn dapper gevecht, 189; Yevrossima beproeft te vergeefs—te redden, 190; de dood van—, 190; zijn kasteel geplunderd, 192.
Montenegro. Nooit onderworpen door de Turken, 16; geloof in—dat elk huis zijn beschermgeest heeft, 25; geloof in vampiers in—, 28; Nicholas I Petrovitch koning van—, 121; “Het huwelijk van Maximus Tzrnoyevitch” de bron van het drama “De keizerin van de Balkanstaten”, door den koning van—, 135; Vladika Danilo Petrovitch, oom van den tegenwoordigen koning van—die het eerst den titel van erfelijk vorst aannam, 183; enkele voorbeelden van verraad in—, 183.
Moor, De. Huwelijksbelasting opgelegd door—, 84—88.
Moorsch Hoofdman, Een. Prins Marko en—, 74—84.
Morava. De rivier—, 10; Theodorus van Stalatch te—, 208.
Moraviërs. Hun bekeering tot het Christendom, 35.
Moussa Arbanass. Zie Moussa Kessedjiya. [390]
Moussa Kessedjiya. Prins Marko en——, 106–116.
Mouyo. Zijn welvaren in de Andere Wereld beschreven in de Servische populaire anecdote “De Era van de Andere Wereld”, 359–361.
Mrnyavtchevitch, Drie broeders. Die Skadar (Scoetari) bouwden 197.
Muzelman, Geloof van den. De vizier van Tyoopria beproeft Stephanus Yakshitch te bekeeren tot het——, 179.
Mythen. Invloed op Zuid-Slavische volken door de Grieksch-Oostersche mythen en christelijke legenden, 21.
Mythologie. Reuzen (djins) komen voor in den cyclus van Middeleeuwsche mythen uit de Bulgaarsche, Croatische en Sloveensche mythologie, 33.